Gelderse zandwinners weten provincie te vinden

Statenleden en de (ex-)gedeputeerden in Gelderland blijken nauwe banden te onderhouden met zandproducenten.

De Mississippi Queen in Nijmegen was medio jaren negentig afgehuurd voor een uitstapje van de leden van Provinciale Staten van Gelderland. De zandwinbedrijven hadden de boot op de Waal ingezet om ambtenaren en politici te informeren over hun ontgrondingen. Na afloop keek een van de Statenleden tegen een parkeerbon aan, achter de voorruit van haar auto op de Waalkade. ,,Geef mij maar'', riep de secretaresse van de zandbedrijven, en de bon werd betaald.

De zand- en grindproducenten uit Gelderland waren medio jaren negentig betrokken bij Limburgse smeergeldaffaires, maar in Gelderland zelf bleven schandalen uit. Toch lijkt er geen reden om aan te nemen dat de bedrijven in Gelderland een ander `relatiemanagement' hadden dan in Limburg. Dat er in Gelderland, de grootste leverancier van beton- en metselzand in Nederland, meer aan de hand was dan de betaalde parkeerbon, bleek in 1997. Een commissie uit Provinciale Staten (de `Commissie Zand') concludeerde dat de zandwinning een ,,erg kleine wereld'' is. ,,Het kan geen kwaad dat deze sector met een kritische blik van buitenstaanders (..) wordt gevolgd'', aldus het eindadvies. De winning is in handen van enkele grote bedrijven, die ,,flink verdienen'' en ,,een sterke op de overheidgerichte lobby hebben''.

In Gelderland was bovendien sprake van een ,,enge belangenverstrengeling'' tussen zandwinners en provincie. De zandcommissie concludeerde ,,met grote verbazing'' dat, zonder dat het voor Provinciale Staten helder was, de bedrijven vergunningen hadden gekregen om bijna twee keer zoveel zand af te graven als Gelderland volgens de landelijke afspraken moest leveren. Ambtenaren vereenzelvigden zich met de belangen van de bedrijven. Zozeer zelfs dat ,,het evenwicht tussen algemeen maatschappelijk belang en bedrijfsbelangen verstoord is geraakt ten nadele van het maatschappelijke belang''.

Voorzitter van de zandcommissie was Statenlid R. Janmaat (GroenLinks). Hij zegt nu dat er na afloop van het onderzoek geruchten waren dat mensen in het provinciehuis zich met steekpenningen van de baggeraars verrijkt hadden. Bewijzen waren er niet. ,,Daar was ons onderzoek ook niet op gericht'', geeft hij toe.

Janmaat kreeg onder meer een anonieme brief over banden tussen een provincieambtenaar en de zandwinners. De ambtenaar verleende vergunningen aan zandwinners en zou tegelijk, via zijn eigen bureautje, de bedrijven betaalde adviezen verstrekt hebben. De ambtenaar vertrok naar de provincie Noord-Brabant. Daar werkte hij als hoofd ontgrondingen toen vanuit Gelderland gewaarschuwd werd voor zijn mogelijke dubbelrol. ,,Er was een goed gesprek met de betrokkene'', zegt hoofd afdeling bodem en afvalstoffen ir. F.P. van Schagen van de provincie Noord-Brabant. ,,De man bevestigde tot tweemaal toe schriftelijk dat hij nooit adviezen gaf aan de zandsector.'' Een verzoek om de administratie van zijn juridisch adviesbureau in te zien, bleef echter uit. ,,Waarom ook'', vraagt Van Schagen zich af. ,,Een ambtenaar hoort integer te zijn en wij hebben nooit harde bewijzen gekregen dat er relaties waren met zandwinbedrijven.''

Zo'n relatie blijkt toenmalig Gelders gedeputeerde J. van Dijkhuizen (CDA) wel te hebben gehad. Hij stond op de loonlijst van een bedrijf dat behoort tot een concern dat in zijn provincie zand wint. Van Dijkhuizen was van 1987 tot eind 1997 lid van het college van GS, de laatste maanden zelfs waarnemend commissaris van de koningin. Tussen 1991 en 1995 had hij onder meer landbouw, landinrichting en waterbeheer in zijn portefeuille.

