`Quick fix' helpt niks

Niemand weet wat de samenleving aan moet met zedendelinquenten, het is om wanhopig van te worden. Evenmin als de rechter in Almelo zou ik me goed hebben kunnen houden bij het vonnissen van een jong meisje dat minimaal 75 kinderen seksueel misbruikte. Misschien moest rechter M. Koopmans, die dinsdag de zaak tegen de veertienjarige Melissa uit Enschede schorste omdat hij overmand werd door emoties, denken aan de slachtoffertjes die het meisje heeft gemaakt. Maar het kan ook onmacht zijn geweest die hem tot tranen toe roerde bij het opleggen van jeugdgevangenisstraf en -tbs aan het ontspoorde kind.

Ik ben blij dat een rechter gevoel toonde. Het dadertje is zelf ook een slachtoffer. Net zoals de elfjarige Raoel Wüthrich. Dit Zwitserse jongetje zit inmiddels twee weken in een Amerikaanse gevangenis, omdat hij zijn zusje onzedelijk zou hebben betast. Zijn ouders, die de benen namen naar Zwitserland, worden er van verdacht zelf ontuchtplegers te zijn. Hetzelfde geldt voor de ouders van Melissa en haar medeplichtige jongere zusje. Het is bekend dat bij misbruikte kinderen ernstige gedragsstoornissen kunnen optreden.

Ik betwijfel of het zin heeft zulke kinderen een straf op te leggen. Ze moeten worden behandeld. Ook een volwassen zedendelinquent die een misdrijf pleegt dat hem wegens een ziekelijke stoornis niet kan worden toegerekend, hoort niet in de gevangenis, maar in een inrichting. Dat is trouwens veiliger. De vermoedelijke moordenaar van Sybine Jansons liep vrij rond omdat hem na eerdere verkrachtingen alleen gevangenisstraf en geen tbs was opgelegd. Oorzaak: een inmiddels gerepareerd hiaat in de wetgeving. De wetgever die dat hiaat liet ontstaan, heeft dan wel een bijzonder kostbare fout gemaakt.

Wel of geen tbs? Vervroegd verlof? Levenslange opsluiting? Rechters en psychiaters staan soms voor bovenmenselijke beslissingen. Ook politici, die als medewetgevers beoordelingsfouten met ver strekkende consequenties kunnen maken, zijn niet te benijden. Vandaar dat ik me enigszins kan verplaatsen in de justitiewoordvoerders van politieke partijen die ik dinsdagavond in het RTL-nieuws hoorde pleiten voor drastischer maatregelen tegen zedendelinquenten.

Bij het aanhoren van hun pleidooien bekroop me niettemin de vrees dat de waan van de dag hoog opspeelde. Vooral het CDA-Kamerlid Van de Camp sloeg een fanatieke toon aan. Ik denk dat hij voor de bühne sprak toen hij aankondigde volgende week bij de parlementaire behandeling van de Justitiebegroting `chemische castratie van kinderverkrachters' te zullen voorstellen. Niet bij wijze van behandeling, maar als straf. Tot dusver is het in Nederland onmogelijk mensen onder dwang medicatie toe te dienen. De herinvoering van lijfstraffen, ook in de gemoderniseerde vorm van injecties of pillen, leek zelfs ondenkbaar. Was de CDA'er serieus, of hebben we te maken met hysterie?

De vraag waar iedereen mee worstelt, is of er zonder elke beschaving prijs te geven, preventie mogelijk is. De VVD zoekt dit bij monde van het Kamerlid Nicolai in het voorstel zedendelinquenten langer vast te houden in tbs-inrichtingen en hen – in geval van twijfel over hun genezing – alleen vrij te laten als zij zich chemisch hebben laten castreren. In dat geval zou er althans een schijn bestaan van vrijwilligheid, maar ook niet meer dan dat.

Angst en machteloosheid zijn slechte raadgevers. Op die gevoelens, verklaarbaar uit mededogen en medelijden met slachtoffers of hun nabestaanden, spelen politici in. Daarom roept Van de Camp dat er ten onrechte `paniekerig' wordt gedaan over gedwongen castratie en pleit zelfs het D66-Kamerlid Dittrich voor een onderzoek naar de medische en juridische haken en ogen van zo'n straf danwel maatregel.

Het lijkt alsof deze harde heelmeesters plotseling een nieuw tovermiddel hebben ontdekt, maar in het verleden zijn er al meer dan genoeg ontluisterende ervaringen met hun wijze van benaderen opgedaan. Lees bijvoorbeeld de biografie van Wim Hazeu over Gerrit Achterberg. Nadat de te snel uit een psychiatrische inrichting ontslagen dichter eind 1937 zijn hospita vermoordde en haar zestienjarige dochter ernstig verwondde, werd hij veroordeeld tot wat toen nog TBR heette. In het Rijksasyl voor Psychopaten te Avereest moest hij vervolgens `vrijwillig' worden gecastreerd. Toen Achterberg ter ore kwam wat hem te wachten stond, bekende hij aan zijn vrienden Roel Houwink en Ed Hoornik dat hij liever zelfmoord pleegde: ,,Ik blijf zoals God mij geschapen heeft.'' Enkel en alleen omdat de geplande castratie door de voorkennis van de twee schrijvers niet geheim kon blijven, is van de ingreep afgezien. Met Achterberg is het with a little help from his friends ten slotte nog redelijk in orde gekomen.

Minder goed schijnt het te zijn afgelopen met de pedofiele Jan Hanlo. Anders dan Achterberg had hij geen moord op zijn geweten. Wel een poging tot zelfmoord, die hem in de Sint-Willibrorduskliniek in Heilo bracht, net als Avereest berucht wegens `vrijwillige' castraties. Hanlo's biograaf, Hans Renders, kan niet met zekerheid zeggen of deze dichter daadwerkelijk onder het mes is gegaan, maar zijn onderzoek naar de praktijken in de inrichting wijst daar wel op. Alleen al homoseksualiteit of exhibitionisme waren er aanleiding voor castratie en van vrijwilligheid was geen sprake. Castratie gold als `betaalmiddel voor vrijheid' en voor die prijs zijn tussen 1937 en 1968 in Nederland minimaal 306 mannen gecastreerd.

Hazeu vermeldt in zijn Achterberg-biografie dat sinds 1968 de ,,bijna algemeen geldende opvatting'' heerst, dat castratie de kans op recidive niet uitsluit. Het gewelddadige handelen van zedendelinquenten zou namelijk niet worden bepaald door geslachtshormonen alswel door psychologische factoren en omstandigheden. Dat is tot op de dag van vandaag de opvatting van vakmensen zoals de Utrechtse seksuoloog prof.dr. J. Frenken, die zich donderdag in Het Parool tegen de `quick fix-oplossing' van Van de Camp en Nicolai keerde. Psychopaten zijn hoe dan ook niet met `chemische castratie' te genezen.

Blijkbaar maakt de maatschappelijke reactie op zedendelicten een pendulebeweging. Ik hoop dat de pendule niet zover uitslaat dat straks geen rechter meer met droge ogen een vonnis kan uitspreken.