Failliet gaan is bij ons een teken van lef

We leven in een revolutionaire tijd, vindt de Amerikaanse econoom Lester Thurow. Het doet denken aan de effecten van de uitvindingen als de stoommachine, of de elektriciteit. Alleen gaat het deze keer niet uitsluitend om één nieuw fenomeen. Er is meer nieuws onder de zon dan alleen de informatietechnologie. En de Amerikanen buiten die nieuwigheden het beste uit. Lester Thurow weet waarom.

De discussie over de `nieuwe economie' heeft in de nadagen van de twintigste eeuw ook Nederland bereikt. Economieminister Annemarie Jorritsma haalde er zelfs opiniepagina's mee. Lester Thurow, auteur, macro-econoom, en één van de gezichtsbepalende spelers van het befaamde Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston breekt er zich al jaren het hoofd over.

Voor hem is die nieuwe economie zeker geen heilstaat met permanente groei die in juichende economische periodieken de kop opsteekt. Het is voor Thurow evenmin een voortzetting van de traditionele kapitalistische economie met als enige verschil dat die door hogere productiviteit voortaan 3 à 3,5 procent in plaats van 2 à 2,5 procent `inflatieloos' kan groeien. De nieuwe economie is voor de hoogleraar al evenmin een complete metamorfose waarin klassieke economische wetmatigheid plaatsmaakt voor nieuwe.

Om duidelijk te maken wat hij wél onder nieuwe economie verstaat, schetste Thurow in boeken als `The Future of Capitalism' (1996) en 'Building Wealth' (1999) op beeldende wijze de brede contouren van de nieuwe economie zoals die zich zijns inziens ontwikkelt. Daarbij leent hij soms concepten uit de fysica zoals `aardscholtektoniek'.

Volgens Thurow zijn er behalve aardschollen ook reusachtige economische schollen waarvan de kracht even onweerstaanbaar is. Neem Mexico dat in 1985 door wrijving tussen aardschollen onverwacht werd getroffen door een verwoestende aardbeving. Precies tien jaar later werd het land niet minder onverwacht geraakt door een botsing tussen economische schollen waardoor eenderde van het inkomen van de Mexicanen werd weggevaagd.

Tot de actiefste economische schollen behoren nu, volgens Thurow, de stormachtige opkomst van de kenniseconomie; de globalisering die de nationale economieën doet verbleken; de geleidelijke opkomst van een meer multipolaire wereld zonder duidelijke leider; en de demografische ontwikkeling: een sterke veroudering van de rijke landen waarvan de gevolgen sterk worden onderschat, en een zeker tot 2050 voortgaande bevolkingsexplosie in de Derde Wereld. Wij leven nu in een tijd van verhevigde beweging tussen de economische schollen en dat leidt tot versnelde ontwikkelingen, erupties en wrijvingen.

Tijd voor een gesprek met de 61-jarige Lester Thurow wiens werkkamer op het MIT in Boston uitkijkt over de James River. Aan de overzijde bosschages die in de beginnende Indian Summer fel kleuren. Daar achter rijst de hoogbouw op van downtown Boston. Een dag na terugkeer van een lezingenreeks in Israel en direct na zijn deelname aan een teleconferentie vanuit zijn kamer aan een seminar in Bologna steekt hij van wal. Jazeker, het gaat vooral over de `nieuwe economie'.

Is die er nu wel of is die er niet?

Thurow, die oogt als een prille vijftiger en spreekt als een nimmer haperende woordenmitrailleur, zegt: ,,Deze kwestie heeft vele dimensies. Laat ik eerst twee dimensies noemen waarin er geen nieuwe economie is en dan twee waarin dat wel zo is. Financiële crises zijn er gebleven, zoals in de VS begin jaren negentig en in Azië vanaf 1997. Dat zal blijven gebeuren. Verder houden we recessies en businesscycles. Het is waar dat we hier sinds 1991 geen recessie meer hebben gehad maar ze zullen zeker weer komen. Ik kan niet zeggen wanneer maar wel hoe.

