Jagen 1

Ik kreeg een wrange bijsmaak bij de keurige, o zo neutrale artikelen in uw speciale katern over de jacht (21 oktober).

De term `plezierjacht' is echter niet gevallen en toch vormt die de hoofdmoot bij onze recreatiejagers, die blijkbaar hun drang om bos en beemd te onderhouden, verliezen zodra er geen wild meer in rond loopt. Waarom afgereisd naar Polen of andere verre landen? Nergens een woord over het opfokken en bijvoeren van dieren ten behoeve van het genoegen van de heren – laten we er geen doekjes om winden: doodschieten. Want alleen om het schieten kan het niet gaan, dat is ook mogelijk op kleiduiven en op de schietbaan. Plaatjes schieten kan zelfs alles leveren waar men zegt het allemaal om te doen, dezelfde ontberingen in de vrije natuur, de liefdevolle zorg voor het veld en de biotoop.

Voor het beheren van de wildpopulatie voldoen boswachters uitstekend, daar is geen jagersvereniging voor nodig. Het is gewoon duidelijk: er zijn mensen, voornamelijk heren dus, die vanuit een primitief oerinstinct behoefte hebben om te doden. Om dat te verhullen, wordt de jacht met rituelen (waar u ook maar niet op ingaat) en de regels omgeven. Dat heeft overigens niet kunnen voorkomen dat de overheid het toch nodig geacht heeft bij wetgeving aan te geven wat in ieder geval niet geoorloofd is. Dus zo netjes als men het wil doen voorkomen, is het niet. De eigen waarde van het dier respecteren, u stipt het slechts terloops aan, dat moeten wij, beschaafde mensen, ja, NRC-lezers, nog leren.

N. VAN LOOKEREN CAMPAGNE, Laren