Advocaten mogen zich niet beroepen op de mazen in de wet

Door een lacune in de wetgeving zijn tientallen verdachten tussen 1988 en 1994 ontkomen aan veroordeling tot dwangverpleging, zo werd vorige week bekend. Hoewel niet de advocaat verantwoordelijk is voor de mazen in de wet, draagt hij wel verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het rechtsbedrijf, meent Hendrik Kaptein.

Advocaat Korvinus wist dat zijn ter beschikking van de staat te stellen cliënt – die nu de hoofdverdachte is in de zaak van de vermoorde Sybine Jansons – levensgevaarlijk was. Toch raadde hij hem zodanig gebruik te maken van mazen in de wet dat de delinquent op vrije voeten kwam (NRC Handelsblad, 28 oktober). Met dodelijke gevolgen? Het lot van Sybine Jansons kan het doen denken: DNA-onderzoek wijst in die richting.

Natuurlijk is niet de advocaat, maar de wetgever formeel verantwoordelijk voor mazen in de wet. Materieel verantwoordelijk zijn ministers en hun ambtenaren, dommelend in dogmatiek van delinquentenbescherming, ver van de echte wereld van slachtoffers, alsof bescherming van levensgevaarlijke delinquenten op één lijn kan worden gesteld met bescherming van de rechtspositie van mogelijk onschuldige verdachten.

Advocaten zullen dan ook zeggen: wij zijn niet verantwoordelijk voor zulke misstanden. Maar op een gegeven moment zijn die misstanden onherroepelijk daar en maken advocaten er gebruik van. Dat loopt niet altijd goed af. Advocaten die stellen daarmee niets te maken te hebben zijn als omstanders die een einde kunnen maken aan dodelijke mishandeling en zeggen: daar is de politie voor, je weet nooit, misschien loopt het zonder ons toch goed af, wij zijn de moordenaars niet, als wij de politie werk uit handen nemen, dan gaat die zitten slapen.

Allicht is in een betere wereld wetgeving volmaakt en politie afdoend tegen elk mogelijk misdrijf. Maar in de echte wereld komen noodsituaties nu eenmaal voor en die scheppen verantwoordelijkheden voor alle betrokkenen, niemand uitgezonderd, zelfs advocaten niet. Als die verantwoordelijkheden niet worden nagekomen, kunnen doden vallen. Had Korvinus niet gewezen op het gat, dan was zijn cliënt er niet ingesprongen. Korvinus' adviezen hebben er toe geleid dat de delinquent vrijkwam. Dat schiep een levensgevaarlijke situatie, nog afgezien van de mogelijke betrokkenheid van de cliënt bij het misbruik en de dood van Sybine Jansons. Daarmee is de advocaat mede verantwoordelijk voor de gevolgen die zijn cliënt kan aanrichten.

Het gaat hier niet om handelen van een advocaat waardoor een cliënt zijn straf ontloopt en niet meer dan dat. Dat kan advocaten niet altijd worden verweten, want daarmee kan niet meer op het spel staan dan een enkele straf meer of minder. Zeker gevangenisstraf is nogal eens van twijfelachtig nut voor daders én voor de maatschappij. In deze zaak zette een advocaat een acuut belang van leven en dood op het spel. Het ging immers om invrijheidstelling van een delinquent die alleen door terbeschikkingstelling ongevaarlijk kon blijven.

Toch moeten advocaten aan de kant van hun cliënten staan. Zonder morele arbeidsverdeling tussen wetgever, bestuur, rechterlijke macht en advocatuur is er geen behoorlijke rechtsbedeling. Advocaten mogen geen rechters zijn in de zaken van hun cliënten. Anders zouden cliënten mét advocaten slechter af zijn dan zonder.

Maar belangen van cliënten gaan niet boven alles (waarbij het in het geval van de ter beschikking te stellen cliënt van Korvinus nog maar de vraag is of invrijheidstelling de belangen van die cliënt werkelijk diende). Morele arbeidsverdeling is iets anders dan het afschuiven van morele verantwoordelijkheid. Rechterlijke moraal voor advocaten is gevaarlijk, helemaal geen advocatenmoraal is nog veel gevaarlijker. Het kan hoe dan ook niet de bedoeling zijn dat er mét advocaten meer onrecht is, meer doden, strijd en lijden zijn dan zonder.