,,De Amerikaanse consumptie is sinds jaar en dag hoger dan het Amerikaanse inkomen, dus hebben we een negatieve spaarquote. Je kunt dat niet oneindig blijven doen. Op een gegeven moment is de koek op en moeten de Amerikanen hun consumptie meer afstemmen op hun inkomen. Dat noemen we hier een recessie. Als wij dan vervolgens minder gaan importeren om onze handelsbalans meer in evenwicht te brengen, kunnen Europa en Azië minder naar ons exporteren en dat betekent een wereldrecessie. Want Japan en Europa hebben nu ieder een handelsoverschot met de VS van tegen de 120 miljard dollar per jaar, China zit op 50 miljard en de rest van de wereld op zo'n 100 miljard.

,,Een dimensie waar we wél met de nieuwe economie te maken hebben is inflatie. Je ziet dat nieuwe technologische ontwikkelingen de prijzen drukken in 40 procent van de economie – energie, grondstoffen, agrarische sector en delen van de industrie zoals micro-elektronica. Het blijft mogelijk om inflatie te hebben maar het wordt steeds moeilijker. Je kunt dan ook niet zeggen dat de centrale bankiers in de inflatierijke jaren zeventig zoveel stommer waren dan hun collega's in de inflatie-arme jaren negentig. Het gaat vooral om veranderingen in de economie. Waar de nieuwe economie zich optimaal laat zien is in de stormachtige groei van de informatie- en kennisindustrie. Die maken met nieuwe technologieën geheel nieuwe producten. Ze maken daarmee ook verbeterde bestaande producten. En dat op een steeds virtueler wijze waardoor ook de contouren van de materiële economie voor velen wat wazig worden.'

Wat zijn voor u aansprekende voorbeelden?

,,Neem Internet, dat in de jaren zestig met Amerikaans overheidsgeld werd opgezet en daarmee het indrukwekkendste voorbeeld is van recent industriebeleid. En dat nog wel uit Amerikaanse koker. Het bracht ons onder meer de e-commercie, vier jaar gelden nog onbekend, nu het gesprek van de dag. Een ander voorbeeld is het mondiale flitskapitaal van duizenden miljarden dat als een virtuele financiële wolk boven de aarde hangt en met een druk op de toets van een computer van continent kan wisselen.

,,Een voornaam bestanddeel van de nieuwe economie is ook de snelle opkomst van de biotechnologie – die ons in staat stelt alles wat leeft genetisch teveranderen. Daar bestaat nu grote paniek over in Europa. Winkels maken er zelfs reclame met niet-gemanipuleerd voedsel. Wat een onzin. Genetische manipulatie in voedsel is allang aan de gang, ook in Europa. Het is vooral een vraag of je sexy of a-sexy technieken gebruikt. Als Europeanen genetische manipulatie zo verwerpelijk vinden, zouden ze ook hun honden moeten wegdoen want dat zijn er ook producten van, hahaha.

,,Deze Europese afkeer is een typische botsing tussen technologie en ideologie die beiden het vloeiende magna vormen waarop de economische aardschollen drijven. De Chinezen kampten tijdens de Sung en Yuan-dynastie in de veertiende eeuw ook met dat probleem. Zij hadden toen al de ingrediënten ontwikkeld om een industriële revolutie te kunnen ontketenen. Maar de ideologische dwangbuis van het confucianisme belette de Chinezen een verdere ontwikkeling van die vondsten. Ik vrees dat we nu iets soortgelijks in Europa zien met de biotechnologie, één van de voornaamste pilaren onder de nieuwe economie. Duitse farmaceutische giganten als Bayer en Hoechst hebben hun biotechnische activiteiten inmiddels naar Boston verkast. Het Britse Glaxo dreigt hetzelfde te doen. Dat is prima voor ons.'

Er wordt wel gezegd dat de opkomende kenniseconomie de wet van de afnemende meeropbrengsten verandert in een van toenemende meeropbrengsten. Dus er zou in bedrijven geen productie-optimum meer zijn waarna verdere productie steeds minder loont.

