`Laat elk land het zelf uitzoeken'

Meer dan 150 landen praten in Bonn over vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Ondanks alle afspraken stijgt die uitstoot nog steeds. ,,Onacceptabel', vindt de leider van de Amerikaanse delegatie.

,,De uitstoot van CO2 in de Verenigde Staten is fors toegenomen', erkent Mark Hambley, de Amerikaanse onderhandelaar bij de klimaatconferentie in Bonn, ,,en dat is onacceptabel'. In 1990 pompte Amerika jaarlijks zo'n 5 miljard ton kooldioxide de lucht in, inmiddels is die hoeveelheid gestegen tot 5,8 miljard ton.

Vanuit Bonn, waar meer dan 150 landen sinds vorige week maandag praten over de risico's van een opwarmende aarde en hoe daartegen op te treden, geeft Hambley in een telefonisch gesprek een paar redenen voor de toegenomen uitstoot. ,,De economie is veel meer gegroeid dan in de meest optimistische verwachtingen. Bovendien zijn de energieprijzen uitzonderlijk laag. Dat nodigt niet uit om er zuinig mee om te springen', aldus Hambley.

Amerika is niet het enige land dat zijn CO2-uitstoot ziet stijgen in plaats van dalen, zoals de bedoeling is. Alle geïndustrialiseerde landen kampen met dit probleem. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) leidde het toegenomen energieverbruik in Nederland in 1998 nog tot een elf procent hogere uitstoot van kooldioxide dan het jaar ervoor.

Het staat allemaal haaks op wat de landen in december 1997 in Kyoto zijn overeengekomen. Daar werd afgesproken dat de geïndustrialiseerde landen de uitstoot van broeikasgassen (vooral CO2) rond 2010 met ruim 5 procent moeten hebben verminderd ten opzichte van 1990, om te voorkomen dat de wereld in de toekomst steeds warmer wordt.

Veel is er sinds het Kyoto-protocol eigenlijk niet veranderd. Niet alleen is de doelstelling verder weg dan ooit, zelfs aan de voorwaarden voor ratificatie van het protocol is nog niet voldaan, vindt Amerika. Als president Clinton het protocol in de huidige vorm naar de Senaat zou sturen, kan hij er zeker van zijn dat het door de Republikeinse meerderheid wordt afgeschoten.

Een belangrijk struikelblok voor de Amerikanen is de positie van Derdewereldlanden. ,,Het is voor ons onaanvaardbaar dat ontwikkelingslanden buiten schot blijven', zegt Hambley. Met dit standpunt staat hij lijnrecht tegenover de Europese Unie.

Na Kyoto sprak de toenmalige Europese Commissaris voor Milieu, Ritt Bjerregaard, van de ,,bijna morele visie' van de EU. Bjerregaard noemde het onacceptabel om landen met een grote achterstand in hun ontwikkeling beperkingen op te leggen, die de inmiddels ontwikkelde landen nooit hebben gehad.

Dat gaat Hambley veel te ver. Hij is bereid om Afrikaanse landen enig respijt te geven, maar dat geldt niet voor landen als Mexico, India en China – zonder die overigens met name te noemen. ,,Je kunt niet spreken van dé ontwikkelingslanden', zegt Hambley. ,,Er zitten armere en rijkere landen tussen, met veel en weinig CO2-emissie. Sommige ontwikkelingslanden, die nu al veel kooldioxide uitstoten, maken een heel snelle groei door. Ik zie geen enkele reden om ze buiten het protocol te houden.'

Ook bestaat nog onenigheid over de handel in emissies – bedrijven die minder CO2 uitstoten dan toegestaan kunnen hun portie verkopen aan bedrijven die juist te veel uitstoten. Voor de VS vormt die handel de kern van het beleid. Europa aarzelt, deed dat althans tijdens de conferentie in Kyoto nog, maar lijkt inmiddels overstag. De Nederlandse regering wil zelfs de helft van de Kyoto-doelstelling realiseren via projecten in het buitenland.

Wel blijft de EU hameren op een plafond aan die handel, om te voorkomen dat landen hun heil uitsluitend buiten de deur zoeken. ,,Onzin', vindt Hambley. ,,Er bestaat geen enkele reden voor zo'n plafond. Niet voor de economie en niet voor het milieu. Laat ieder land zelf uitzoeken hoe ze aan hun norm willen voldoen. Europa werkt graag met een systeem van belastingen. Daar moet je in de VS niet mee aankomen.'

Voordat de strijd met de EU beslecht wordt, heeft Hambley even zijn handen vol aan een onverwacht brandje dat deze week in Bonn is opgelaaid. Saoedi-Arabië heeft berekend dat olie-exporterende landen een inkomstenderving van 63 miljard dollar kunnen verwachten als de CO2-reductie doorgaat. Het land eist een forse compensatie.

,,Absurd, geen sprake van', zegt Hambley, maar verder is hij over de ontwikkelingen in Bonn niet ontevreden.

Kooldioxide

In het artikel `Laat elk land het zelf uitzoeken' (in de krant van zaterdag 30 oktober, pagina 5) stond dat de uitstoot van kooldioxide in 1998 in Nederland is toegenomen met elf procent ten opzichte van het jaar ervoor. Dit had moeten zijn: elf procent ten opzichte van het ijkjaar 1990. De toename in 1998 is slechts zeer gering.