Onthaasting

Dit programma heette Waar zijn ze gebleven? Het was Amerikaans, en dus in het oorspronkelijk Where are they now? Vaak viel het voor de betrokkene niet mee. De beroemdheid van eergisteren was reddeloos in vergetelheid geraakt, waarmee al bewezen was dat het beroemd of bekend zijn moet worden gevoed. Is de mens in kwestie een maand uit het nieuws dan moet zijn beroemd-zijn al versterkende middelen hebben. Na een jaar kan alleen een wonder helpen. Twee jaar betekent: voorgoed afgeschreven.

Deze programmamakers gingen op zoek naar de voorgoed afgeschrevenen. Als ze in een krot woonden, zich de laatste tijd niet verschoond hadden, des te beter. Dan kwamen ze op de televisie. Het programma had dus een dubbele grondslag: aan de ene kant was het bedoeld om de kijkers met hun neus op de vergankelijkheid te drukken – Vanitas, vanitas! – en aan de andere kant kregen ze hun portie leedvermaak. En dan de conclusie: wees blij dat u niet beroemd bent want anders zoudt u die verworven eigenschap onophoudelijk in stand moeten houden en dat is een jachtig bestaan. En beroemd is men niet eeuwig, het loopt sowieso slecht met u af, waaruit volgt dat u gelukkiger bent als u het wat rustiger aanpakt. Intussen is dit programma zelf met zijn makers al jaren geleden verdwenen, waarmee het bewijs van de intrinsieke waarheid is geleverd.

Hoe kom ik erop. Vanmorgen vroeg (29 oktober) hing er een dikke mist in Amsterdam. Het grijze dek had de mestgeur van de weilanden bewaard en de bijna onmerkbare luchtstroom – wind kon je het niet meer noemen – had er de stad mee gevuld. Uit de grachten wervelde de nevel, de straten hadden hun perspectief verloren, de toren van de Koopmansbeurs vervaagde en de trams verschenen uit het niet, lieten een paar gedaanten los en verdwenen in het volgend niet.

Of het in overeenstemming is met de wetten van de natuurkunde, weet ik niet, maar onder zulke omstandigheden is het alsof het `luisterveld' zich aan het blikveld heeft aangepast. Alles heeft zich gedempt, de dampkring heeft de brutale contouren met vlakgum behandeld, het snerpen is gesmoord en de hoge gil van een onzichtbare tram in een verre bocht klinkt als een afscheidskreet. Voor je voeten dwarrelen een paar bladeren, ze blijven op het asfalt kleven. De klok in de Paleistoren op de Dam sloeg het halve uur. Het was alsof de klanken uit de verste hoogten van de hemel kwamen.

Mist brengt je op andere gedachten. Eerst schoot me een gedicht van Adema van Scheltema te binnen, toen een paar regels uit Van Oudshoorns Willem Mertens levenspiegel (over `het dompige grachtje' in de buurt waarvan de held zijn besmuikte leven leidt – `zijn hele wezen droeg het stempel van het kwaad waaraan hij zich had overgegeven'), en ook een verhaaltje van Leonard Huizinga die beschrijft hoe mist de vijand van de zeevarenden is. Wat je binnen een paar seconden uit de oude kasten van je hersens overhoop kunt halen.

Mist met sneeuw is nog beter. Dan is zowat je hele bekende stadswereld verdwenen en in buurten waar je niet goed thuis bent, heb je een kompas nodig. De mist versluiert, dempt, en vooral: vertraagt.

Zo kom ik terug op het begin van dit stukje. Terwijl ik over de Dam liep, vroeg ik me plotseling af wat er met het `onthaastingsproces' van minister De Boer in het eerste paarse kabinet is gebeurd. Voor ik de straat op ging had ik door de radio nog een paar reclamespotjes gehoord, onder andere een man die ten behoeve van een of ander product roept: Een GOEDE morgen! Nog meer opwinding. De mist was daarna een extra weldaad. En nu: wat is er van de onthaasting geworden?

En van al die andere denkbeelden, rijmpjes, acties, campagnes, knuffels sturen, de winter door helpen, heer in `t verkeer zijn, wilt u zitten ik kan staan en opstaan-voor-iemand-misstaat-niemand-poëzie, al die versies van de Tien Geboden waarmee we op het goede pad moeten worden gehouden? Zou het niet een idee zijn, eens een verzameling aan te leggen van dit alles waarmee de copywriters in dienst van onze overheden hebben verzonnen, waarna er nooit meer iets van is gehoord?

Om een uur of elf was alle mist weggeblazen. Het verkeer deed als vanouds, de stad had haar luidsprekers weer vol opengedraaid en niemand die nog aan de goede raad van minister De Boer dacht. Waar is ze gebleven?