GRIOT GROOVE

Van alle Afrikaanse jongeren die ervan dromen net zo beroemd worden als Youssou N'dour, maakt de uit Guinee afkomstige Sékouba Bambino een kansje. Hij heeft net als N'Dour een fraaie en lenige stem, maar een iets lager en voller geluid. De tien stukken op Kassa, geproduceerd door Ibrahim Sylla, beslaan een breed spectrum: van zeer Afrikaans tot bijna westers.

Tot de eerste categorie behoort Diommaya waarin Bambino, met `continua' van kora, balafon en gitaren omstandig uitlegt dat toewijding en liefde geen tekenen van zwakte zijn, zoals macho's schijnen te denken. Commentaar wordt geleverd door een pittig dameskoortje plus Kandia Kouyate die zich hier voor het eerst als leadzangeres laat horen.

Omdat voor wat iets hoort, ook in Afrika, mag Bambino iets zingen op Kita Kan, het volwassen debuut van deze Kouyate, die uit het buurland Mali komt. De bezetting op deze cd, eveneens een Sylla-productie, varieert van vijf tot vijfenvijftig, dit laatste dankzij 46 violisten. Die gedragen zich zo braaf en volgzaam dat de fel prekende contra-alt van Kouyate er met gemak bovenuit komt. De soms opduikende blazersriffjes maken, net als bij Bambino, een wat overbodige indruk.

Kouyate en Bambino zijn samen met de Guinese zangeres Oumou Dioubate te horen tijdens de Griot Groove van 5/11 in de Amsterdamse Melkweg.

Sékouba Bambino: Kassa (Stern's Africa STCD 1074). Kandia Kouyate: Kita Kan (idem STCD 1088). Distr. Munich

    • Frans van Leeuwen