SLO

DE SLO IS onze nationale denktank voor leerplanontwikkeling. Daar wordt bedacht wat leerlingen moeten leren. Dat is een proces van jaren, van onvermoeibaar vijlen en schaven en tegen het licht houden. Met als uiteindelijk resultaat als doelstellingen voor het basisonderwijs geniale vondsten zoals `ze hebben plezier in het leren van nieuwe dingen, ze hebben zelfvertrouwen, ze kunnen gedragsimpulsen beheersen, ze handelen naar algemeen geaccepteerde normen en waarden, ze nemen verantwoordelijkheid voor te verrichten taken' en nog veel meer fraais waar Theo Thijssen en Jan Ligthart nooit bij hebben stilgestaan.

Nu gooit de Onderwijsraad zand in de geoliede SLO-machine met het advies aan de minister om erop toe te zien dat op de basisschool alle leerlingen op z'n minst taal en rekenen leren. Dit op grond van de overweging dat, als het daar niet goed mee zit, zij succesvol vervolgonderwijs wel kunnen vergeten. Hier valt moeilijk wat tegen in te brengen, lijkt me. `Verantwoordelijkheid nemen voor te verrichten taken' bijvoorbeeld wordt wel erg moeilijk als je na de basisschool al vlug het onderwijs uitdropt, zonder werk zit en dus helemaal geen taken te verrichten hebt.

Jos Letschert, manager primair onderwijs bij de SLO, legt uit waarom het advies van de Onderwijsraad getuigt van kortzichtigheid. In een interview met het blad van de Algemene onderwijsbond verzet hij zich fel tegen iets zo achterhaalds als een `resultaatverplichting' voor de scholen. Letschert: ``We werken tot nu toe met een aanbodverplichting: welke leerstof moeten leraren en scholen volgens de samenleving aanbieden? Het zijn geen eisen aan leerlingen. Daarin hebben we een grote voorsprong op andere landen waar de leerstof nog steeds centraal staat. Eigenlijk stamt dat nog uit de vorige eeuw, het staat leerlinggericht, adaptief onderwijs in de weg. We zijn er nu gelukkig van doordrongen dat de beginsituatie en het leerpotentieel van kinderen zo verschilend zijn, dat het geen zin heeft ze geforceerd naar een norm toe te drijven.''

Tot zo ver Letschert, die de Onderwijsraad verwijt te zijn blijven hangen in de negentiende eeuw. Het verschil tussen hem en die raad is dat de laatste zich geleidelijk heeft ontworsteld aan de verschrikkelijke erfenis van de jaren zeventig waarin vrijgestelde zwamneuzen als Letschert riant gesubsidieerd hun gang mochten gaan en onbegrijpelijke nota's mochten schrijven waarin alles wat oud was per definitie als achterhaald werd gekenschetst. Waarin ongestraft dingen konden worden gezegd als: ``Leraren moeten educatieve ontwerpers kunnen zijn, niet ingesnoerd in een harnas met de leerstof als maat van alle dingen'', aldus Letschert verderop in datzelfde interview.

Letschert pretendeert vanuit zijn vrijgesteldenclubje namens de samenleving te spreken, maar wat ze in SLO-land voor samenleving aanzien is een verzameling schriftgeleerden die namens allerlei clubs naar voren worden geschoven om gemeenplaatsen te formuleren die zo nietszeggend zijn dat ieders achterban er vrede mee kan hebben.

Ter afsluiting nog een laatste staaltje demagogie van onze SLO-prominent: ``De Onderwijsraad brengt een hiërarchie aan tussen doelen die er veel toe doen en doelen die er minder toe doen. Dat is een uitnodiging om gemankeerde kinderen op te voeden.'' U leest het goed: al die jaren dat leerkrachten het moesten stellen zonder de holle frasen van Letschert en consorten, hebben ze hun leerlingen opgevoed tot gemankeerde kinderen. Hoe durft-ie, de windbuil.