,,Je ziet in deze tijd van sterke verandering beide verschijnselen. Neem General Electric, het Amerikaanse bedrijf dat volwassen technologie waarschijnlijk het best exploiteert. Het moet per jaar voor 110 miljard dollar verkopen om 10 miljard winst te kunnen maken. Neem vervolgens Microsoft dat ook 10 miljard per jaar verdient maar dat daarvoor slechts 20 miljard aan producten hoeft te verkopen. GE werkt volgens de wet van de afnemende meeropbrengsten, Microsoft volgens die van de groeiende meeropbrengsten. Dat is het verschil tussen werken met traditionele en nieuwe technologie.'

Maar is hier sprake van een fundamentele wijziging in economische wetmatigheid?

,,Nee, hetzelfde zag je toen tweehonderd jaar geleden de stoommachine werd uitgevonden en toen honderd jaar geleden de elektra het licht zag. Er is een revolutionaire technologische doorbraak waardoor je dingen ineens heel anders kunt doen, nieuwe producten op nieuwe wijze kunt produceren. Daarmee kun je hele markten afnemen van anderen en nieuwe producten aanbieden tegen prijzen die de klant nog nergens mee kan vergelijken. Maar zulke revolutionaire situaties zijn tijdelijk.'

Toch blijven er vreemde zaken. Informatie kun je anders dan een banaan oneindig consumeren. In de informatie-economie verdien je geld door informatie exlusief te maken en er een prijskaartje aan te hangen. Maar dat is duur en moeilijk in het open Internettijdperk. Daarom moet je informatie vaak gratis aanbieden en er wat anders aan ophangen om nog wat te kunnen verdienen, zoals reclame. Erg overtuigend lijkt dat allemaal niet. Werkt het klassieke marktprincipe in de info-economie minder of anders?

,,Nee. Het lijkt me ook onjuist om over de informatie-economie te spreken. Er zijn veel meer nieuwe dingen aan de orde zoals biotechnologie, nieuwe materialen, lasers, robotics, noem maar op. Verder blijft er hoe dan ook de enorme positie van de traditionele industrie wier producten je ook in het informatietijdperk blijft kopen. Al kan dat via Internet en e-commercie nu op informatietechnologische wijze. Feit blijft dat er buiten de media-industrie niet zoveel mensen zijn die hun brood kunnen verdienen met de verkoop van informatie. De vraag is vooral: hoe kun je bestaande producten met hulp van nieuwe media verkopen.'

Over media gesproken, hoe taxeert u de gevolgen van Internet op de schrijvende journalistiek? Er heerst in onze kringen de nodige zorg.

,,Internet heeft vooral een negatieve invloed op de advertentiemarkt voor kranten. Verder zie ik weinig gevolgen voor de schrijvende media. Die hebben namelijk een geweldig voordeel. Zelfs de kleinste laptop is zwaarder en lastiger hanteerbaar dan een krant of boek.

,,Als ik grotere e-mails krijg, print ik die direct uit want het blijft onplezierig lezen vanaf het scherm. Dat kun je ook niet scanned lezen zoals de krant, die meer redactie en achtergrond biedt. Er wordt vandaag de dag meer geprint en gedrukt dan ooit. Een van de grootste successen op Internet is Amazon. Dat verkoopt boeken.'

In uw zojuist verschenen boek `Building Wealth' spreekt u onder verwijzing naar de biologie over de huidige situatie van `verbroken evenwicht', een dynamische periode vol snelle veranderingen. U signaleert daarbij ook gevaren. Wat zijn de voornaamste?

,,De eerste twee industriële revoluties – die van de stoom 200 jaar geleden en die van de elektra 100 jaar geleden – gingen over het verplaatsen van mensen van agrarische naar industriële bezigheden. Dat was tevens deel van de economische vooruitgang want daardoor werden mensen verkast van een lage loonactiviteit naar een hogere loonactiviteit als de industrie. De agrarische inkomens waren niet alleen laag maar ook erg ongelijk. De industriële inkomens waren hoger en gelijker omdat de mensen er hogere scholingsniveaus nodig hadden.

