Onder moeders vleugels

`Knip jezelf los van je moeder'. Met deze kreet onder een foto van een zuigeling, nog aan de navelstreng, probeert de Leidse universiteit studenten te werven. Maar wat een misverstand van het desbetreffende reclamebureau. Studenten willen helemaal niet los. Niet zolang geleden stond een bericht in een studentenkrant van dezelfde universiteit, waarin werd geprotesteerd tegen het voorstel van een van de faculteitsbesturen om kennismakingsdagen alleen nog maar open te stellen voor aankomende studenten, niet meer voor hun ouders. De ouderejaars vonden dit geen manier van doen. Natuurlijk moest je samen met je ouders de diverse universiteiten kunnen bezoeken om een keuze te maken.

Het idee dat jongeren tegenwoordig zoveel mondiger zijn dan vroeger lijkt me dan ook gezichtsbedrog. De Hogeschool van Amsterdam – Je ouders zijn natuurlijk ook van harte welkom – heeft een betere kijk op de emotionele gesteldheid van achttienjarigen.

Toch was er ooit een tijd dat een jong mens al veel eerder werd geacht zelfstandig te zijn. Men neemt aan dat eeuwenlang ook nauwelijks een tussenfase bestond tussen de kindertijd en volwassenheid en dat de lichamelijke rijping een rechtstreekse overgang markeerde. Rond vijftien jaar was de volgende generatie fysiek sterk genoeg om voor zichzelf te zorgen en seksueel voldragen om voor nageslacht te zorgen. Biologisch gezien bestaat een koppeling tussen onafhankelijkheid en vruchtbaarheid.

Pas naarmate eerst in hogere kringen en geleidelijkaan overal, de gecompliceerder wordende samenleving een langere leer- en voorbereidingstijd vergde, schoven lichamelijke en maatschappelijke rijpheid uiteen. De genetische bagage, geschikt voor arbeid en seks, geschikt voor beide vormen van zelfstandigheid, moest tijdelijk in depot, zodat de jeugd de handen vrij had voor een cognitieve en sociaal-emotionele rondgang door de wereld. Maar het lijkt me een belangrijk gegeven dat zij gekoppeld werden opgeborgen. Het één zowel als het ander, werken voor je eigen onderhoud en een seksueel leven, werden beide iets voor later.

Door de pil is seks inmiddels uit het depot gehaald, maar het zorgen voor zichzelf niet. Het fundament van het studentenbestaan is immers afhankelijkheid. Afhankelijkheid van docenten voor studiepunten, van de gemeenschap voor een studietoelage, en vaak van ouders voor onderdak. Het bed mogen delen met wie je wilt, maar verder nog weinig in te brengen hebben. Het is misschien een onnatuurlijke combinatie.

Daarmee is een ontkoppeling tot stand gekomen tussen seksualiteit en zorg voor het eigen voortbestaan en dat van eventueel nageslacht. En zo is het seksuele gedrag terechtgekomen in het kinderlijke domein van de onzelfstandigheid. Daar waar het van origine niet thuishoort. En zo doen de seksuele gedragingen van jongeren ook aan, quasi-volwassen, maar eigenlijk infantiel, doel in zichzelf. In een Atheens restaurant zag ik een veertien-, vijftienjarige met zijn ouders gezellig keuvelend. Hij had een T-shirt aan met de tekst Olympic Sexual Games en tekeningen van twaalf verschillende copulatiestanden.

Er moet een discrepantie zijn tussen de quasi-gewoonheid van seksualiteit die wordt gedemonstreerd en de eigen onvervulde verlangens, onbegrepen fantasieën, onbeheerste heftigheid en hopeloze verliefdheden. `Ik vrij veilig of ik vrij niet!' klinkt wel heel dapper, maar valt er altijd wel voor iedereen zomaar te vrijen? En als dat er wel is, gaat het dan allemaal zo van een leien dakje als op Veronica, the young one, is te zien?

Behalve dat jongeren verward kunnen raken door het quasi-simpele beeld van de seksualiteit dat zij krijgen voorgespiegeld, zou ook de ontkoppeling met die andere poot van de onafhankelijkheid – die van het zorgen voor eigen levensonderhoud – verwarrend kunnen zijn. Vandaar misschien de vele baantjes? Om de illusie van eigen onderhoud en dus van zelfstandigheid hoog te houden? Natuurlijk, ze zijn bij studenten ook nodig als aanvulling op de studiefinanciering. Maar het Nibud heeft uitgerekend dat de gemiddelde student structureel honderd gulden per maand tekortkomt. De meeste studenten verdienen meer bij en dat betekent dat ze ook veel meer werken. Docenten klagen soms dat het moeilijk is afspraken met hen te maken voor bijvoorbeeld werkgroepen, omdat er altijd wel een paar zijn die op de diverse voorgestelde dagdelen niet kunnen wegens werkverplichtingen.

Studenten vinden het vaak ook heel gewoon dat die voorrang hebben boven studieverplichtingen. Dat zou kunnen wijzen op een behoefte aan het kunnen zorgen voor zichzelf.

Een bijkomend probleem is dan dat dat werk vaak ten koste gaat van de intellectuele instelling. In de meeste baantjes wordt immers geen intellectueel denkwerk vereist, leidt zelfs daarvan weg. Het hoofd gaat niet staan naar intellectuele arbeid. En waar tegenwoordig toch al velen niet wegens een academische instelling naar de universiteit gaan, maar omdat het nu eenmaal kan, wordt wellicht daardoor de studie eens te meer als druk ervaren. Wie heeft de jeugd toch wijsgemaakt dat studeren moet. Leren voor een beroep sluit zoveel beter aan, want geeft veel directer uitzicht op het zelfredzame bestaan, waar men aan toe is. (Hoe potsierlijk klinkt dan ook de kritiek op het leger dat jongeren van zestien en zeventien – door de critici voor de gelegenheid opeens weer `kinderen' genoemd – in opleiding neemt.)

Zou het zo kunnen zijn dat een belangrijk aantal studenten veel gelukkiger zou zijn als zij niet gingen studeren, maar een beroepsopleiding zouden volgen? Wat voegt de studie toe, behalve uitstel van zelfredzaamheid? Zou hier een oorzaak kunnen liggen van de soms optredende onbevredigdheid, uitzichtloosheid, zelftwijfel? Niet bij de intellectueel gemotiveerden, bij wie een eventueel gevoeld gemis aan zelfstandigheid wordt gecompenseerd door een studiehoofd. Maar voor degenen bij wie zo'n compensatie er niet is.

Onder de kop `Liefdesverdriet moet in een week over zijn' zei een studentenpsycholoog enige tijd geleden onder meer: ,,De huidige student heeft het razend druk en heeft dus te weinig tijd voor problemen. Ze nemen geen tijd om alles eens rustig op een rijtje te zetten, er zijn immers studiepunten die gehaald moeten worden.''

Studenten die zo opgewekt aan vaders hand naar de universiteit zijn gekomen, lijden na enige tijd onder stress. Gelukkig kunnen ze nu nog dankzij de OV-jaarkaart onder moeders vleugels wonen.