Kunstenaars doen inspiratie op in buitenland

Op een monitor in de Amsterdamse presentatieruimte van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) zijn fragmenten van Japanse RAI Uno-achtige televisieshows te zien afgewisseld met animaties van Karin Arink. Achter en naast een houten bed hangen Japanse souvenirs zoals een landkaart en priegelige tekenstudies die de kunstenares `body maps' noemt. De verschillende werken zijn samengebracht in een installatie en weerspiegelen de sfeer van haar atelier in Kitakyushu in Japan, waar ze met een beurs van het Fonds BKVB een jaar heeft gezeten.

Sinds enige jaren huurt het fonds ateliers in het buitenland. Geen exotische plekken waar kunstenaars afgesloten van de wereld in retraite kunnen gaan, maar studio's van bestaande culturele instituten in cosmopolitische steden met een rijk cultureel leven als New York, Berlijn, Parijs en Passadena. Al kun je dat van de industriestad Kitakyushu niet bepaald zeggen: het Center for Contemporary Arts bevindt zich ver weg van de kunstwereld in Tokio en daarom worden curatoren en kunstcritici speciaal uitgenodigd om workshops en lezingen te geven.

Als aanvulling op de subsidies die het fonds al verstrekt, zoals reisbeurzen, geeft het kunstenaars dus de mogelijkheid een tijd in een andere omgeving te werken. Met de expositie verantwoordt het fonds zijn keuze van de beeldend kunstenaars die zij het afgelopen jaar in deze ateliers toeliet. Naast Karin Arink waren dat Karin van Dam, Jeanne van Heeswijk en Mathilde ter Heijne.

De belangrijkste motivatie van de kunstenaars om mee te doen is dat ze simpelweg een tijd weg wilden uit Nederland. Meer is ook niet echt nodig, vindt de pr-medewerker van het fonds, want `de kwaliteit van de kunstenaar staat voorop'. Maar wat levert een verblijf in het buitenland op voor de ontwikkeling van het kunstenaarschap? Opvallend aan de tentoonstelling is het hoge toeristische gehalte. Dit geldt niet alleen voor Karin Arink, die zich door de andere sociale omgangsvormen en normen in Japan vaak een `alien' voelde. Deze status gaf haar werk dat een onderzoek is naar de begrippen `lichaam' en `individualiteit' een nieuwe impuls; het gemeenschapsgevoel in de Japanse cultuur deed haar meer dan ooit realiseren dat het lichaam een sociale constructie is, een doorlaatbare capsule van het zelf.

Hoe ook een minder vreemde cultuur, een andere Europese stad, als inspiratiebron kan dienen, bewijzen de wandelingen die Karin van Dam door Parijs maakte. De indruk die ze heeft opgedaan, is die van een stad waarin ze ver kon kijken en waardoor ze groot leerde denken. Het resulteerde in een voor haar doen enorme installatie van steigerconstructies met schaduwgaas (uitgevoerd voor Panorama 2000 van Centraal Museum Utrecht).

Bouwde Van Dam de maquettes voor de installatie nog in haar atelier, Jeanne van Heeswijk heeft het idee van een atelier in het kunstcomplex P.S. 1, New York, compleet laten varen. Ze transformeerde de ruimte tot een dependance van Hotel New York in Rotterdam, een 24-uurs-installatie, terwijl ze zichzelf in de tussentijd in het echte New Yorkse leven stortten. Dit leidde tot het weinig verrassende want geheel in de lijn van haar communicatieve kunst liggende project `Subway Outside', waarbij ze door middel van straatinterviews en discussies met mensen uit het culturele veld de positie van de kunstenaar tot de openbare ruimte probeert te (her)definiëren.

De meeste kunstenaars hebben ervaren dat een verblijf in het buitenland het dagelijkse bestaan relativeert; de afstand maakt dat je de dingen in proporties ziet. Zoals de vele mogelijkheden die er in het kleine Nederland zijn voor kunstenaars om aan geld te komen of te exposeren bijvoorbeeld, en de vanzelfsprekendheid waarmee ze zich in de watten laten leggen. Mathilde ter Heijne, die een jaar lang in Künstlerhaus Behaniën in Berlijn verbleef, schetst deze situatie als `de gouden kooi vol zoethoudertjes'. Het buitenlandse atelierprogramma van het fonds kun je daar ook onder rekenen. En toch: kunstenaars kunnen wel zeggen weg te willen vanwege de gezapigheid in het Nederlandse kunstklimaat, maar ze kúnnen weg uit Nederland dankzij diezelfde gezapigheid.

Presentatie: Parijs, Berlijn, New York, Kitakyushu met Karin Arink, Karin van Dam, Jeanne van Heeswijk, Mathilde ter Heijne. T/m 26/11. Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst, Brouwersgracht 276, Amsterdam. Ma-vr: 10-17u.