Slapen op één kussen

De schrijver van deze regels wordt niet gesponsord. Dat is jammer, want het zou me goed uitkomen als een computerfabrikant mijn verouderde aparatuur eens kwam vervangen. Daarvoor plak ik met plezier een vrolijk appeltje achter mijn naam. Maar ook verzekeringsmaatschappijen, autodealers en bierproducenten zijn welkom.

Het lijkt me een klassieke win-win situatie: de iMac, de ziektekostenverzekering, de terreinwagen en het najaarsbier komen bij de doelgroep terecht waarvoor ze ontworpen zijn, en mijn column maakt door het rijtje topondernemers op de aftiteling meteen een serieuze indruk. In onze tijd zijn de bedrijfslogo's de eremedailles van de markteconomie en ook producten van de geest kunnen niet meer zonder.

Er zijn mensen die dat betreuren. Het huwelijk tussen kunst en commercie kan in hun ogen niets anders opleveren dan platvloers etalagemateriaal. Audi-sculpturen en Generale Bank-romannetjes, waar kraak noch smaak aan zit. Vruchten van een middagje brainstormen met de afdeling marketing van de geldschieter.

Het is duidelijk dat deze critici geen enkel vertrouwen hebben in kunstminnende kwaliteiten van het bedrijfsleven. Net als Youp van't Hek zijn ze ervan overtuigd dat uit een lease-auto nooit iets goeds kan stappen. Wie zijn geesteskinderen door deze cultuurbarbaren laat sponsoren, is ethisch uitgepraat.

Ik geloof daar eerlijk gezegd niets van.

Stap voor de aardigheid maar eens binnen bij een willekeurig IT-bedrijf. Het verschil met een museum voor moderne kunst valt nauwelijks op. Wat daar aan kwaliteit is verzameld kan makkelijk wedijveren met de erezaal van het Stedelijk. Maar niet alleen in de IT-sector, ook bij fietsfabrikanten, sportkledingleveranciers, energiebedrijven en levensmiddelenconcerns treft men de crème de la crème van de Nederlandse schilderkunst aan. Naast de duizenden Corneilles, Armando's, Rölings en Bierenspodtbroods, inmiddels gedateerd en bijna allemaal verhuisd naar de bedrijfskantine, is er een overstelpend aanbod aan hedendaags toptalent. Marlene Dumas ontbreekt in vrijwel geen enkele directiekamer, vaak in gezelschap van Peter Klashorst of Robbert Kwaadsteniet. Daarmee kwijten de huidige kooplieden zich voorbeeldig van hun historische taak als beschermheren van de Hollandse meesters.

Op grond hiervan lijkt mij het zelfs waarschijnlijk dat van 't Heks lemma omgedraaid kan worden: hoe groter de company car, hoe groter de kans dat er een integere kunstliefhebber uitstapt. Iemand met een groot hart, die heel bescheiden vanuit de schaduw van de private sector, de steken opraapt die de overheid laat vallen. Overal waar de financiering niet rond komt, omdat een adviescommissie de subsidie weer eens heeft opvergaderd, springt hij bij. Met gulle hand maakt hij artistieke experimenten mogelijk, en beloont hij uitzonderlijke talenten.

En het aardige daarbij is dat hij zich niet beperkt tot de hogere kunstvormen, ook de low culture krijgt, als dat nodig is, zijn belangeloze aandacht.

Zo onthulde Ahold onlangs in een VPRO-documentaire haar ambitie om de kookkunst in Nederland te redden. De strategische top van het bedrijf had tijdens een toekomsverkenning ontdekt dat de hutspot de volgende eeuw niet zou halen. Ook de zuurkool had het moeilijk en de erwtensoep kwam al tien jaar uit het blik. Er is bijna geen vrouw beneden de vijftig die nog weet hoe je zoiets klaar moet maken. In alle Albert Heyn vestigingen worden daarom deze winter gratis kookcursussen geven. Dat is wat je noemt je maatschappelijke verantwoordelijkheid oppakken.

Een andere volkskunst die door tijdgebrek verloren dreigt te gaan is de kunst om een kind op te voeden. Dat lukt, net als de zuurkool, steeds minder goed. Ook de politiek maakt zich daar zorgen over. Maar dat levert niet veel meer op dan een beschamend zig-zag beleid van veel beloven en weinig doen. Opvoedingsondersteuning, zorgverlof, flexibele werktijden, oudertraining, kinderopvang, er komt allemaal bar weinig van terecht. Deze week maakte staatsecretaris Vliegenthart zelfs doodleuk bekend dat de overheid helemaal `geen taak heeft bij de opvoeding'. De wanhopige ouders zijn weer terug bij af en moeten het verder zelf maar uitzoeken.

Gelukkig is ook hier een maatschappelijk verantwoorde ondernemer opgestaan. Procter & Gamble meldde zich gisteren bij mij op de deurmat. De multinational bood aan mij, en alle andere ouders van elfjarige meisjes, te `helpen bij het praten' met onze kinderen. Dat is mooi want niets is zo moeilijk en kost zoveel tijd. Zeker nu onze dochters `binnenkort jonge vrouwen worden'. Procter & Gamble had dat bij de Burgerlijke Stand nagetrokken, en stelde ons daarvan nu via een direct mail op de hoogte.

Hartelijk dank, wereldleider in maandverband! Hartelijk dank ook voor dat handige boekje met alles over afscheiding, eicellen, inlegkruisjes, Toxic Shock Syndrome, pijnlijke tepels en wat er gebeurt als het touwtje breekt. Ik zal het met de vijf gratis proefpakjes Always Ultra naast de beer op haar nachtkastje leggen. Het zal mijn dochter zeker `helpen om de veranderingen in haar lichaam te begrijpen', daar heeft u volkomen gelijk in. En als ze nog vragen heeft, of niet kan slapen, zal ik haar het nummer geven van uw consumentenservice. Dat scheelt ons allebei een hoop tijd.

Maar wilt u voorlopig verdere sponsoractiviteiten achterwege laten. De contracten met Intertoys, Donald Duck en Oilily lopen namelijk nog. En op een jonge vrouw zitten ze daar niet te wachten.