Aimabele `vriend' is gevaarlijke opponent

De nieuwe dijkgraaf van het poldermodel heet Jacques Schraven. Vrijdag volgt hij Hans Blankert op als voorzitter van de werkgeversvereniging VNO-NCW. De twee zijn onvergelijkbaar. De confronterende Blankert maakt plaats voor de aimabele Schraven. Maar diens charmante schijn bedriegt: ,,Je moet met Schraven verschrikkelijk goed oppassen.''

De media, daar zit de nieuwe werkgeversvoorman niet echt op te wachten. De schijnwerpers waarin mr. J.H. Schraven, levenslang werknemer van Shell, zal komen te staan nadat hij op 5 november is geïnstalleerd als voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW, bezwaren hem nu al. ,,Dat vind ik een van de moeilijkste kanten van deze functie.'' En dat terwijl de drie bondgenoten van het zogenoemde poldermodel, de voorzitter van de grootste vakcentrale FNV, de voorzitter van de grootste werkgeversclub VNO-NCW en de voorzitter van de ministerraad, elkaar juist via de media toespreken, de maat nemen, de loef afsteken.

De voorganger van de 57-jarige Schraven, Hans Blankert, deed niets liever dan met bedachte oneliners zijn twee tegenstrevers via tv, radio en krant op hun plaats te zetten. ,,Van hard werken krijg je geen stress'', voegde hij werknemersvoorzitter Lodewijk de Waal toe tijdens diens campagne voor verlaging van de werkdruk. ,,Wij schrijven regeerakkoorden'', was de uithaal naar het kabinet. Aan de media-vrezende Schraven is een dergelijke aanpak minder besteed. Zijn medewerkers kunnen zich wel wat bij die angst voorstellen en denken dan aan de toespraakjes die een hevig schutterende Schraven voor het personeel hield.

Dat heeft misschien niet zozeer met het spreken in het openbaar te maken, opperen onder meer zijn vroegere studiegenoten, maar meer met Schravens onzekerheid als het gaat om menselijke verhoudingen. Schraven mag dan unaniem als uiterst charmant, aimabel en voorkomend worden bestempeld, niemand vindt hem een `mens-mens'. ,,Ik kan me niet herinneren dat Jacques een maatje had, zoals iedereen een boezemvriend of -vriendin heeft'', zegt dispuutgenoot G. Peijs, nu directeur van een stichting van zieken- en verzorgingshuizen. Een aangename kerel, daar niet van, vlot gebekt ook en een uitblinker in het debat. ,,Maar een kameraad was het niet en in de kroeg zag je hem zelden. Ambitieus: hij snapte dat er ooit een tijd ná de studie kwam.''

Verschillende disputen wilden Schraven hebben toen hij in 1963 aankwam om rechten te gaan studeren. Na zijn ontgroening – Schraven werd als enige niet kaalgeschoren omdat hij in het leger was geweest – koos hij voor A.v.i.s. (Ach vriend ik sterf) dat in 1928 was opgericht met de doelstelling `In alle stilte de redder van de West-Europese cultuur voort te brengen'. E. Kuiper, nu psycholoog, ontgroende Schraven en droeg hem voor voor het dispuut. ,,Jacques had een opmerkelijke combinatie van eigenschappen: kordaat en zelfverzekerd zonder dat hij brutaal was. Zeg maar: plezierig arrogant.'' A.v.i.s. heeft het geweten: ,,We hebben niemand in het dispuut die het zó ver heeft geschopt als Schraven'', zegt de huidige dispuutvoorzitter, Jan Hidde van Knippenberg, over de latere president-directeur van Shell Nederland.

In Nijmegen zelf schopte Schraven het tot preses van het corps waarvan vrijwel elke student in Nijmegen lid was en viel hij op door brallende en blatende ouderejaars te verleiden met hem in discussie te gaan, waarna de jonge Schraven hen tot de veters toe afbrandde. Kort stond de preses in de nationale belangstelling toen hij op het Journaal verscheen als organisator van 's Neerlands eerste teach-in, een `discussiecollege' met studenten en hoogleraren. ,,Reuze spannend'', vond de latere mevrouw Schraven die naar haar ,,vrijer'' op tv zat te kijken.