,,In de derde industriële revolutie, de komst van de huidige kenniseconomie, brengen we de mensen van de industriële naar de dienstensectoren. Met enkele uitzonderingen, zoals medische zorg en financiële dienstverlening, bieden ze gemiddeld lagere en meer ongelijke inkomens. Die groeiende tweedeling zie je duidelijk in de VS waar de reële beloning van 60 procent van de bevolking nu lager is dan in 1973.

,,Eenzelfde ontwikkeling zie je bij ondernemingen – het worden steeds meer globale óf nichebedrijven, de middelgrote spelers krijgen het moeilijker – en zelfs bij landen. Je ziet het op mondiaal niveau en ook binnen een continent als latijns Amerika. De arme landen blijven in versneld tempo achter.'

Is dat onvermijdelijk?

,,Ja. Wel kunnen overheden interveniëren om de gevolgen te beperken. In de VS gebeurde dat met mate en het gevolg is dat 60 procent van de bevolking er materieel slechter aan toe is dan 25 jaar geleden. In Europa gebeurde het wel en dat vertaalde zich in een gemiddelde werkloosheid van meer dan 10 procent. Een complicatie is dat juist door de globalisering de nationale economieën verwateren. En dat ondergraaft weer het vermogen van nationale overheden om ongewenste tweedeling te corrigeren.'

Als zelfs democratisch gekozen overheden te weinig kunnen doen om de negatieve gevolgen van de derde industriële revolutie bij te stellen, wat zijn dan de risico's?

,,Europa had in 1970 een werkloosheid van 2,5 procent. Had je toen voorspeld dat het 25 jaar later op 12 procent zou zitten, dan had menigeen revolutie voorspeld. Hadden Amerikanen destijds geweten dat het reële inkomen van een meerderheid een kwart eeuw later lager zou uitvallen, dan had dat in de VS ook problemen gegeven. Nu blijkt men het te pikken. Wat meespeelt is dat sinds de val van het communisme echte alternatieven ontbreken. Ook mag je hopen dat de huidige tendens naar meer ongelijkheid niet eeuwig zal doorgaan. Maar risico's zijn er wel degelijk. Pseudo-religieus fundamentalisme ligt op de loer. Wij zagen dat met Oklahoma. Ook is er het gevaar van groeiende onverschilligheid, politieke onthouding en een verlies van maatschappelijke cohesie wat kan leiden tot langdurige stagnatie en regressie. Je zag dat tijdens de ondergang van het Romeinse rijk waarna het twaalf eeuwen duurde voordat de draad van de progressie weer werd opgepakt.'

Tien jaar geleden zaten de Japanners hoog te paard, leek de toekomst van het zich verenigende Europa veelbelovend, maar waren in Amerika malaise en pessimisme troef. Nu is Amerika de onbetwiste leider in de nieuwe kennisrevolutie. Vrijwel niemand voorzag dat. Hoe kon dat gebeuren?

,,In 1990 ging het in de wereldeconomie nog vooral om de vraag wie volwassen technologie het best vooruit wist te drukken. Hoe maak je auto's met minder defecten en meer accessoires? Hoe maak je betere halfgeleiders? De Japanners waren daar met hun ijver en nauwgezetheid meesters in. Amerikanen zijn slonziger. En de top 20 procent van de Amerikaanse arbeidskracht staat weliswaar aan de wereldtop maar de onderste 60 procent is er slechter opgeleid dan in Europa en Japan.

,,Maar feit blijft dat we nu midden in een technologische revolutie zitten. En op zo'n fluïde en uitdagend moment blijkt Amerika toch de beste plaats om de werken. Hier kun je het gemakkelijkst oude zaken sluiten en nieuwe beginnen. De chaos is hier groter dan in Europa en Japan maar er is genoeg orde om de zaak in de hand te houden en dat garandeert een optimale creativiteit.

