`Ik ben net zo'n hoer als jullie'

De grondoorlog in Tsjetsjenië vindt plaats onder uitsluiting van de media: journalisten worden geweerd en de legercommuniqués geven geen informatie.

Het mag niet worden gezegd, maar de grondoorlog is in Tsjetsjenië al lang aan de gang. Hoe de Russische generaals het ook noemen – `territoriale zuivering' of `gevechtspatrouilles' – het is een echte oorlog. De Russische strijdkrachten hebben Tsjetsjenië feitelijk veranderd in een `geheim schietkamp'. Het federale leger heeft drie fronten geopend: het oostelijke onder generaal Trosjev, het westelijke van generaal Sjamanov en het noordwestelijke van generaal Kazantsov, die commandant is van het Noord-Kaukasische district. Alleen in het zuiden, aan de grens met Georgië, is praktisch geen controle.

De militaire tactiek voorziet in een vooruitgeschoven flank, gevormd door de speciale elitetroepen (spetsnaz) van het ministerie van Defensie die als gevechtspatrouilles opereren om de rebellen te verdrijven. In de tweede linie opereert het reguliere leger dat zwaar geschut en tanks inzet en wordt ondersteund door de luchtmacht. Als deze tweede linie verder richting Grozny kan oprukken, geeft ze de gebieden over aan de strijdkrachten van het ministerie van Binnenlandse Zaken. ,,In feite installeren we hier een Sovjet-macht'', aldus commandant Oleg A. van zo'n speciale stormeenheid. ,,Als wij verder trekken, benoemen de binnenlandse strijdkrachten en de veiligheidstroepen leiders in rayons en dorpen. Deze tactiek stamt nog uit de Tweede Wereldoorlog. Toen deden Duitsers zowel als Russen hetzelfde in de bezette gebieden.''

De tactiek van de Tsjetsjeense commandanten te velde is dezelfde als tijdens de oorlog in 1994-96: ze voeren een guerrillastrijd. Minister Sergejev van Defensie acht het een hoofdtaak van het federale leger om de zuidelijke grens met Georgië te controleren. Want daar komen volgens Sergejev de wapens en vrijwilligers voor de Tsjetsjenen vandaan. Sergejev is populair onder de Russische soldaten. Hij wordt `opa' genoemd, wegens zijn leeftijd en zijn `geestelijke goedheid'. Soms komt hij ook zelf langs: voor inspectie en om soldaten te decoreren. Zelfs journalisten worden gedecoreerd. Althans die journalisten die het ministerie van Defensie speciaal heeft uitgenodigd en tegelijkertijd nauwkeurig controleert. De apotheose is de uitreiking van een Makarovpistool met inscriptie aan een correspondent van de staatstelevisie RTR en militaire medailles voor de collega's van de semi-publieke omroep ORT en het commerciële kanaal NTV. Arkadi Mamontov van NTV geneert zich daarvoor later: ,,Als ik de decoratie had geweigerd hadden ze ons hier gewoon weggejaagd. Ik schaam me, maar ik kan niets doen. Ze zeiden tegen me: pak aan en drink wodka, maar ik ben moe van wodka en moe van oorlog.'' Andere informatie over de oorlog wordt niet verstrekt: geen informatie over doden en gewonden, om nog maar te zwijgen over burgerslachtoffers.

Twee voorbeelden van dit weekeinde. Generaal Beloöesov inspecteert de troepen ten noorden van Grozny. Een officier van de medische troepen spreekt hem aan. ,,Kameraad-generaal, we hebben gewonden.'' De generaal kijkt naar de jonge arts en antwoordt: ,,Gelul.'' De arts laat zich niet uit het veld slaan: ,,U hebt een heli, zij moeten naar een ziekenhuis.'' De generaal antwoordt niet en kijkt vijf minuten naar beneden, waar Grozny te zien is. Misschien bevalt het pittoreske landschap hem, wellicht kauwt hij op een strategisch plan om de stad in te nemen? Maar daarna gaat hij toch naar de piloot van de helikopter en vraagt: ,,Kunnen wij gewonden meenemen?'' ,,Natuurlijk, kameraad-generaal, maar dan moeten we naar Mozdok en kunnen we niet naar Tsjorvlena, zoals u wilt.'' De generaal kijkt nog een paar minuten in de richting van Grozny, loopt vervolgens terug naar de arts die in de houding de repliek afwacht en zegt: ,,Inladen.'' Als de generaal op de heli afloopt, antwoordt de arts: ,,Lijken laadt men in. Zij leven nog.''

De gewonden mogen toch mee. In de helikopter zitten ze, twee jongens van ongeveer twintig, naast de arts. Ze hebben het licht in hun ogen verloren en houden elkaar vast. Als de een plotseling de hand van de ander niet meer voelt, schreeuwt hij: ,,Maatje, ik ben hier. Maatje, geef me je hand. Godverdomme, ik zie niets. De sletten, ze schieten nog steeds.'' Ze denken dat ze nog steeds aan het front zijn.

Ook vandaag maakt het legercommuniqué geen gewag van gewonden.

Verderop bij Goedermes, de tweede stad van Tsjetsjenië, keren soldaten terug van het strijdtoneel waar tanks slag hebben geleverd. Ze binden de lijken van hun kameraden met touwen op een pantservoertuig vast, opdat ze er tijdens het rijden niet vanaf vallen. Veel journalisten zien het. Maar niemand mag het filmen of er over schrijven. Wederom is er geen sprake van gewonden in het legercommuniqué.

Een journalist ziet bij Goedermes de doden en vraagt majoor K.: ,,Waarom praten jullie niet over de werkelijke verliezen? Het zijn tenslotte jullie kameraden, misschien zelfs jullie vrienden.'' De majoor antwoordt: ,,Ik ben geen madam. Ik ben net zo'n hoer als jullie.''

    • Oleg Klimov