Studeren op persoonlijke geldzaken

Een groeiend aantal wetenschappers stort zich op het vakgebied persoonlijke financiële planning. Maken zij uw objectieve en optimale financiële advisering nu eindelijk bereikbaar?

Wie alles van tevoren weet, kan met een dubbeltje de wereld rond. Steeds meer wetenschappers buigen zich intensief over het vakgebied persoonlijke geldzaken. Hun onderzoeksuitkomsten kunnen u mogelijk objectief vertellen wat u wel en niet met uw geld moet doen.

De hoogst gekwalificeerde geldgeleerde van ons land is prof. dr. Chris Veld, sinds begin van dit jaar parttime als bijzonder hoogleraar Personal Financial Planning verbonden aan de Katholieke Universiteit Brabant. Persoonlijke financiële planning (PFP) beschrijft Veld als `een serie beslissingen met betrekking tot de vraag hoeveel geld benodigd is om in de toekomst een bepaald doel te bereiken.' Voor u betekent dit simpel gezegd: op leeftijd x of bij gebeurtenis y heeft u bedrag z nodig. Hoe komt u daaraan? De optimalisatie van die kwestie betrekt Veld op negen subvakgebieden: de loon- en inkomstenbelasting, levensverzekeringen, schadeverzekeringen, huren en kopen van een huis, hypotheken, schuldmanagement, beleggingen, pensioenplanning en successierechten. Met als ideaal om de financiën op al die gebieden geïntegreerd te optimaliseren.

Momenteel onderzoekt Veld de optimale beleggingsportefeuille voor gepensioneerden. Een actuele kwestie, zo legt hij uit. ,,De sociale voorzieningen zullen verder inkrimpen. Wie eerder met werken wil stoppen, zal vaak zelf moeten plannen hoe hij tot het einde van zijn leven met zijn geld uitkomt.'' Naast teren op oudedagsvoorzieningen kunnen ouderen daartoe een eigen beleggingsportefeuille aanleggen. Maar hoe? Samen met twee Canadese collega's construeerde Veld een model dat gegeven iemands levensverwachting en consumptiepatroon de kans minimaliseert dat er op zijn oude dag geld tekort is. Het model weegt twee risico's af: de gepensioneerde moet niet tè risicovol beleggen zodat hij mogelijk geld verliest, maar ook weer niet tè risicoloos in louter spaarrekeningen zodat hij geld tekortkomt. ,,In de praktijk blijkt dat gepensioneerden een te klein deel van hun vermogen in aandelen beleggen'', vindt Veld. ,,Vooral vrouwelijke gepensioneerden doen er, mede gezien hun langere levensverwachting, verstandig aan meer in aandelen te beleggen dan nu.''

Met deze aanbeveling bestrijdt Veld de vuistregel dat iemand minder geld in aandelen moet steken naarmate hij ouder is. Een pas gepensioneerde heeft immers nog een langere levensverwachting dan de voor aandelen ideale beleggingshorizon van minimaal tien jaar. Wel geldt als voorwaarde voor beleggen in aandelen dat men geduldig en onverstoorbaar te werk gaat, waarschuwt Veld op basis van recent onderzoek van de Amerikanen B.M. Barber en T. Odean. Dit duo leidde uit gegevens over 66.465 huishoudens, die van 1991 tot 1996 ten minste één maand in aandelen belegden, af dat beleggers die vaak aandelen kopen en verkopen een behoorlijk slechter resultaat boeken dan aandelenbeleggers die weinig handelen (netto resp. 11,4 procent en 18,5 procent gemiddeld per jaar). De oorzaken zitten in extra transactiekosten én in inschattingsfouten door te veel zelfvertrouwen.

Ook vanuit Rotterdam wordt druk getimmerd aan het gebouw der wetenschappelijke PFP-kennis. De motor hierachter is drs. Steven van Eijck, wetenschappelijk hoofddocent fiscale economie en financiële planning aan de Erasmus Universiteit en tevens directeur van het Erasmus Instituut voor Financiële Planning (IFP). Een kernachtige definitie van PFP vindt Van Eijck ,,het realiseren van wensen en doelstellingen door financiële beslissingen onder randvoorwaarden te optimaliseren''. Zijn Instituut werkt vooral aan een wetenschappelijke basis voor persoonlijke financiële planning voor vermogenden en ondernemers.

Voor Van Eijck heeft financiële advisering zes disciplines: verzekeren en pensioenen, sparen en beleggen, sociale zekerheid, financiering, nalatenschapsplanning en fiscaliteit. Bestudering daarvan doen we vanuit diverse invalshoeken, legt hij uit. We kijken zowel naar de deeldisciplines op zichzelf als naar de integratie ervan, legt Van Eijck uit. ,,Want je hebt niets aan een handige oplossing voor de inkomstenbelasting als die tegelijk een draak is voor de successierechten.'' Niet elke deeldiscipline is overigens even belangrijk, zegt hij. ,,Sociale zekerheid wegen wij bijvoorbeeld minder zwaar dan sparen en beleggen.''

In Van Eijcks theorievorming speelt `de levensloopgedachte' voorts een belangrijke rol. ,,Een 35-jarige die net 250.000 gulden bij Big Brother heeft gewonnen, zit in een heel andere fase dan iemand die datzelfde bedrag na een leven lang werken als eindkapitaal uit een kapitaalverzekering krijgt en daarvan zijn pensioen moet financieren.'' Goede persoonlijke financiële advisering begint volgens Van Eijck echter altijd met een soepel verlopend communicatieproces tussen adviseur en klant. Dat aspect heeft alles van doen met psychologie en ethiek. Een financieel adviseur kan zijn klant bijvoorbeeld onbewust beïnvloeden, legt Van Eijck uit. ,,Zijn enthousiasme kan veroorzaken dat ook de cliënt zijn mogelijkheden ineens anders ziet. Daarmee moet je oppassen.''

Wat de ethische kant van advisering betreft, hoopt Van Eijck dat het beroep financieel planner ooit een integriteitniveau bereikt vergelijkbaar met dat van notarissen, advocaten en dokters. ,,Nederland is hard toe aan een ethische gedragscode voor financiële planners. De Federatie Financiële Planners doet wel goed werk, maar heeft nog onvoldoende maatschappelijk draagvlak. Het belang van de cliënt zou voorop moeten staan, maar het is niet eenvoudig om daarvoor alle handen op één buik te krijgen. Er zijn ook zulke enorme commerciële belangen. Iedereen zit op het vinkentouw en er zijn veel gevoelige punten.'' In het verlengde van een hogere beroepsethiek hoopt Van Eijck ook ooit op bereikbare PFP-ondersteuning voor mensen met lage inkomens, vergelijkbaar met de sociale advocatuur. ,,Een bijstandsmoeder die haar financiële planning niet rond heeft of met schulden zit, heeft een minimaal even groot probleem als menig directeur-aandeelhouder. We mogen dus hopen dat in dit vakgebied wat idealisme gaat opborrelen, zodat niet iedereen alleen maar achter het grote geld aangaat.''