Schraven wilde na zijn studie in 1968 per se bij Shell werken. Hij wilde onderaan een ladder met vele sporten beginnen, hij wilde naar het buitenland én hij wilde niet een juridisch specialist worden, maar meer een allrounder. De jurist meende in de oliemaatschappij de combinatie te zien, maar vroeg zich na drie jaar Shell af: `Is dit het nou?' ,,Toen hebben ze hem snel naar het buitenland gestuurd'', vertelt mevrouw Schraven.

Schraven zou bijna tot zijn pensioen bij één en dezelfde werkgever blijven en werd een echte `Sheller'. Dat is iemand die denkt dat de wereld om Shell draait, sterker: Shell ís de wereld. De weg die Schraven op werd gestuurd, voerde van Curaçao en Venezuela, via Londen, Den Haag en weer Londen naar Argentinië waar hij ten tijde van de Falklandoorlog president-directeur werd van de Shellmaatschappijen aldaar. Schraven was als hoogste baas van een als puur Brits gepercipieerde multinational de personificatie van het kwaad. Tot schrik van Shell-bonzen ging Schraven ook nog eens op bezoek bij Argentijnse vakbonden. Dat hoorde helemaal niet, vertelde Schraven in het blad van VNO-NCW, Forum. Het leverde ook niets op, omdat vakbondsleiders vreesden hun achterban kwijt te raken als men erachter zou komen dat ze met een ondernemer hadden gesproken.

Argentinië bleek een voorbode van de kroon op de Shell-carrière van Schraven: in 1997 werd hij wederom president-directeur, maar nu van Shell Nederland. ,,Schraven was al geruime tijd een kandidaat'', vertelt de vorige hoogste baas van Shell, C. Herkströter. ,,Hij had het in Argentinië immers goed gedaan in een vergelijkbare functie. En ook belangrijk: Schraven was beschikbaar.''

Volgens zijn medewerkers was de benoeming tot president-directeur Shell Nederland niettemin een teleurstelling voor Schraven: zijn kansen op een plek in het hoogste orgaan van Shell, de Committee of Managing Directors (CMD), was daarmee definitief verkeken. Schraven had daarmee een van zijn schaarse nederlagen geleden.

Mensen die voor Schraven hebben gewerkt typeren hem als `machtsman'. Als het afgeleverde werk de CMD niet `pleasde', hoefde de verantwoordelijke werknemer ook niet altijd op steun van zijn baas te rekenen. Anderzijds: zat je op de afdeling van Schraven dan zat je veilig, want hij beheerste het machtsspel voldoende om bezuinigingen grotendeels af te wenden. Anderen spreken van een `baas van de oude stempel', die zich strak hield aan de hiërarchische verhoudingen. Bij Schraven kwam zelden een compliment over de lippen. ,,Mijn man komt wat bezadigd over'', verklaart de vrouw van Schraven, ,,vooral op jonge mensen''.

In de benoeming tot chef van Shell Nederland school ook Schravens tweede nederlaag. De decentrale structuur van Shell werd omgezet in een centrale, waardoor `landendirecteuren' als Schraven niet langer verantwoordelijk waren voor koers, strategie en het financiële resultaat. Aldus verloor de president-directeur van Shell Nederland directe zeggenschap over Pernis, de chemie, de benzineverkoop en investeringsbeslissingen. Het enige dat overbleef was de juridische verantwoordelijkheid voor de activiteiten van de dochtermaatschappijen van Shell Nederland. Ware `vechtersbaas' Jan Slechte, de voorganger van Schraven, nog president-directeur geweest, dan had Herkströter dit alles er nooit door kunnen drukken, zo is de mare op de Nederlandse Shell-burelen.

Klaas Terpstra, de voorzitter van de centrale ondernemingsraad van Shell, ziet het precies omgekeerd. ,,Dat Shell Nederland nog bestáát is juist aan Schraven te danken.'' Met de nieuwe VNO-NCW-voorzitter moet je ,,verschrikkelijk goed oppassen'', weet Terpstra na de nodige onderhandelingen met Schraven. Onderhandelingspartners van Schraven hebben vooral de behoefte om vrienden met hem te worden. Hij is immers zelf ook zo aardig. ,,Dat maakt het enorm moeilijk alert te blijven'', zegt Terpstra. ,,Hij weet dat niemand boos op hem kan worden. Maar ik waarschuw zijn toekomstige onderhandelingspartners: onderschat hem niet. Voor je het weet zit je je thuis af te vragen: `wat heb ik in godsnaam binnengehaald?' Dan heb je wel veel gelachen en een leuke dag gehad, maar heeft Schraven aan het langste eind getrokken.'' Liever had hij een onaangename onderhandelingspartner gehad die louter tegenstellingen ademt. ,,Dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Dan weet je dat je moet knokken.''