,,De huidige kennisrevolutie zal weer tot rust komen. We zullen ooit terugkeren naar een tijdperk waarin het er weer om gaat rijpe technologieën stukje voor stukje vooruit te duwen, iets waarin de Japanners uitblinken.Toen de elektra kwam zag je een revolutionaire periode van zo'n 25 jaar. Daarna volgden 75 jaren van vooruitdrukken van het bestaande. Japan kon toen weer bij komen en ons op sommige terreinen zelfs passeren.'

Hoe lang schat u de lengte van de huidige revolutionaire periode?

,,Ik vermoed dat die nog een flinke tijd kan duren. Het gaat niet om één nieuw fenomeen zoals elektriciteit. Er komen nu tegelijkertijd vele interacterende nieuwe technieken tot ontwikkeling. Neem het gigantische, door Washington gefinancierde project om alle menselijke genen in kaart te brengen. Het begon in 1995 en zou tot 2006 duren. Nu is het al in 2000 klaar. Waarom? We vonden intussen nieuwe bio-elektronische hulpmiddelen uit die de research versnelden. Dat geeft de VS natuurlijk een flinke voorsprong bij de verdere ontwikkeling van de biotechnologie. Die wordt nu in Europa als een heks naar de brandstapel verwezen maar zal een speerpunt blijken in de huidige kennisrevolutie.

,,Op ons MIT wordt nu gestudeerd op de ontwikkeling van een computer volgens bio-moleculaire processen. Zo zie je hoe biologie met hulp van elektronica integreert in fysica en andersom. Zulke interacties kunnen de perioden van revolutionaire technologische verandering verlengen.'

Hoe ziet u de toekomst van Europa?

,,Als je objectief naar de cijfers kijkt zou Europa de beste plaats op aarde moeten zijn. Er wonen de meeste mensen die het best zijn opgeleid en hoge inkomens hebben. Europa is de grootste markt met een uitstekende infrastructuur. Waarom is Europa toch niet de beste plaats en profiteert het minder dan Amerika van de kennisrevolutie?

,,Een reden is het onderwijs. Het is waar dat ons publieke middelbare schoolsysteem inferieur is aan dat van Europa of Japan. Een 18-jarige Amerikaanis slechter opgeleid dan zijn overzeese leeftijdsgenoten. Maar dan gaan ze naar Amerikaanse universiteiten waar harder en creatiever wordt gewerkt. Daarna gaat 15 procent van de afgestudeerden door naar graduate schools die overzee minder in zwang zijn. Die leveren op veel terreinen absolute wereldtop. Op MIT en Harvard in Boston, of Stanford en Berkeley aan de westkust wordt bovendien heel creatief gewerkt. MIT'ers hebben in de loop van de tijd 4000 bedrijven opgericht waaronder 26 multinationals. Welke universiteit buiten de VS kan zoiets zeggen?

,,Europeanen schrikken teveel terug van de destructieve kant van creative destruction. Toen AT&T zich twintig jaar geleden van de rechter moest opdelen, had het een miljoen werknemers. Een half jaar later waren er een half miljoen over. Maar bij AT&T's afsplitsingen werken nu meer dan een miljoen mensen. Vergelijk dat met Deutsche Telekom. Dat is nu na vele jaren discussie eindelijk geprivatiseerd. Ook daar zou een groot deel van het personeel eruit moeten, wat goed zou zijn voor Deutsche Telekom en ruimte zou bieden voor veel andere telecombedrijven. Zoiets blijkt onmogelijk.

,,Gebrek aan ondernemerschap is Europa's grootste manco. Europeanen schrikken vaak terug van het nieuwe. En een Europese ondernemer die mislukt is voor altijd getekend. Bij ons is het een teken van lef dat wordt gewaardeerd. De 25 grootste Europese bedrijven van het moment bestonden in 1960 ook al. Van de huidige Amerikaanse top-25 bestonden er negen in 1960 nog niet waaronder voortrekkers van de kennisrevolutie als Microsoft en Intel. Waar zijn de Europese tegenhangers?'