Vermeende ongelijkheid

Een gepensioneerde zelfstandige uit Almere meent dat werknemers en zelfstandigen ongelijk worden behandeld in de belastingwet IB2001. Zijn AOW vult hij aan uit spaartegoeden en een verhuurd, hypotheekvrij huis. Beide bezittingen vallen straks onder de vermogensrendementsbelasting (vrb); de eigen hoofdwoning valt in box 1. `Het bezit wordt – zonder het aan te tasten – voortaan elk jaar uitgehold met 1,2 procent vrb plus inflatie. Werknemers in loondienst worden niet belast voor het kapitaal dat ten grondslag ligt aan hun pensioen. Hier is toch sprake van ongelijke behandeling?'

Het is juister om een ander onderscheid te maken: mensen die hun pensioen contractueel regelen via een pensioenfonds of levensverzekeraar, en zij die dit in eigen beheer doen. In beide categorieën zitten werknemers en zelfstandigen, en haast niemand zit voor het leven volledig in het ene of het andere kamp. Daardoor ontaardt dit meer dan eens in een onontwarbare kluwen van regelingen, helaas.

Wie deelneemt in een pensioenfonds of een verzekering sluit, betaalt premies (of de werkgever doet dat) en ontvangt in ruil daarvoor een aanspraak op een pensioen of lijfrente. Hij of zij kan niet zonder meer beschikken over een individueel pensioenkapitaal, op enkele uitzonderingen uit het verleden na. Door deze en andere beperkingen houdt de overheid een belastingclaim op de toekomstige uitkeringen, ter compensatie van de in het verleden betaalde premies die van het belastbare (loon)inkomen zijn afgetrokken. Zo zit ongeveer het principe van de omkeerregel in elkaar.

Een pensioen- of lijfrentetrekker bezit dus geen vermogen dat onder de vrb in box 3 valt. Hij geniet slechts een financieel recht. Wanneer hij overlijdt, stopt zijn geldstroom, en gaat er wellicht een nabestaandenrente in. Over zijn uitkeringen betaalt hij de progressieve inkomstenbelasting van box 1, waardoor deze lijken op uitgesteld loon. Zo is ongeveer de situatie van de werknemer, de zelfstandige of een andere burger met een pensioenverzekering.

Wie vrijwillig of door geldgebrek (niet iedereen kan een verzekering betalen) kiest voor een box 3-oudedagsvoorziening in eigen beheer (anders dan de eigen zaak in box 2), stuit niet op fiscale of verzekeringstechnische belemmeringen. De beleggingsopbrengsten zijn in IB2001 vrij van inkomstenbelasting en bij overlijden erven de nabestaanden de pensioenpot.

Maar de fiscus veronderstelt wel dat iedereen 4 procent rendement maakt op het saldo van zijn bezittingen en schulden in box 3, ongeacht de werkelijke resultaten. Over die fictieve opbrengst betaal je 30 procent vrb. Daardoor gaat je bezit er 1,2 procent (30 procent van 4 procent) per jaar op achteruit. Voor 65-plussers geldt een extra box 3-vrijstelling van maximaal 49.583 (22.500 euro), naast de 37.463 gulden (17.000 euro) voor iedereen. Een (echt)paar 65-plussers komt op een vrijstelling van bijna 175 duizend gulden, afhankelijk van hun inkomen en de box 3-heffingsgrondslag. De vermogensbelasting verdwijnt.

Hoe staat de lezer uit Almere er voor? Bijvoorbeeld qua inflatie. Niet heel slecht. De waarde van een woonhuis stijgt meestal mee met de inflatie, zeker op lange termijn, net als de huren in mindere mate. De rente op spaartegoeden volgt ook enigszins de inflatie, althans in theorie. In werkelijkheid is dat op dit moment niet zo in ons land. De Europese Centrale Bank (ECB) bepaalt de (spaar)rente voor de hele eurozone en houdt amper rekening met onze relatief hoge inflatie.

Werknemers met een waardevast pensioen zitten daarentegen levenslang op rozen, wanneer je kijkt naar hun stijgende uitkering. Zij zijn beschermd tegen het langlevenrisico (ouder worden dan je centen) en de prijsstijgingen, hoewel dat laatste niet gegarandeerd is. Zij profiteren niet direct van de beleggingsresultaten van hun pensioenfonds of verzekeraar. Dat doet die meneer uit Almere wel. Zijn huis is vast flink meer waard geworden in de afgelopen jaren, belastingvrij.

Er bestaan vele verschillen tussen contractuele regelingen en voorzieningen in eigen beheer. Daaruit volgt niet automatisch dat een van de twee fiscaal wordt voorgetrokken. Je moet het per individueel geval bekijken.

Tot slot dit. Is een verhuurd huis een ideale belegging voor de oudedag? Het lijkt wat stroef. Je zit onder meer met huurders, hoogte van de huur (straks onbelast), onderhoud (straks niet meer aftrekbaar) en de waarde zit in de stenen en niet in je portemonnee. De verkoop van het huis en de aanschaf van een flexibel mandje met aandelen en/of obligaties – op een gunstig moment – is het overwegen waard. Daarbij moet de briefschrijver zijn totale situatie laten beoordelen.