Volgens de Rotterdamse wethouder Simons is Schraven wel bereid tot het sluiten van een compromis, zonder dat dit een uitgangspunt is. ,,En als er dan een compromis wordt gesloten, dan zal Schraven het ook uitdragen als een compromis en niet als een overwinning, wat je in werkgevers-werknemersoverleg nogal eens ziet.'' Zo is Rotterdam al jaren in conflict met Shell over de vraag of de uit Rotterdam weggetrokken werkgever wel of niet 100 miljoen gulden achterstallige belasting moet betalen. ,,Schraven was bereid geweest dat op te lossen'', meent Simons.

Het profiel van de oud-Shell topman is volledig toegesneden op de strategie die VNO-NCW de komende drie jaar, de zittingsperiode van Schraven, gaat voeren. Het belangrijkste voor de werkgeversvereniging is dat Schraven uit een onderneming komt en niet bijvoorbeeld uit de wetenschap of voorzitter is van een van de bij VNO-NCW aangesloten werkgeversverenigingen. Een ondernemer als voorzitter bindt de leden en kan het lobby-verhaal over ondernemingen het best vertellen.

Ook belangrijk: de internationale ervaring van de nieuwe voorzitter, die zich gemakkelijk beweegt in het milieu van de grote ondernemingen. VNO-NCW wil de aandacht meer verleggen naar het buitenland en een leidende rol spelen in de Europese werkgeversclub Unice, niet in de laatste plaats gezien het onevenredig grote aantal multinationals dat Nederland kent. En de werkgevers willen door met het poldermodel, met constructief overleg, met kortom het bondgenootschap met werknemers, kabinet en milieubeweging.

Polariserende ondernemers zoals Boonstra en Timmer vallen op grond van dit laatste af voor de voorzittersfunctie. Schraven, de man die altijd het overleg zoekt, scoort op alle VNO-NCW-prioriteiten, met als extra pre dat hij geen politiek profiel heeft en volgens zijn vrouw hooguit neigt naar het CDA. ,,We stemmen heel bewust.'' Voorzitters van VNO en NCW en later VNO-NCW zitten met hun politieke pre-occupaties steeds dicht tegen het CDA aan, maar nu deze partij ver verwijderd is geraakt van regeringsdeelname, heeft een a-politieke werkgeversvoorzitter de voorkeur.

Schraven zal een preciezere voorzitter zijn dan Blankert, denkt werknemersleidsman De Waal. ,,Schraven zal zo'n misstap als van Blankert `wij schrijven regeerakkoorden' nooit maken. Hij zal zich meer op de inhoud richten. Volgens mij gaat Schraven de SER-adviezen wel lezen. Blankert deed dat nooit.''

De uitstraling van Blankert en Schraven mag dan verschillen, het resultaat van hun optreden zal hetzelfde blijken te zijn, meent oud-minister Wijers van Economische Zaken. ,,Ook Schraven zal met thema's komen die niet bij iedereen even goed liggen.'' Wijers kwam eind 1997 in aanvaring met Schraven. De president-directeur haalde tijdens een persconferentie ongekend fel uit naar het beleid van Wijers om meer concurrentie toe te staan op de benzinemarkt. ,,Volgens mij schrok Jacques er zelf van'', zegt Wijers nu. ,,Hij is normaal gesproken de diplomaat die op een heel charmante manier de zaken zeer to the point weet te zeggen.''

Alleen: die gebrekkige media-uitstraling. ,,Wees jezelf Jacques, ben niet bang om fouten te maken'', was het advies dat Schraven van de werkgeversclub mee krijgt. Maar het blijft knagen, zo blijkt uit het interview waarmee Schraven in Forum aan VNO-NCW werd voorgesteld. ,,Eerlijk is eerlijk, ik heb me nadrukkelijk afgevraagd: hoe kom ik over?'' Want die plek onder de schijnwerpers, ,,dat is niet een positie die ik van nature prefereer''.

    • Robert Giebels