Advocaten zijn onafhankelijk. Zij hoeven niet alles te doen wat cliënten maar willen (en wat hen zelf goed uitkomt). In ieder geval kunnen advocaten niet zeggen: ik had een juridische plicht om mijn cliënt op een dergelijk spoor te zetten. Nergens in wet of recht is te vinden dat advocaten in het belang van hun cliënten verplicht zijn een beroep te doen op fouten van justitie.

Integendeel: in elke redelijke uitleg van hun beroepseed is het advocaten wettelijk verboden om mee te werken aan het vanzelfsprekende onrecht van levensgevaarlijke omstandigheden. Artikel 3 van de Advocatenwet luidt onder andere: ``[Advocaten] leggen de navolgende eed of belofte af: `Ik zweer [beloof] ... dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.' ''

De wetgever heeft begrepen dat advocaten dingen kunnen doen die niet letterlijk wederrechtelijk zijn maar toch dermate onrechtvaardig zijn dat zij die moeten laten. De zaak van Sybine Jansons laat dat dodelijk duidelijk zien.

Advocaten leggen een eed af omdat zij een vertrouwensberoep hebben. Dat houdt onder andere in dat zij er op moeten kunnen worden vertrouwd zich fatsoenlijk te gedragen, ook in omstandigheden waarin zij daartoe niet zonder meer rechtens kunnen worden gedwongen. Dat klemt des te meer omdat hun vertrouwensberoep betekent dat zij in vertrouwensrelaties met cliënten niet op de vingers gekeken mogen worden.

Vertrouwensberoepen kennen tuchtrecht, maar in het huidige tuchtrecht speelt artikel 3 Advocatenwet ten onrechte nauwelijks meer een rol. De Nederlandse Orde van Advocaten moet dan ook beter nadenken over tuchtrecht en beroepsethiek. Naar huidig tuchtrecht had Korvinus een tuchtrechtelijke veroordeling boven het hoofd kunnen hangen, wegens verkwanseling van cliëntenbelangen als hij zijn cliënt niet in vrijheid had doen stellen. Dat kan natuurlijk niet.

Zonder twijfel kunnen moeilijke dilemma's rijzen, maar die worden in ieder geval niet opgelost door ze eenvoudigweg te ontkennen, in termen van de belangen van de cliënt. Advocaten moeten binnen en buiten hun opleiding leren om niet alleen juridisch en financieel goed na te denken, maar ook moreel en menselijk. Landelijk deken Von Schmidt auf Altenstadt waarschuwde in zijn recente jaarrede voor een advocatuur waarin het alleen gaat om juridische spitsvondigheid en grof geld. Dat is niet goed voor de rechtsbedeling. En niet goed voor mensenlevens, had hij er aan kunnen toevoegen.

Hoezeer het een illusie is dat een verantwoordelijke advocatuur alle doden door gevaarlijke delinquenten kan voorkomen, advocaten dragen net als alle andere betrokkenen een menselijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het rechtsbedrijf. Als de publieke rechtsbedeling door toedoen van advocaten én anderen in gebreke blijft, vallen niet alleen onnodige doden, maar komt er ook ruimte voor volksgerichten, ten koste van onschuldige burgers. Makkelijk is het om af te geven op anti-pedofiel populisme, moeilijker is het om professionele moraal hoog te houden.

Er is geen professionele moraal zonder menselijke moraal. Over zulke moraal kan eindeloos van mening worden verschild, maar niet over uitgangspunten als dat het leven beter is dan de dood. Ook in het recht gaat het uiteindelijk om mensen. Ging het om Sybine Jansons. Zij had uiteindelijk géén advocaat.

Dr. H.J.R. Kaptein is verbonden aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.

    • Hendrik Kaptein