Werken voor je aalmoes

,,En zelf wél lekker eten hè, vanavond!'', roept de bedelaar bij de uitgang van de Albert Heijn in het centrum van Den Haag het winkelend publiek na. De meeste mensen negeren zijn aanval op hun schuldgevoel. Bedelen, in Nederland? Dat is toch niet nodig!

Nederland, verzorgingsstaat, kent geen extreme behoeftigheid, zo zeggen mensen aan wie je vraagt of ze wel eens geld geven aan bedelaars. Ja, verslaafden, die hebben we. Van de circa 30.000 dak- en thuislozen in Nederland is dertig tot vijftig procent verslaafd aan drugs of gokken. Maar dat is nu net het soort behoeftigheid waar de meeste Nederlanders niet aan wensen mee te betalen. Het vermoeden dat de vrager de gulden zal gebruiken om zichzelf tijdelijk prettig te verdoven, schrikt potentiële weldoeners af. Zelfs ex-dakloze Klaas de Vries van de Stichting Voilà, een Amsterdamse belangenvereniging voor dak- en thuislozen, is het met die houding eens. ,,Ik zeg altijd: je moet nooit iemand zomaar geld geven.''

Dus werkt de bedelaar in Nederland voor zijn geld. Wie op straat mensen geld wil ontfutselen, moet iets te bieden hebben: liedjes van Bob Dylan zingen, kunstjes doen met ratten, of een standbeeld nadoen. Dak- en thuislozen beseffen dat tegenwoordig ook. Ze zijn vaak werkzaam in de straatkrantenbranche. Via Voilà kunnen ze ook voor 35 gulden per dagdeel klusjes opknappen; `kutklusjes' zeggen ze zelf.

Voilà wil daklozen graag van het bedelen afhelpen, zegt De Vries, die nu tramconducteur is en vrijwilligerswerk doet voor de stichting. Het idee dat een mens moet werken voor zijn geld, helpt de dakloze sneller terug in de normale maatschappij. Rina Beers van de Federatie Opvang Dak- en Thuislozen bevestigt dat. ,,Veel straatkrantenverkopers hebben zich uit het circuit kunnen werken. Ze konden de borg voor een woning betalen en gingen meer aandacht besteden aan hun uiterlijk.''

Om die reden organiseert Voilà nog veel meer activiteiten voor de dak- en thuislozen. Ze kunnen bijvoorbeeld computerlessen volgen, in afwachting van de website van de stichting. Als die af is, kunnen de Amsterdamse dak- en thuislozen straks op de Internetzuilen overal in de stad opzoeken welke hulpinstelling die nacht nog een slaapplaats over heeft.

De Nederlandse dak- en thuislozen digitaliseren. Volgens schattingen van de daklozen zelf heeft al vijf tot tien procent van hen een mobiele telefoon - voor een geeltje aangeschaft bij een junk. In San Francisco wordt zelfs onderzocht of het mogelijk is om daklozen met kleine pin-apparaatjes uit te rusten, omdat steeds minder mensen contant geld op zak hebben.

En het kan natuurlijk niet uitblijven: zo ontstaat een tweedeling onder de daklozen. Want ze zijn er nog wel, ook in Nederland: mensen voor wie terugkeer in de normale maatschappij niet meer mogelijk is. Ze zijn verward, psychotisch soms, aanvaarden geen hulp. Zoals de verwaarloosde bedelaar bij het Centraal Station in Rotterdam, die altijd om zestig cent vraagt. ,,Een gulden krijg ik nooit bij elkaar, en anders kom ik hier nooit weg.'' Waarschijnlijk heeft hij gemerkt dat het werkt, om een raar bedrag vragen. Volgens een artikel uit het Journal of Applied Social Psychology (1994) werkt deze pique technique doordat die mensen ertoe aanzet om echt over het verzoek na te denken. Maar dat zal deze bedelaar wel niet beseffen.