EEN STERKE KOP OP EEN STERKE ROMP

Een oude bekende is terug aan het schaatsfirmament. De bijna 28-jarige Gerard van Velde, vorig jaar nog na een lange lijdensweg gestopt, kwalificeerde zich gisteren bij de seizoensouverture in Utrecht op de 500 meter voor de eerste World-Cupwedstrijd in Berlijn (27/28 november).

Zijn teamgenoot Rintje Ritsma noemt het ,,een uit de hand gelopen grap''. Gerard van Velde zal het niet ontkennen. De slagerszoon uit Heerde was volledig afgeschreven voor het topschaatsen. Zeker met zo'n sterke sprintelite als het nationale hardrijden momenteel rijk is. Na een faliekant mislukt avontuur in het marathonpeloton besloot de viervoudige Nederlandse kampioen op de korte afstanden eind 1998 een punt te zetten achter zijn loopbaan. Hij concentreerde zich vanaf dat moment op de verkoop van (jonge) tweedehands auto's, zoals exclusieve Jeeps.

Tot hij in juni een keer ging trainen met Ritsma. ,,We wilden er een gezellig dagje van maken'', herinnert de huidige wereldkampioen allround zich. ,,Overdag trainen in de omgeving van zijn huis in Heerde en 's avonds zouden we een kijkje nemen bij een autoveiling. Toen heb ik hem voorgesteld: `joh, zou je niet mijn teammaatje willen worden? Ik zoek nog een sparringpartner'. Het leek hem wel leuk. Zo is het balletje gaan rollen. Het is een gezellige jongen. We zijn elkaar vorig jaar veel tegengekomen in Dronten, waar hij met de marathonrijders trainde.''

Van Velde ging in augustus met de Sanex-ploeg van Ritsma mee op trainingskamp. In Inzell bleek vervolgens dat hij aan kracht weinig heeft ingeboet. Bij een van zijn eerste vijfhonderd meters liet hij 36.9 seconden noteren. Dat culmineerde gisteren onder mindere omstandigheden in een tweede tijd (37.60) op de sprint van de strijd om de City Bokaal in Utrecht. Alleen de uiteindelijke winnaar bij de mannen Jan Bos (36.68) bleef hem voor. Van Velde versloeg wel Leeuwangh, Ritsma, om nog maar te zwijgen van Postma, die weer eens onbeholpen door de laatste binnenbocht gierde. Op de kilometer bleek Van Velde nog te kort te komen. Met 1.15,33 moest hij veel toegeven op Bos, die met 1.12,96 liet zien klaar te zijn voor een nieuw seizoen.

Maar Van Velde had het enige resterende deelnemersbewijs voor de World Cup in Berlijn (Bos, Wennemars, Leeuwangh waren reeds aangewezen, red.) op zak. En dat was iets wat hij een paar maanden geleden niet voor mogelijk had gehouden. Na een afwezigheid van anderhalf jaar gaat hij in de Duitse hoofdstad doodleuk weer de strijd aan met de internationale sprinttop. Zonder pretenties dit keer. ,,Ik zie wel waar het schip strandt'', lachte hij gisteravond op de kunstijsbaan in Utrecht, waar Marianne Timmer bij de vrouwen zegevierde. ,,Toen ik anderhalf jaar geleden stopte voelde ik me sterker dan nu. Maar mijn techniek is verbeterd en dat zie ik nu al aan de tijden. Anderhalf jaar rust heeft me mentaal ook goed gedaan. Maar ik ben niet meer gewend twee keer per dag te trainen. Ik heb een trainingsachterstand die ik niet snel zal inlopen. Daarom leg ik me voorlopig toe op de 500 meter. De NK afstanden zijn een doel. Ik zal me voor heel veel wedstrijden dienen te kwalificeren. Zelfs voor de IJssel Cup van komend weekeinde moet ik morgenavond een wedstrijdje rijden.''

De sponsor van Ritsma heeft hem nog geen contract voorgelegd. Van Velde: ,,We hebben afgesproken dat ik eerst ga schaatsen en achteraf eventueel een vergoeding krijg. Ik ben natuurlijk niet gebudgetteerd. Wat ik doe is pure hobby. Ik zal op de trainingen de rest van de ploeg helpen met tempoversnellingen. En die autobusiness, tja dat ligt even stil.'' Ritsma geeft Van Velde de vrijheid weer aan wedstrijden deel te nemen. ,,Hij moet zijn eigen weg gaan. We zien wel hoe het zich verder ontwikkelt.'' Ritsma probeerde de prestatie van Van Velde in Utrecht te relativeren. ,,Voor Gerard is het een geweldige opsteker. Maar ik zag hier bij anderen veel misslagen. Als hij zich voor slechts zeventig procent hoeft te geven kan hij momenteel goed rijden. Wanneer hij gedwongen wordt alles uit de kast te schaatsen wordt het te gehaast en vervalt hij in oude technische fouten.''

