GEDRAGSTHERAPIE HELPT OUDEREN VAN SLAAPPROBLEMEN AF

Cognitieve gedragstherapie kan ouderen blijvend van slaapklachten verlossen. Dat blijkt uit een Canadees onderzoek waarbij gedragstherapie, slaappillen, een combinatie van beide en een neppil met elkaar werden vergeleken (Journal of the American Medical Association, 17 maart). De patiënten die een placebo kregen hadden daar nauwelijks baat bij. De andere behandelingen werkten drie maanden na begin van de behandeling ongeveer even goed. Bijna de helft van de deelnemers die slaappillen kregen sliep beter, evenals 55 procent van de deelnemers aan de gedragstherapie en 63 procent van de ontvangers van de gecombineerde behandeling.

Bij de controles na één en twee jaar bleek echter dat alleen de gedragstherapie tot een duurzame verbetering van de slaapklachten had geleid. Dit resultaat is volgens een editorial bij het artikel een stap vooruit bij de behandeling van slaapklachten bij ouderen. De therapie was met acht wekelijkse sessies van anderhalf uur nauwelijks intensief te noemen. Toch was het effect na twee jaar nog duidelijk meetbaar.

Veel ouderen slapen slecht. In de meeste gevallen vallen zij `s avonds in bed nog wel in slaap, maar worden ze in de loop van de nacht een paar keer wakker of ontwaken ze veel te vroeg en kunnen dan niet opnieuw weer inslapen. Chronische slapeloosheid treft tussen de 12 en 25% van de ouderen, tast hun kwaliteit van leven aan en vergroot de kans dat zij een depressie krijgen. Meestal krijgen slapeloze ouderen een slaapmiddel voorgeschreven. Dat helpt vaak wel, maar als de slapeloosheid chronisch is, wordt het slaapmiddelgebruik verslavend en hebben andere behandelingsvormen voordelen.

De gedragstherapie hield in dat de patiënten geleerd werd hun bed alleen te gebruiken om in te slapen of in te vrijen. Zij mochten er niet in blijven liggen als ze wakker werden en kregen zelfs opdracht de slaapkamer te mijden als zij daar niet hoefden te zijn. Daarnaast werden ze op het spoor gezet van de ideeën, gevoelens en attitudes die hun parten speelden toen zij onvrijwillig wakker waren. Tenslotte was er aandacht voor het verschil tussen normale en pathologische fluctuaties in de slaap.

Aan het project in Quebec werd deelgenomen door 78 patiënten met chronische slaapklachten. De patiënten, gemiddeld 65 jaar en voor het overige gezond, werden gedurende acht weken poliklinisch behandeld. Het effect werd na 3, 12 en 24 maanden beoordeeld.