Icoon doet grootste kerk van Balkan vollopen

De aartsbisschop van Athene wil de kerken weer vol krijgen. Daarom vertelt hij moppen en staat hij minirokken toe. Maar de echte trekker is toch de icoon Axon Esti.

Duizenden Grieken staan in Athene dag en nacht in de rij voor de grootste kerk van de Balkan, de Pandeleimon, om de oeroude wonderdadige icoon Axon Esti te kussen die uit de monnikengemeenschap op Athos is overgebracht. De gemiddelde wachttijd bedraagt vijf uur, er zijn incidenten met mensen die voor hun beurt gaan of door de achterdeur – voor invaliden – naar binnen trachten te komen. Menigeen valt flauw. Het aantal vrouwen is twaalfmaal zo groot als mannen. Dat heeft ook te maken met het feit dat vrouwen de icoon niet mogen aanschouwen op Athos waartoe zij geen toegang hebben.

De icoon, die de Maagd in verering voor haar kind voorstelt, is op het vliegveld ontvangen met de eerbewijzen aan een staatshoofd. Een enorme politiemacht was op de been om de orde te handhaven. Bij de kerk zijn stalletjes verschenen met religieuze snuisterijen en prullaria. Dit wekt bij sommigen evenveel woede als lieden die voordringen. Heeft Jezus zulke commercie niet met een zweep weggejaagd?

Axon Esti, (de naam betekent `Waardig Is') is naar de hoofdstad overgebracht ter ondersteuning van de aardbevingsslachtoffers. Moreel, maar ook financieel, want de gelovigen worden geacht, geld te werpen in minstens één van de twee bussen bij de icoon, één voor de daklozen, één voor de Kerk zelf. ,,Ik heb alleen in de eerste bus gedeponeerd'', zei een Griek op de televisie veelbetekenend – het ontbreekt niet aan financiële schandalen binnen de kerk, door velen `de meest winstgevende onderneming van het land' genoemd.

De hele opzet wordt door sommigen bekritiseerd. Nikos Dimou schrijft in zijn vinnige zondagsrubriek in het dagblad Ethnos dat Griekenland duizend jaar terug gaat, of eigenlijk tot voor Mozes, die in het tweede van zijn Tien Geboden het creëren van idolen verbood. Kerkelijke functionarissen verkondigen echterdat de icoon niet als ding wordt vereerd maar als het aangezicht van Maria.

Wie wel zeer is ingenomen met de nog steeds groeiende stroom gelovigen naar Axon Esti is Christódoulos, sinds anderhalf jaar aartsbisschop van Athene. Hij ziet er een bevestiging in van de door hem gesignaleerde herleving van de Orthodoxie in Griekenland, een herleving waarvoor hij zich intensief inzet. Anders dan zijn nogal inactieve en ook zieke voorganger Serafim zorgt hij ervoor dat hij zowat elke dag in het nieuws is, en de media lenen zich daar met graagte voor. Zij komen naar zijn preken en andere optredens omdat hij telkens met opvallende geluiden komt, en zelfs moppen niet schuwt – een geboren verteller.

,,De Kerk moet weer aan de weg timmeren'', is zijn filosofie, ,,en het volk terugwinnen''. Vooral de kinderen moeten weer komen, en ze mogen komen zoals ze zijn, met minirokken en oorringen. ,,Ik lig jullie'', zei hij onlangs met pretoogjes in het slang van de jeugd, ,,en jullie liggen mij''. De Kerk moet weer een factor worden waarmee rekening wordt gehouden.

En het is hem gelukt. Binnen een jaar werd de aartsbisschop blijkens opiniepeilingen de meest populaire figuur van Griekenland, met 82 procent, acht punten boven de geliefde burgemeester van Athene, Avramópoulos. Of dit nog zo is, is de vraag, want de aanvoerder van de schatrijke kerk heeft terrein verloren met het onbegrijpelijk lage bedrag (15 miljoen drachmes) dat hij ter beschikking stelde van de aardbevingslachtoffers.

Negatieve reacties op de verrassende uitspraken van de man zijn er genoeg, maar zij blijven afkomstig van personen die toch al als `buitenbeentje' bekend staan. Van het begin af heeft Christódoulos `expansieve' geluiden laten horen in de richting van Turkije, waar na de Eerste Wereldoorlog anderhalf miljoen Grieken moesten wegtrekken. Deze districten mochten niet meer langer `verloren vaderlanden' worden genoemd maar `onvergeetbare vaderlanden' waarvan het niet zeker was wat er in de toekomst mee zou gebeuren. Zo deed hij de droom van herinname van Konstantinopel herleven. Hij had het ook over de `barbaren van het oosten' hoewel hij zulke geluiden de laatste tijd in het kader van de Grieks-Turkse vriendschap voor zich houdt.

De kritiek is het sterkst vanuit de hiërarchie van bisschoppen, van wie velen de laatste maanden lieten blijken dat Christódoulos een vedettenrol speelt die een primus inter pares niet past. Tot woordvoerder van deze verwijten (,,straks zet hij de kerk nog op de beurs'') maakte zich de bisschop van Thebe, Chrysóstomos, maar die was tegenkandidaat bij de bisschoppelijke verkiezing zodat zijn boosheid ook daaraan kan worden toegeschreven.

In drie brieven heeft nu ook Bartholoméos, de Oecumenisch Patriarch in Istanbul (Konstantinopel) bezwaar aangetekend tegen de ambities van de Atheense kerkvorst. De spanningen tussen Athene en Konstantinopel dateren al van het begin van Griekenlands onafhankelijkheid, 1833. De machtsstrijd gaat nu over de diocesen in Noord-Griekenland en in de Egeïsche Zee die na de vergroting van het moederland in 1913 de Atheense aartsbisschop toevielen.

Er zijn nog meer haken en ogen. In Brussel, het centrum van de Europese Unie, zou de Orthodoxe Kerk een bureau moeten openen, maar dit wordt zowel door de patriarch als door de aartsbisschop geclaimd. Het tegenstrijdige is dat de laatste niet moe wordt zijn volk te waarschuwen tegen de `richtlijnen uit Brussel' die het dreigen los te maken van zijn eigen Grieks-orthodoxe tradities. Hij signaleert ook het gevaar van Amerikaanse wereldsuprematie. Die bereikte een hoogtepunt tijdens de NAVO-acties tegen het broedervolk der Serviërs, die hij voorstelde als een `oorlog van het Westen tegen de orthodoxie'.

,,Euroligourides'', zwelgers in alles wat Europa is, noemt hij diegenen die, in zijn ogen blindelings, afsturen op Brussel. Die krijgen ook de schuld van het feit dat een schoolboek voor godsdienstonderricht melding maakt van andere religies op de wereld. De felle aanval die hij bij die gelegenheid op de media deed, leidde overigens voor het eerst tot enige distantie bij de minister van Nationaal Onderwijs, Arsenis, nadat maandenlang binnen de regering alleen de minister van Justitie, Jannopoulos van kritiek had doen blijken.