`Energie besparen kan beter'

Nederland kan vrij simpel meer energie besparen, zegt expert M. Duineveld. Dat zou ook de uitstoot van broeikasgassen helpen verminderen. De Tweede kamer bespreekt vandaag de Klimaatnota van minister Pronk, waarin dat doel centraal staat.

Economische Zaken en de energiebedrijven laten grote mogelijkheden voor energiebesparing liggen, vindt energiedeskundige Martien Duineveld. ,,Ze richten zich op dure projecten voor zonne-energie, terwijl je met eenvoudige en goedkopere technieken het energieverbruik snel kan terugdringen. Dat stelt Nederland veel beter in staat zijn ambities voor vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te realiseren.''

Duinevelds oordelen maken hem in Den Haag niet geliefd. Minister Jorritsma (Economische Zaken) verwees hem naar haar ambtenaren, maar de directeur-generaal Energie beantwoordt zijn brieven niet meer. Staatssecretaris Remkes van Volkshuisvesting wil niet met hem praten.

Toch laat Duineveld zich niet uit het veld slaan. ,,Vandaag praat de Tweede Kamer over de Klimaatnota van minister Pronk, met doelstellingen voor de CO2-reductie (kooldioxide ) waarvoor Nederland in Kyoto zijn nek heeft uitgestoken. Als het de politiek werkelijk ernst is met het klimaatprobleem, wordt het hoog tijd voor een bijstelling van beleid.''

Om de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide tegen het jaar 2010 met 10 miljoen ton te verminderen heeft de overheid subsidies en fiscale stimulansen (voor bedrijven en huishoudens, onderzoek) bedacht die oplopen van 690 miljoen gulden dit jaar tot 910 miljoen in 2001. Duineveld (57) werkte dertig jaar als bouwkundige voor de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle. Hij deed daarbij zoveel ervaring op met energiebesparing dat hij zich nu zelfstandig heeft gevestigd als adviseur voor duurzaam bouwen. ,,In de contacten met beleidsmakers is dat een handicap. Ze denken dat ik een commercieel belang heb bij energiebesparing, en voor een deel klopt dat ook. Maar verreweg de meeste van mijn adviezen over doelmatig energieverbruik hebben niks met mijn bedrijf van doen.''

Speerpunt in Duinevelds kritiek is de ,,weeffout'' dat de advisering over zuiniger gebruik van aardgas en elektriciteit is opgedragen aan de distributiebedrijven die ook energie verkopen. ,,Die hebben eigenlijk geen belang bij minder energieverbruik, maar bij een hogere omzet, zeker nu ze van nutsbedrijven veranderen in commerciële ondernemingen. Het is alsof je voetballers een premie geeft op niet-scoren.''

In de geliberaliseerde energiemarkt moet de adviestaak aan een onafhankelijke partij worden opgedragen, vindt Duineveld, ,,aan mensen die dat echt vanuit hun roots willen. Bijvoorbeeld de milieubeweging, de Consumentenbond of een vereniging van energieverbruikers. Dan krijg je pas echte marktwerking.''

,,Er zijn legio mogelijkheden om enorme besparingen te boeken, maar de energiebedrijven maken daar geen echt beleid voor. Je kunt het zien aan de tv-spotjes met actrice Loes Luca. Zij noemt daarin `de tuinverlichting', maar zegt niet: laat die toch uit. Nederland staat vol kantoren met tl-balken die de hele dag branden. Volgens de normen van Philips zou de lichtopbrengst 500 Lux moeten zijn, terwijl volgens de Arbowet 200 Lux voldoende is. Technische menskunde van TNO gaat uit van 300. Als je ook nog eens massaal overschakelt op een daglichtafhankelijke schakeling, bespaar je de helft. Een onvoorstelbare hoeveelheid stroom'', zegt Duineveld.

,,We hebben 2 miljoen oudere woningen zonder vloerisolatie. Daarvan kan tweederde vrij eenvoudig worden geïsoleerd, bijvoorbeeld als bewoners de vloerbedekking vernieuwen. Dat levert per jaar een besparing van 270 miljoen kuub gas op. De energiebedrijven voeren op dit punt een matig beleid. Ze geven wel voorlichting, maar pakken het niet systematisch samen met de gemeenten aan.'' Ander voorbeeld: ,,Veel mensen hebben nog elektrische boilers en kleine keukenboilers onder het aanrecht. Dat zijn inefficiënte stroomverslinders die je moet vervangen door aardgasapparaten. Zoiets kun je grootscheeps per wijk en per woningbouwvereniging aanpakken.''

Het nieuwe Energie Prestatie Advies (EPA) dat Economische Zaken en VROM hebben ontwikkeld, en dat bewoners en bedrijven kunnen vragen bij bevoegde ondernemingen, noemt Duineveld een traag en contraproductief instrument. ,,Ingewikkeld, duur en arbeidsintensief. Bovendien vormt het een drempel voor veel mensen. Als gemeenteambtenaar heb ik onder bewoners van vooroorlogse woningen een enquête gehouden. Op basis daarvan kregen ze snel inzicht in de energieprestatie van hun huis en tegelijk advies voor verbetering en hoe ze daarvoor subsidie kunnen krijgen.''

Een woordvoerster van Economische Zaken noemt Duineveld ,,geen kwaaie vent''. ,,Wij willen niet zeggen dat hij op onderdelen van zijn betoog ongelijk heeft, maar hij gooit werkelijk alles op één hoop. Dat maakt de communicatie moeilijk. Van het Energie Prestatie Advies verwachten wij een meer structurele aanpak van energiebesparing. Wie zo'n advies vraagt en er een deel van laat uitvoeren krijgt het gratis.''

EnergieNed, de federatie van energiebedrijven, erkent dat het wat vreemd aandoet de sector zelf besparingsadvies te laten geven. ,,Alsof je de slager opdraagt om vegetarische maaltijden te verkopen'', zegt een woordvoerder. ,,Maar onze bedrijven hebben heel veel kennis over energiebesparing in huis en die passen we toe. Ons uitgangspunt is om met zo weinig mogelijk geld zoveel mogelijk te besparen. We geven voorlichting over alle mogelijkheden en subsidies, maar we letten goed op kosteneffectiviteit. We wijzen ook op het energieverbruik van bijvoorbeeld tuinverlichting en waterbedden, maar we willen mensen zelf laten kiezen.'' Energie-onderzoeker André Faay, verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht, steunt Duinevelds pleidooi grotendeels. ,,Als je meer gebruikmaakt van passieve zonne-energie (meer zon en daglicht in gebouwen en woningen binnenlaten) en isolatie, boek je sneller resultaat. Wij doen hier meer onderzoek naar energiebesparing en een nieuwe energievoorziening op lange termijn, die zeer grote aanpassingen vergt. Het klimaatprobleem is benauwend, de emissies moeten in twintig jaar zo'n 30 procent omlaag. Daar moeten we zwaar op inzetten. Bedrijven willen best investeren, maar alleen in oplossingen die in heel korte tijd worden terugverdiend. Zij streven naar hogere winst om de aandeelhouders tevreden te stellen. Op die manier komen we er echt niet.''

    • Theo Westerwoudt