Linkse president zou primeur zijn voor Uruguay

Na Argentinië krijgt mogelijk ook Uruguay een linkse president, na ruim honderd jaar conservatief bewind.

In Uruguay is het grote moddergooien in volle gang. De linkse kandidaat voor de presidentverkiezingen van morgen heeft een voorsprong in de opiniepeilingen. Het vooruitzicht van een linkse president heeft de rechtse partijen in alle staten gebracht. Het zou namelijk een primeur zijn in Uruguay, dat sinds de vorige eeuw door conservatieve krachten wordt geregeerd.

De kandidaat van de linkse coalitie Frente Amplio (`Breed Front') is de arts Taberé Vázquez (59). Dat hij morgen meteen al de vereiste meerderheid behaalt is onwaarschijnlijk, maar in een tweede kiesronde worden zijn kansen hoog ingeschat. Vázquez wil, zo zei hij onlangs, regeren over `mensen' en niet over `cijfers', een verwijt aan de zittende president Sanguinetti en diens liberale beleid.

De twee grote conservatieve partijen, de Nationale Partij en de Partido Colorado, zijn een moddercampagne tegen Vázquez begonnen, niet gespeend van Koude Oorlog-retoriek. De linkse coalitie, betogen de conservatieven, bestaat uit gevaarlijke ,,communisten'' en ,,tupamaros'', ex-leden van de guerrillabeweging `los Tupamaros'. ,,Communistisch zijn is hetzelfde als nazi zijn'', aldus Sanguinetti. Hebben de communisten in deze eeuw niet meer slachtoffers gemaakt dan de nazi's? Ook op het economische vlak schetsen de conservatieven een doemscenario. Onder Vázquez zal de peso devalueren en de inflatie toenemen.

Het Uruguyaanse dagblad El País schrijft dat Vázquez ,,campagne voert met taalgebruik dat bol staat van de medische termen en hij praat meer over gezondheidszorg dan over politiek''.

Met de conservatieve kandidaten is op het eerste gezicht weinig mis. Die van de Nationale Partij, Luis Alberto Lacalle (58), advocaat, was tussen 1990 en 1995 president van Uruguay en ontleent daaraan het nodige prestige. Hij werd als jongeman klaargestoomd voor de politiek door zijn grootvader, de voormalige sterke man Luis de Herrera. De andere kandidaat, Jorge Battle (72), ook advocaat, stamt uit een politieke dynastie die in het verleden drie presidenten heeft voortgebracht.

Maar beiden worden achtervolgd door het verleden. In 1995 werden leden van Lacalle's kabinet beschuldigd van corruptie, en hoewel hijzelf nooit tot de verdachten hoorde, wordt het toch beschouwd als een smet op zijn blazoen. Battle heeft weliswaar de reputatie intelligent en gecultiveerd te zijn, voor velen blijft hij de eeuwige verliezer: hij nam vier keer eerder zonder succes deel aan de verkiezingen.

De vraag is nu of de conservatieve partijen in staat zijn hun krachten te bundelen om Vázquez te verslaan. Hoewel beide partijen aan dezelfde kant van het politieke spectrum opereren, zijn het van oudsher rivalen. In de 19e eeuw vochten ze zelfs een burgeroorlog uit. Bij eerdere kabinetten werd samengewerkt, maar niet van harte.

Vázquez bestempelde gisteren de campagnetactieken van zijn tegenstanders als ,,clownesk''. De politiek is immers vertrouwd terrein voor Vázquez, tussen 1990 en 1995 burgemeester van Montevideo en daarvoor vakbondsman. Hij benadrukt bovendien een gematigde koers na te streven, hoewel hij het voor Uruguyaanse begrippen astronomische bedrag van 300 miljoen dollar wil uittrekken voor de bestrijding van de economische crisis en de werkloosheid.