De wereld tussen benen en buiken

Je moet ze gezien hebben om te begrijpen waarom ze zo leuk zijn, zei een van de filmjournalisten die de jeugdtelevisieserie De Daltons bekroonde met de KNF-prijs van de Nederlandse Filmkritiek tijdens het afgelopen Nederlands Filmfestival.

Hij heeft gelijk. De Daltons zijn leuk. Ze zijn met z'n drieën, of eigenlijk met z'n vieren, want er is ook nog een klein broertje, en soms met z'n vijven, want het buurjongetje Gijs-Jan wil ook nog wel eens meespelen. Ze heten Jelle, Erik en Tim, en vooral zes-en-een-half-jarige Tim is belangrijk want hij is onze ogen en oren.

Ook het niet-representatieve proefpanel van twee zes-en-een-half-jarige jongetjes vond De Daltons leuk en Tim het leukste, ,,want Tim kijkt je aan en je kunt precies aan z'n gezicht zien wat hij voelt.''

De jongens De Wit wonen in de Daltonstraat in een archetypisch en tijdloos gemaakt Hollands dorpje. Tim, afgezien van dat babytje, is de jongste van de drie en lijkt niet op z'n hoogblonde oudere broertjes. Hij is een beetje rossig en heeft in plaats van kogelronde blauwe kijkers van die toegeknepen ogen die `eerst zien en dan geloven' zeggen. Hij is het buitenbeentje: als z'n broers ergens naartoe rennen, rent hij er achteraan. Maar als het nodig is, is hij dapperder en initiatiefrijker dan zijn beide broers bij elkaar.

Scenarioschrijver Robert Alberdingk Thijm (Zeeuws Meisje) baseerde De Daltons op zijn eigen jeugdherinneringen. Nieuwe buren, een zwerfkatje, geheime clubs, de oude kleren van je broertjes of zusjes, zijn daarin de bindende elementen. Ouders zijn benen en buiken die af en toe op kinderhoogte door het beeld scheren en iets aardigs zeggen, maar ze zijn nog gewoon samen en niet, zoals in zoveel Scandinavische kinderfilms en -series, suïcidaal, manisch-depressief, dood of aan de drank. In De Daltons is het leed van buitengesloten worden door je broertjes al genoeg tranen waard.

Dat De Daltons licht en toch niet oppervlakkig is, lollig en superverantwoord, perfect voor de doelgroep van vijf- tot tienjarigen, en minstens even goed voor alle beginnende dertigers met hun eerste nostalgische oprispingen, is behalve aan Alberdingk Thijm ook aan regiseusse Rita Horst (Madelief) te danken. De op super 16mm-film gedraaide tiendelige serie werd door haar klein en overzichtelijk gehouden. Alles wat je ziet is even belangrijk en vanzelfsprekend; de gang van het lege huis van de buren, de kruin van de immens hoge boom waarin het buurjongetje moet klimmen als proeve van stoerheid, het gemak waarmee de jongens vaders gereedschapskist in de kelder mogen plunderen.

De Daltons is leuker dan Madelief, wat ook al zo'n heerlijke overzichtelijke doch licht absurdistische kinderwereld presenteerde, met dode buurmannen die griezelig en toch niet eng plotseling weer op kunnen duiken om je schrik met een knipoog aan te jagen. Als Madelief en Tim nou gaan trouwen en een heleboel leuke kindertjes krijgen, dan zit het met de jeugdtelevisie in Nederland de komende jaren wel goed. En niet alleen de jeugdtelevisie. Want om een beetje goed te maken dat De Daltons die KNF-prijs van de Nederlandse Filmkritiek hebben gekregen, graag ook een film. En een beetje snel. Dan kan die volgend jaar weer een prijs krijgen. Een Gouden Kalf ofzo.

De Daltons, zondag, Ned.3, 10.05-10.30u.