Van Dijkhuizens band met de zandwereld was niet algemeen bekend. Bekend was alleen dat hij sinds 1 januari 1993 `een commissariaatje' had bij Van der Wal Beheer BV in het Friese Lemmer. Weinigen wisten dat deze holding gecontroleerd werd door Fernhout BV in Zwolle. Die was en is via Van Roosmalen's Transport- en Handelsmaatschappij in Maastricht aandeelhouder van de Maatschappij tot verwerving van Industriezand (MIV) BV. Dit is een van de bedrijven die de zandwinning controleren.

In de periode dat Van Dijkhuizen zijn bijbaan had, namen GS belangrijke besluiten over grootschalige ontgrondingen. In 1993 mocht MIV BV meedoen met de ontgronding in Maasbommel. Een jaar later volgde een verdeling van de zandwinmarkt in Gelderland, Limburg en Brabant ten gunste van MIV BV en de Limburgse baggeraar Smals. Beide bedrijven maakten werk- en marktverdelingsafspraken in Nederzand BV, een inmiddels door de Nederlandse Mededingingsautoriteit verboden kartel.

Collega-gedeputeerde J. de Bondt (VVD, ontgrondingen) zegt in 1995 gehoord te hebben van de link van zijn collega met de zandsector. De Bondt sprak er Van Dijkhuizen op aan en adviseerde hem de bijbaan op te zeggen. De Bondt: ,,Ik zei tegen Jan: `Joh, is dat wel zo verstandig?' We spraken er over en in één minuut was hij het met mij eens.'' Van Dijkhuizen stapte op als commissaris. Aan de kwestie werd geen ruchtbaarheid gegeven.

Na zijn vertrek in 1997 richtte Van Dijkhuizen Trinova VOF op voor het geven van advies ,,met betrekking tot ruimtelijke ordening, planologie, woningbouw, water- en wegenbouw, bestuurlijke zaken, handschriftverbetering, schrijfstoornissen, dyslexie en kalligrafie, alles in de ruimste zin des woords''. Adviezen aan de zand- of kleisector geeft hij naar eigen zeggen niet, op één enkele uitzondering na. ,,Ik vind niet dat ik de schijn van belangenverstrengeling heb gewekt,'' reageert Van Dijkhuizen. ,,Ook de andere GS-leden hadden er geen problemen mee. Hoe ik aan dat baantje kwam? Via, via, zoals dat gaat. Wat ik ermee verdiende? Het bedrag doet niet terzake.''

Het blijkt niet de enige keer te zijn geweest dat de zandwinners een gedeputeerde voor zich wonnen. Mr. H. Bergamin (CDA, ruimtelijke ordening) aanvaardde, na zijn vertrek als gedeputeerde, in 1986 een commissariaat bij Van Roosmalen's Transport- en Handelsmaatschappij BV, de mede-aandeelhouder van MIV BV. Al midden jaren tachtig kocht die maatschappij veel gronden in Gelderland nadat GS, waartoe Bergamin tot april 1985 behoorde, de Keuzenota Industriezandwinplan Gelderland hadden vastgesteld. Bergamin, tegenwoordig burgemeester van het Gelderse Bemmel: ,,Ik ben gevraagd vanwege mijn grote kennis van dit gebied. Ik ken de mensen. Maar lobbyen doe ik niet en er is geen relatie met mijn vorige baan.''

Oud-voorzitter Janmaat van de Commissie Zand wist, zoals het gros van de provinciale politici, niets van de bijbanen. Janmaat: ,,Het roept grote vraagtekens op als een gedeputeerde die eerder direct of indirect betrokken was bij vergunningverleningen aan de zandwinners meteen na zijn vertrek een betaalde bijbaan ontvangt van diezelfde sector. En een gedeputeerde die besluiten neemt over ontgrondingen en tegelijkertijd een betaalde bijbaan heeft bij een van de betrokken bedrijven, dat is helemaal politiek laakbaar.''

    • Joep Dohmen