Groene revolutie

In zijn artikel in NRC Handelsblad van 23 oktober, pleit dr. Norman Borlaug voor een Groene revolutie in Afrika, na met succes te zijn toegepast in Azië en Latijns-Amerika in de jaren '60 en '70.

Borlaug vermeldt in zijn artikel echter niet de keerzijde van de Groene revolutie die geleid heeft tot een toenemende polarisatie tussen rijke en arme boeren en enorme ecologische problemen.

Cijfers uit de jaren '80 van de Filippijnen laten een drastische inkomensdaling zien. De arme boeren hebben geen geld om het verbeterde zaad en de hiervoor noodzakelijke kunstmest en bestrijdingsmiddelen aan te schaffen. Boeren werken zich hierdoor steeds verder in de schulden en voor de landlozen betekent de mechanisatie die gepaard gaat met de nieuwe variëteiten vermindering van de inkomstenbronnen.

De enorme toename van het kunstmestgebruik leidt, net als hier, tot voedselverrijking van 't water. Vijftig procent van de gebruikte kunstmest spoelt uit of oxideert. Met als gevolg een toenemende plantengroei die er op zijn beurt weer voor zorgt dat de visstand terugloopt.

Dit betekent: minder vis voor een alsmaar groeiende bevolking en een afnemende inkomstenbron. Kunstmest vormt hiervoor een ernstige bedreiging. Cijfers uit die tijd laten voor Maleisië een daling in de visstand zien van meer dan 50 procent!

De nieuwe soorten verdringen een groot aantal inheemse en komt er een monocultuur die veel vatbaarder is voor ziekten en plagen. Doordat deze zich gemakkelijker kunnen verspreiden en omdat de nieuwe variëteiten vatbaarder zijn voor ziekten en plagen is het risico op misoogsten groter. Uit voorzorg wordt de boer gestimuleerd te spuiten. De bestrijdingsmiddelen hopen zich op in de voedselketen en reduceren bepaalde diersoorten. Hierdoor neemt de kans op plagen juist toe waardoor met meer en met sterkere middelen moet worden bestreden. Een vicieuze cirkel alléén ten voordele van de leveranciers en ten zeerste af te raden voor Afrika!