`Het voelt alsof Armenië zijn vader heeft verloren'

Een getraumatiseerd Armenië begroef gisteren de acht leiders die vorige week tijdens een bezetting van het parlement werden vermoord. Het leger bezint zich intussen op de nieuwe werkelijkheid.

De doodskist lag op een affuit, in het verlengde van een zwarte kanonsloop. Als lijkwagen was een pantservoertuig gekozen, dat stapvoets van de opera naar de Heuvel der Dapperen reed, een boomgaard annex begraafplaats met uitzicht op de besneeuwde berg Ararat.

Zo, met militaire eer, bracht Armenië (of beter gezegd: het Armeense leger) gisteren de vermoorde premier Vazgen Sarkisian naar zijn laatste rustplaats. ,,Het voelt alsof we onze vader hebben verloren'', meende kolonel Babken Aivazian. ,,We zijn allemaal verweesd.'' Geknield in de rulle aarde had hij, samen met vrienden en verwanten, het graf van de 40-jarige volksheld dichtgegooid. Naar christelijk Armeens gebruik: met de blote hand.

,,Als Vazgen nu op het slagveld was omgekomen, zou de pijn draaglijker zijn geweest'', zei een ex-arbeidster van een failliete zijdefabriek. ,,Maar dit is te verschrikkelijk voor woorden.'' Samen met zeven andere politici was de premier, een vroegere sovjetpropagandist en sportleraar, woensdag in het parlement doodgeschoten. Een viertal overvallers maakte hen voor ,,bloedzuigers'' uit en sloeg voor het oog van een camera aan het moorden. In een ratel van geweervuur was het Armeense volk zijn politieke leiders kwijt, op de president na.

De naschokken zijn voelbaar. Er wordt wild gespeculeerd over de motieven van de daders, die zich na een nachtelijk gijzeldrama hadden overgegeven. Dat het moord-op-bestelling was, daarover is iedereen het eens. Maar wie zit hier achter? De kleine en nog weinig stabiele Kaukasische republiek, ingeklemd tussen de aartsvijanden Turkije en Azerbajdzjan, is het verlies nog niet te boven. Integendeel, het gist in de kazernes en de president heeft grote moeite zijn gezag te handhaven. Gisteren, op de derde dag van nationale rouw, trokken er verscheidene begrafenisoptochten door Jerevan, elk een andere kant uit.

Door het waas van het collectieve verdriet heen tekenen zich nieuwe scheuringen af in de samenleving. Verstokte communisten en oudjes met heimwee naar de sovjettijd liepen achter de baar van Karen Demirtsjan, de laatste partijchef in sovjettijden die dit jaar kans zag een comeback te maken als parlementsvoorzitter. Op zijn begrafenis trad ook de catholicos van de Apostolische Kerk op, de op de dag van de moordpartij nieuwgekozen Armeense kerkvader met zijn wierook en schriftlezing, want de `supercommunist' Demirtsjan was een bekeerling.

Maar van de alliantie die zijn partij begin dit jaar sloot met de veteranenbeweging van premier Sarkisian, die in de oorlog met Azerbajdzjan (1988-1994) zelf veelvuldig het machinegeweer heeft gehanteerd, was weinig meer te merken. De oud-strijders uit de oorlog om de Armeense enclave Nagorny Karabach waren massaal naar de Heuvel der Dapperen gekomen. Aan symboliek geen gebrek. Neem alleen al het decor van loodgrijze grafzerken met de gegraveerde beeltenis van de doden: steevast in uniform, soms nog met een kalasjnikov in de aanslag.

Tussen dit schimmenleger dat in zes jaar tijd, ten koste van 30.000 levens, de provincie Nagorny Karabach uit handen van de islamitische Azeri had ontworsteld, bewogen zich de hedendaagse hardliners van Armenië. Besnorde mannen in camouflage-uniformen vermengden zich tussen het officierenkorps en de snelle security-jongens in pak, sommigen verminkt voortstrompelend op krukken, maar wel met gangsterzonnebril en oordopje.

Het kanon bulderde, en de kist zakte in de aarde. ,,Vazgen was onze koning'', zei Ararat Abram, 70 jaar maar nog fit genoeg om te vechten. Hij is vernoemd naar de heilige berg van de Armeniërs waarop ooit Noachs ark zou zijn vastgelopen, na de zondvloed. Maar de Turken hadden de Ararat ingelijfd tijdens van systematische massamoord op de Armeniërs tussen 1915 en 1917. Vandaar ook dat er gisteren martiale kreten klonken. De oude man wil het liefst morgen nog de Ararat heroveren, maar de legerleiding heeft een andere agenda.

Opvallend was dat premier Vazgen Sarkisian in de eerste plaats werd geëerd als militair; tot vijf maanden geleden was hij minister van Defensie. President Robert Kotsjarian, zijn oorlogskameraad, gedroeg zich gisteren als de machtigste man van het land, nonchalant paraderend met een hand losjes in zijn broekzak. Kotsjarian manoeuvreert behoedzaam, hij wankelt. Het staatshoofd moest zijn aandacht verdelen tussen de verschillende begrafenissen, en verscheen uiteindelijk als een halve buitenstaander op de Heuvel der Dapperen.

Het werd een psychologische krachtmeting. Kort na de tragedie in het parlement had het leger de president een dictaat opgelegd: hij moest twee ministers en de procureur-generaal ontslaan, wegens nalatigheid, anders zouden de strijdkrachten zijn bevelen niet langer uitvoeren. Kotsjarian vatte dat op als een begrijpelijke ,,emotionele reactie'', maar gisteren werd hij door zijn eigen minister van Defensie genegeerd. Deze kleine man met de rang van luitenant-generaal had meer aandacht voor de Russische ex-minister van Defensie Pavel Gratsjov. Samen liepen ze de betonnen trappen af naar hun vloot van geblindeerde jeeps, omringd door gorilla's van lijfwachten.

,,Onze minister van Defensie hoeft maar in zijn vingers te knippen of we hebben een staatsgreep'', fluisterde Samvel, een agent van de Armeense veiligheidsdienst. ,,Ik denk niet dat het zover komt. Maar ik weet dat de officieren hem blindelings zullen volgen. Net als ikzelf, overigens.''

    • Frank Westerman