Daan denkt na

Episode 5: waarin Daan Schrijvers mopperend meegaat op het M&M bezinnnings-

weekeinde, maar onderwijl op zoek blijkt naar de juiste vragen

Hè Daan, ben je nu nog steeds zo somber en boos', kraaide de krasse kroniekschrijfster Elma Dusbaba uitgelaten, terwijl ze de tas met M&M-versnaperingen, die al de hele treinwagon was rond gegaan, aan mij doorgaf. `Somber is het woord niet, Elma', mompelde ik, nadat ik illusieloos in de van bedrijfswege verstrekte grabbelton met foerage mijn weg had moeten zoeken tussen de lege Prozacwikkels. Zelfs geen dropveter schoot er voor mij over.

Dat kon er ook nog wel bij, nu ik hier zat te midden van de uitgelaten redactie en de opgetogen directie van mijn glansblad die zich ongeremd tegoed deden aan snacks van diverse pluimage. `Waar blijven de bitterballen, Daan', klonk het verwijtend van de voorste rijen. Het was Walter Decheiver, mijn voormalige collega, wiens inspirerende greep op de werkelijkheid ik zes jaar lang zo node had gemist, maar die nu in geruite vrijetijdskleding het gangpad onveilig maakte met zijn golfclubs. `Al dat vergaderen maakt hongerig!'

Dit was niet mijn idee geweest, dacht ik vreugdeloos, zo'n bezinningsweekeinde in het Pers Media Concentratie Vakantiekamp. Ik had mij immers allang bezonnen op het nulnummer van het glanzende Millennium Magazine M&M, waarvan ik bij acclamatie van het uitgelezen gezelschap toonaangevende vaderlandse visionairs blijkbaar hoofdredacteur was geworden. Ik had helemaal geen behoefte aan rancuneuze rollenspelen, aan parmantige persoonlijkheidexploratie, aan tendentieuze team-building, noch aan de cursus `Hoe word ik een betere chef' volgens Feng Shui-principes.

Toch was dat precies wat we gingen doen, vreesde ik, want zo had Debbie Decheiver het immers beslist. Juist op het moment dat ik tijdens de bijna uit de hand gelopen redactievergadering over het M&M-nulnummer was opgestaan om voor het eerst na zesentwintig jaar journalistieke pensioenopbouw een dappere daad te stellen (dit keer was ik écht vastbesloten geweest het roer in handen te nemen en om te gooien in de richting van de open zee van het vrije woord, van de ongebonden gedachte, van de tegenspartelende tegendraadsheid, van de bevrijdende zelfspot, ja in de richting van de cataracten der kriebelende kritiek), juist toen was de deur opengezwaaid en was zij binnen komen zeilen.

`Mag ik deze charmante dame met haar picknickmand even voorstellen', sprak de uitgever omineus, net voordat de eerste syllabe van mijn tirade over de nikserigheid van het vaderlandse intellectuele leven oog in oog met het nakende millennium mijn lippen zou verlaten. `Dit is Debbie Decheiver, jullie kennen haar natuurlijk als de vrouw van Walter, maar zoals ze hier staat, is ze benoemd tot mental coach en carrièreconsulente van het Platform Nationale Millennium Celebratie. En laten we niet vergeten dat het Platform de hand is die ons voedt, after all.'

`Welkom aan boord, Debbie', riep de redactie even spontaan als unisono, terwijl ik sprakeloos mijn speech voelde verwaaien in de ongezouten werkelijkheid. Met een kloek gebaar zette Debbie de picknickmand midden op de vergadertafel. `Surprise', riep ze met het natuurlijk gezag dat alleen gegeven is aan hen die weten dat het journalistieke métier zelden bestand is tegen gratis snoepreisjes. `Het is tijd voor bezinning, het is tijd voor verdieping, het is tijd om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, het is kortom ' Dat liet de redactie zich geen twee keer zeggen: `Hoera!! Het is Pers Media Concentratie Vakantiekamp-tijd! Dat is pas chique journalistiek!'

En zo was het gekomen dat wij hier nu voltallig met de trein op weg waren naar het Conferentieoord-annex-wetenschapspark van mijn nieuwe opdrachtgever. Lusteloos bladerde ik in de opgewekte vierkleurendrukfolder van onze bestemming. Er was genoeg te doen, journalistiek gesproken dan: de M&M midgetgolfbanen, de Dusbaba-bowlingbaan, het Decheiver-golfslagbad, de Jan Jansen van Gobbel-jacuzzi, en de optredens van Youp van 't Hek, waarvoor de kaartjes besteld moesten worden bij M&M Euro-entertainment, blijkbaar een duistere werkmaatschappij van de Millennium Meesters, uit wier hand wij aten, after all.

Dit was nu precies wat ik niet wilde dat zou gaan gebeuren! En als ik nou maar mijn tirade had kunnen afsteken, dan was ook wel duidelijk geworden wat ik, Daan Schrijvers, als hoofdredacteur van dit alles vond. Daantje, Daantje, delibereerde ik donker, terwijl er een last op mijn schouders drukte die ik deze jaartelling nog niet eerder had gevoeld, dit wordt een diabolische dikdoenerij die alleen maar op een domper kan uitdraaien.

Hier zat ik machteloos en zij gedachteloos in een voortdenderende trein met beslagen ruiten, terwijl buiten de piketpaaltjes er op wachten om gezet te worden teneinde de koers te bepalen voor de pelgrimstocht der mensheid richting het nieuwe millennium. Opnieuw leek het alsof voor mijn geestesoog de bladzijden van het reusachtig zestienkoloms cultureel doorschrijfkasboek één voor één werden omgeslagen. Uit mijn hoofd rekende ik: voorgaande generaties hadden kunnen genieten van Frans Hals, ik moest het doen met Frans Haks. Mijn moeder las geboeid Kees de Jongen, ik staar glazig naar de stukjes van Freek de Jonge. Vroeger kon je lachen om Open het Dorp, nu wordt elke avond afgesloten met Barend en Van Dorp. Het leven was, besefte ik, een rollerskate-roetsjbaan, van Slauerhoff naar Uphoff, van Jan Mens naar Harry Mens, van Wittgenstein naar Witteman, van de onverzettelijke DWS-aanvoerder Daan Schrijvers naar de altijd buitenspel staande hoofdredacteur Daan Schrijvers.

Gelukkig liep de trein het station binnen. Grote goden, dacht ik terwijl ik omhuld werd door warme welkomstklanken (`Young and bright and beautiful, pom, pom, pom') nu ging het er om een beslissende rol te spelen in het grote M&M-debat dat ik dan maar hier in het vakantiekamp moest entameren, intellectueel gesproken dan. Dat kon alleen, wist ik, door de juiste vragen te stellen, bij voorkeur aan de juiste persoon.

(wordt vervolgd)