DNA-profiel bij verlof zedenpleger

Zedendelinquenten die gebruik willen maken van een proefverlof zouden dat alleen mogen als ze van tevoren een zogenoemd DNA-profiel laten afnemen.

Mochten ze zich tijdens het verlof aan een slachtoffer vergrijpen, dan is het door vergelijking van het beschikbare DNA een stuk eenvoudiger te bewijzen dat zij de dader zijn. Minister Korthals (Justitie) zei gisteren in het televisie-programma Buitenhof serieus te overwegen zedendelinquenten aan die voorwaarde te houden en vraagt daarover advies aan de Centrale Raad voor de Rechtspleging.

Het heeft volgens de bewindsman weinig zin om van iedere gedetineerde die met proefverlof wil een `DNA-vingerafdruk' te eisen. Die verplichting geldt overigens al wel voor veroordeelden die minimaal acht jaar cel hebben gekregen. De minister heeft bij de Tweede Kamer al een wetsvoorstel ingediend om die termijn terug te brengen tot vier jaar.

Korthals erkende gisteren dat met het afnemen van zo'n DNA-profiel inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke integriteit van de veroordeelde. Maar die inbreuk kan zich laten rechtvaardigen door bepaalde omstandigheden, meent de bewindsman. Korthals herhaalde dat hij veel begrip heeft voor de emoties van buurtbewoners, die een zedendelinquent in hun wijk zien terugkeren nadat die zijn straf heeft uitgezeten.

Hij wees er echter ook op dat iedereen die zijn straf heeft uitgezeten de kans moet krijgen terug te keren in de maatschappij. Wel vindt hij dat zedendelinquenten na het uitzitten van hun straf nog drie jaar onder toezicht van de reclassering zouden moeten blijven, ook als de rechter een advies van behandelaars daartoe naast zich neer heeft gelegd. Korthals zegt `na te willen denken over de vraag of in sommige gevallen over moet worden gegaan tot chemische castratie'. Daarmee wordt beoogd door toediening van hormonen of psychofarmaca seksuele prikkelingen bij veroordeelden te onderdrukken.

Vooruitlopend op de behandeling van de Justitiebegroting in de Tweede Kamer heeft de fractie van GroenLinks vandaag een `zeven-puntenplan' gepresenteerd voor de aanpak van daders met een psychische stoornis. Aanleiding daartoe is het ,,aantal gruwelijke moorden op minderjarige meisjes van de afgelopen maanden''.

De fractie vindt dat gebrek aan therapie een geslaagde herintreding van gestraften in de weg staat en wil voor intensieve behandeling structureel 20 miljoen gulden extra vrijmaken op de begroting. Bovendien wil GroenLinks een wetswijziging die het mogelijk maakt zedenplegers en criminelen met een psychische stoornis naast hun celstraf vaker een voorwaardelijke straf en een langere proeftijd op te leggen.

Via een voorwaardelijke straf kunnen voorwaarden aan de veroordeelde worden gesteld, zoals de eis mee te werken aan een behandeling. Wie zich daaraan niet houdt, moet terug naar de gevangenis. Nu is dit alleen mogelijk bij celstraffen tot drie jaar.

Juist bij langere straffen moet een voorwaardelijke straf opgelegd kunnen worden, meent GroenLinks. De voorwaardelijke straf zou volgens de partij omgerekend ongeveer eenderde van de onvoorwaardelijke straf moeten zijn.