Gerard van Velde blonk op jeugdige leeftijd uit in verscheidene sporten. Hij kon aardig tennissen en trainde op de mountainbike weleens met zijn dorpsgenoot Jacco Eltingh. Hij was ook een verdienstelijk zwemmer, gezien zijn negende plaats op een provinciekampioenschap. Ook voor wielrennen bezat hij talent, maar de Heerdenaar bleek toch vooral in de wieg gelegd voor de schaatssport. In het seizoen 1990-'91 werd hij voor het eerst opgenomen in de kernploeg. In 1992 baarde hij tijdens de Olympische Winterspelen van Albertville opzien door op eenhonderdste seconden de bronzen medaillewinnaar te benaderen van de 1.000 meter. Tussen het goud van de verrassende olympische kampioen Olaf Zinke en zijn vierde plek zat slechts achthonderdste seconde. Enkele dagen eerder had Van Velde al brutaal de vijfde plek op de sprint opgeëist. Hij bracht sprintcoach Wopke de Vegt in een jubelstemming. ,,De wereldtop zal nog bang worden van deze absolute belofte'', riep De Vegt opgewonden. ,,Hij is gigantisch atletisch en mentaal zit er bij hem een sterke kop op de romp.''

Alle mooie voorspellingen ten spijt, Van Velde zou ze niet waarmaken. Alleen in Nederland was hij onaantastbaar. Dat bleek eerder een nadeel. Hij kon zich slechts enigszins optrekken aan Arie Loef. Mede daardoor kreeg hij internationaal nooit aansluiting met de sprintsterren. Van Velde was zo sterk als een reus. De Vegt legde weleens een gewicht van 180 kilo op z'n rug. Dat bracht hem niet aan het wankelen. Maar zijn techniek, met name in de bochten, was gebrekkig en deed hem menigmaal in de stootkussens belanden. Hij werd bovendien vaak achtervolgd door pech. Zoals in 1995, toen hij met 1.12,26 op de 1.000 meter in Calgary negenhonderdste onder het wereldrecord van Myabe dook. Die snelste tijd werd echter nooit erkend omdat hij bij de kruising zijn opponent Kuroiwa had gehinderd. Van Velde trof het niet dat de sprintploeg enkele jaren geleden tijdelijk werd opgeheven.

De Spelen van Lillehammer ('94), waar hij zijn hoogtepunt had moeten bereiken, verliepen dramatisch voor Van Velde. Op de sprint moest hij genoegen nemen met een 21ste plek en op de 1.000 meter werd hij negende. Na de WK afstanden in Calgary ('98), waar hij op de 500 meter werd gediskwalificeerd, besloot Van Velde afscheid te nemen van het sprinten. Hij trad enkele maanden later toe tot de marathonploeg van Henk Angenent, maar hij zou geen enkele honderdrondenwedstrijd voltooien. Ontgoocheld gooide hij zijn schaatsen op 10 december 1998 definitief in de kast. De intrede van de klapschaatsen was hem fataal geworden. Daarmee leverde hij een voortdurend gevecht.

Maar ziedaar, Sanex-coach Geert Kuiper heeft hem schijnbaar in de afgelopen maanden van dat trauma verlost. Ook schaafde de voormalige sprinter met succes aan de bochtentechniek van Van Velde. ,,Met behulp van videobeelden hebben we daar wat aangedaan'', aldus Kuiper. ,,Ik kon me van vroeger herinneren dat het vaak net leek of iemand hem in de bochten de tribune op wilde trekken. Hij steunde te veel op zijn linkerbeen. En op de rechte stukken was hij te vaak met zijn lichaam aan het zwieren.''

Al die technische onvolkomenheden moeten Peter Mueller toch ook zijn opgevallen toen hij Van Velde een jaar onder zijn hoede had. Maar de succescoach heeft er in ieder geval niets aan kunnen doen. Ook de problemen met de klapschaats kon Mueller niet wegnemen. ,,Ik heb er destijds alles aangedaan'', zegt de Amerikaan van concurrent Spaar Select. ,,Maar het was een pure mentale aangelegenheid. Gerard geloofde niet in de klapschaats en dan sta je als coach machteloos. Nu is hij over dat idee heengestapt. Van Velde oogt nog erg fit, hij heeft niet echt een jaar gemist. Hij kan nog goede races rijden. Ik vind deze ontwikkeling wel leuk. Ik zie geen reden waarom hij niet weer aan wedstrijden gaat meedoen.''

    • Erik Oudshoorn