Rechter moet zijn emoties beheersen

Als een rechter tijdens een zitting zijn emoties toont, doet hij afbreuk aan het ideaal van onpartijdigheid, meent F. Kuitenbrouwer.

Het werd de voorzitter van de strafkamer van de rechtbank in Almelo, mr. M. Koopmans, deze week even te veel bij het voorlezen van de uitspraak in een omvangrijke ontuchtzaak. Iedereen kon het zien op de televisie. Minder duidelijk is de reden. Was het emotie over de slachtoffertjes bij iemand die zelf kleine kinderen heeft? Vervolgvraag: mag een rechter ook mens zijn?

Of was het, zoals bij de rechtbank wordt gezegd, voor tachtig, negentig procent de grote belangstelling van de media die hem wat koud op het lijf viel? Rechter Koopmans had de zaak zelf niet behandeld en moest een lang en ingewikkeld vonnis van een andere strafkamer voorlezen. Met al die camera's in de rechtszaal raakte hij de draad even kwijt. Dat was hij niet gewend.

Beide varianten roepen bedenkingen op. Om met de laatste te beginnen, het is moeilijk voorstelbaar dat de bode de voorzitter vóór de voorleessessie niet heeft toegefluisterd dat hij die dag een `volle bak' had. Dat is ook in de rechtspraak geen onbekend element. De voorzitter van een strafkamer is verantwoordelijk voor de gang van zaken in de rechtszaal. Inclusief de aanwezigheid van de media. Ook bij het voorlezen van een vonnis.

Dat de rechter die het vonnis voorlas een ander was dan degeen die de zaak op de zitting had behandeld, is juist in dit geval een punt apart. Het was geen routinezaak. Het ging om een zeer jeugdige verdachte en een serie gedragingen die grote onrust hadden veroorzaakt in de omgeving. Het vonnis was in zoverre ook nog bijzonder dat de rechtbank bewust afzag van zware bestraffing om de behandelingsmogelijkheden van de jeugdige verdachte niet te blokkeren.

Allemaal redenen dat de rechter die de zaak op de zitting heeft behandeld ook zelf de uitspraak meedeelt al was het maar een lid van de betrokken strafkamer die voor de voorzitter invalt. Een rechterlijke uitspraak is geen formaliteit, dat geldt zowel voor de verdachte als voor de publieke opinie. Maar in het moderne `strafrechtsbedrijf' schijnt dat er minder toe te doen. Daarmee wordt de onjuiste associatie gewekt met een lopende band waarbij de laatste moer ook door een ander wordt vastgedraaid.

Recht doen vraagt iets méér. Het staaltje rechterlijke arbeidsdeling in Almelo bevat dan ook een lesje voor Haagse beleidsmakers en hun preoccupatie met het zogeheten `integraal management' voor de rechterlijke macht.

Enige persoonlijke emotie valt in het optreden van de rechter in elk geval niet uit te sluiten. Is het een wonder? Je zal het als ouder van jonge kinderen maar voorgeschoteld krijgen op een dinsdagmorgen, ook al is het je werk. Dat is echter precies de kern van de zaak, gesymboliseerd door de toga met bef die rechter Koopmans droeg. In Nederland is de rechtspraak bij uitsluiting van anderen opgedragen aan professionele, wetenschappelijk gevormde rechters die voor het leven zijn benoemd.

Deze `notabele' traditie is historisch en internationaal gezien bepaald niet vanzelfsprekend. Het gros van de Europese partners kent een vorm van juryrechtspraak. Typerend voor de Nederlandse traditie is dat letterlijk de eerste vernieuwing uit de Franse tijd die werd afgeschaft de juryrechtspraak was. Binnen de professionele rechtspraak is de individuele uiting nog weer beperkt doordat er – ook in afwijking van andere rechtssystemen – geen plaats is voor een dissenting opinion (individuele afwijkende mening van rechters bij een vonnis door een meervoudige kamer).

De kracht van ons strafrecht is dat het zichzelf plaatst tussen slachtoffer en dader. Dit vraagt een mate van zelfbeheersing, die een moeilijke opgave is maar die nu net deel uitmaakt van de overtuigingskracht van de strafrechtspleging. Symbolisch hiervoor is de wetsbepaling dat de rechter op de zitting `geen blijk geeft van enige opvatting omtrent de schuld of onschuld van de verdachte'. Dat betekent `de deksel op de emotiepot', zoals de Zwolse rechter Everts, programmaleider van de opleiding voor rechters, het uitdrukte in het Algemeen Dagblad.

Bij de uitspraak geldt dat volgens haar echter niet meer: `als er een moment is voor de rechter emoties te tonen is het juist bij de uitspraak'. Letterlijk genomen beperkt het vermelde wetsvoorschrift zich inderdaad tot de zitting. En de uitspraak is doorgaans na veertien dagen. Ook dan doet een vertoon van emotie echter af aan het ideaalbeeld van onpartijdigheid dat ten grondslag ligt aan het wetsvoorschrift: afstand van de waan van de dag.

Het is een belangrijke stelregel dat een rechter alleen spreekt uit zijn vonnis. Dat maakt hem nog niet tot een robot, maar vormt veeleer een aansporing voor maximale duidelijkheid van de uitspraken. Daar ontbreekt het wel eens aan en dat moet men dan niet compenseren door een vertoon van emotie.

In dit geval was er een speciale reden voor zelfbeheersing, juist vanwege de jeugd van de slachtoffertjes. Wat zij hebben ondergaan is al moeilijk genoeg. Maar de realiteit gebiedt te zeggen dat de schade kan worden verergerd en verlengd door de geschokte reacties van hun omgeving. Als zelfs de veroordelende magistraat zich ten overstaan van de televisie niet in de hand kan houden, wordt het de direct betrokkenen onnodig moeilijk gemaakt.

F. Kuitenbrouwer is redacteur van NRC Handelsblad.