Het nieuws van 1 november 1999

KUNSTJES MET KOOL

Op zuurkool na wordt kool niet veel als groente gegeten. Dat is jammer, want verse kool is lekker en gezond. Kool is bijzonder vezelrijk en bevat voldoende vitamine C in een portie van 100 gram voor de dagelijkse behoefte. 100 gram kool bevat maar 20 tot 35 calorieën en is volkomen vetvrij. Voor de smaak wordt er wat vet gebruikt, maar u kunt die hoeveelheid zelf aanpassen. Een belangrijke tip: neem de pan van het vuur wanneer de kool nog bijtgaar is. Er is niets erger dan platgekookte kool. De doordringende geur van gare kool die in de keuken blijft hangen is het bewijs dat er iets ernstig misgegaan is. De voorbereidingen van deze twee recepten zijn niet ingewikkeld en kosten weinig tijd. Serveer bijv. een gegrilde varkens- of kalfskarbonade met verse salie met de gebakken kool met eiernoedels. Probeer een Thais kipgerecht van kippendijen bij de groene kool met chilipepers. Maak een marinade door fijngehakte knoflook met zout, peper, verse koriander en vers limoensap te pureren en marineer er de kip 1 tot 2 uur in. Rooster de kip op de barbecue of onder de grill. Gebakken kool met eiernoedels: Kook de noedels gaar in een ruime pan gezouten water. Giet ze af. Verhit beide oliesoorten in een grote, zware koekenpan op een middelhoog vuur en bak er de spekreepjes goudbruin in. Schep er de ui door en bak nog circa 5 min. tot de ui gaar is. Voeg de kool en het water toe. Leg het deksel op de pan en laat in ca. 10 min. bijtgaar stomen, waarbij u af en toe omschept. Schep er de noedels door en laat doorwarmen. Breng op smaak met zout en peper. Groene kool met chilipeper: Verhit de olie in een grote pan op een hoog vuur. Doe er de chilipepers en knoflook in en roerbak tot ze goudgeel zijn. Schep er de kool en wat zout door en roerbak ca. 5 min. Neem de pan van het vuur, leg het deksel op de pan en laat ca. 5 min. staan voor het serveren. De kool moet bijtgaar zijn.

Supporter

Het genot van het Nederlandse judo. Al jaren volg ik deze sport op de voet. De wedstrijduitslagen interesseren me geen moer, maar de onderlinge ruzies boeien mij mateloos. Afgelopen weekend werden de Nederlandse kampioenschappen in Den Bosch gehouden en het was weer ouderwetse hoogspanning. Iedereen had zijn eigen route tussen mat en kleedkamer of tussen tribune en toilet. Door een geur van rotte vis nam eenieder zijn eigen omweg om de ander niet te ontmoeten. Het restaurant en de bar werden pas betreden als men zeker wist in welke hoek de vijand stond. En het restaurant moest minstens veertig hoeken hebben. Is dit nieuw? Nee, dit is al jaren zo. Iedere judoka, die met een journalist praat, heeft een bedoeling om via het te plaatsen artikel of uit te zenden interview iemand anders binnen de judobond te kwetsen. Die ander mag een trainer zijn, een bestuurslid, een collega-judoka of een interim-conflictoplosser. De bondsvergaderingen schijnen complete cabaretvoorstellingen te zijn. Modder, modder en nog eens modder. En maar gooien en maar smijten. Heerlijk. Ordinairder dan ordinair. En alle hoofdrolspelers samen vormen een middeleeuws karikaturencarnaval. Voor tekenaars is het smullen. Onenigheid. Altijd maar onenigheid. Nou hoort dat bij sport. Ik weet niet beter dan dat er binnen sportclubs onderling stevig gekrakeeld wordt, maar de judoruzies slaan alles. Ze mogen ook overal over gaan. Over de selectie, over de bondscoach, over de voorzitter, over de clubcoaches, het maakt niet uit. Als er maar bonje is. Dit weekend viel weer een nieuw woord. Het bestuur had voor duizenden guldens een nieuwe wedstrijdmat gekocht. Was helemaal niks, volgens topjudoka Dennis. `Kutmat', sprak hij kort. Heerlijk woord. Danst de komende week door mijn gedachten. Kutmat. Lekker kort en bondig. Kutmat!