Voor Roemenië is toetreding tot de EU nog ver weg

De uitnodiging aan het adres van Roemenië om toe te treden tot de Europese Unie is vooral een symbolisch gebaar, zolang niet is voldaan aan de economische criteria die Brussel stelt, meent Cristina Cristescu.

Voor Roemenië, dat integratie in de EU en de NAVO als de belangrijkste doelstelling van zijn buitenlandse politiek ziet, komt met de uitnodiging voor onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie een einde aan een lange periode van hoge verwachtingen en verwijten aan het adres van het Westen. Het toetredingsproces is nu voor de Roemenen niet langer een holle frase.

De uitnodiging van de Commissie is in eerste instantie een politiek gebaar, waarmee de EU Roemenië en Bulgarije wil `belonen' voor hun inspanningen tijdens de dramatische veranderingen die in Europa hebben plaatsgevonden, in het bijzonder tijdens de Kosovo-crisis. De oorlog in Kosovo bracht de toch al niet zo gezonde Roemeense economie een zware klap toe, toen de mogelijkheid om handel te drijven via de Donau onmogelijk werd door het puin dat de rivier na de NAVO-bombardementen blokkeerde.

Nu de deur voor Roemenië eindelijk open lijkt te staan, is het moeilijk de gevolgen daarvan te overzien. Terwijl Roemeense politici om het hardst glorieuze verklaringen afleggen en het succes opeisen met het oog op de landelijke verkiezingen van volgend jaar, zien analisten de uitnodiging van de Commissie slechts als een symbolische stap. Want gezien de stand van de economische hervormingen in het land is er nog een lange weg te gaan.

Bij de lancering van de uitbreidingsplannen, twee jaar geleden in Luxemburg, werden uiteindelijk slechts vijf kandidaat-leden uitgenodigd: Polen, Tsjechië, Hongarije, Estland en Slovenië. Prodi heeft nu aanbevolen dat ook de onderhandelingen met Letland, Litouwen, Malta, Roemenië, Bulgarije en Slowakije worden gestart.

Aan Roemenië en Bulgarije werden echter wel speciale eisen gesteld. Zo zullen de onderhandelingen met Roemenië pas beginnen als de Roemeense autoriteiten voor het eind van dit jaar structurele hervormingen in de kindertehuizen doorvoeren.

Verder zijn er voorwaarden gesteld voor wat betreft het verbeteren van de economische situatie alvorens de onderhandelingen formeel worden geopend. Noch Bulgarije noch Roemenië voldoet op dit moment aan de economische criteria van de EU, volgens welke de markteconomie in stand moet worden gehouden en het hoofd moet worden geboden aan de concurrentie van andere landen.

De grootste zorg van de Commissie in het geval van Roemenië is echter niet het gebrek aan economische vooruitgang, maar de situatie van de meer dan 100.000 kinderen in kindertehuizen van wie de leefsituatie alleen maar verslechtert. De regering heeft – onder meer uit geldgebrek – nagelaten tijdig voor adequate opvang van deze kinderen te zorgen. Het gaat hierbij om een zaak die te maken heeft met mensenrechten.

De Roemeense president Constantinescu heeft inmiddels een ministerie voor kinderbescherming en `Kinderen van Roemenië' – een organisatie die zich met kinderzorg bezighoudt – opgericht. De kans dat de situatie op korte termijn verandert is echter klein, gezien de vele andere problemen waarvoor het land zich op dit moment gesteld ziet.

Er komen echter ook bemoedigende geluiden uit Brussel. Zo sprak de European People's Party zich uit voor een onmiddellijk begin van de onderhandelingen met alle zes de landen tijdens de komende Europese topconferentie in Helsinki.

Ook stemde het Europees Parlement voor een langlopende lening van 200 miljoen euro voor Roemenië. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) onderhandelt op dit moment over de tweede ronde van die lening, met een waarde van 150 miljoen euro, die wordt vrijgeven wanneer de Roemeense regering tegemoet komt aan de gestelde voorwaarden. Wanneer deze overeenkomsten met de internationale financiële instituten op een juiste manier gebruikt zouden worden, dan zou dit daadwerkelijk een zekere economische groei voor Roemenië kunnen betekenen.

Aan de andere kant zijn zaken als het doorvoeren van de Europese wetgeving, vooral op het gebied van het openbaar bestuur, of het nemen van harde maatregelen om macro-economische stabiliteit te bereiken, niet snel te realiseren. Het is moeilijk om te geloven dat oplossingen die in de afgelopen tien jaar niet werden gevonden nu voor de topconferentie in Helsinki gestalte zullen krijgen.

Volgens de Europese Commissie doet Roemenië het erg goed op het gebied van de democratie. De politieke criteria van Brussel zijn daarmee bereikt. Het land heeft echter nog geen goed werkende markteconomie die zich kan meten met de concurrerende druk binnen de EU.

Roemenië heeft bewezen over de wil te beschikken om ook aan de economische criteria te voldoen. Zo is grote vooruitgang geboekt op het gebied van privatisering, herstructurering van de banksector en het gedeeltelijk invoeren van de EU-wetgeving. Maar terwijl de invoering op het gebied van financiële controle succesvol was, is men aan de hervorming van het openbaar bestuur nog altijd niet begonnen. De macro-economische instabiliteit staat nog steeds grootschalige kapitaalinjecties van buitenlandse investeerders in de weg.

De Europese Commissie waardeert de programma's die Roemenië op het gebied van regionale samenwerking heeft opgezet. Hetzelfde geldt voor de pogingen van het land om de leider in deze regio te worden. Zo wordt Roemenië gezien als een modelland voor de wijze waarop het de problemen met etnische minderheden heeft opgelost. Verder speelt het een belangrijke rol bij het garanderen van de stabiliteit in de regio.

Aan de andere kant is er kritiek op de manier waarop Roemenië corruptie en georganiseerde misdaad bestrijdt. Verdere maatregelen zijn nodig om de justitie volledig onafhankelijk te maken, de politie te demilitariseren, de grenscontrole te verbeteren en de veiligheid in het algemeen te garanderen. Werk in het verschiet voor Roemenië dus.

De ervaringen van de andere kandidaat-landen uit het voormalige Oostblok laten zien dat daadwerkelijke hervormingen mogelijk zijn. Ook voor Roemenië zijn er op termijn kansen. Het land beschikt over rijke natuurlijke reserves en beschikt, op Polen na, over de grootste markt in Oost-Europa. Het is bovendien een land waarvan de bevolking in enquêtes altijd het grootste enthousiasme van alle kandidaat-leden heeft getoond voor toetreding tot de EU, zelfs nadat het keer op keer daartoe de mogelijkheid voorbij zag gaan.

De Roemenen zijn nu van het gevoel af dat hun land op de zwarte lijst stond en dat ze als minderwaardig werden behandeld. Brussel heeft op het eerste gezicht alle landen identieke kansen gegeven voor het EU-lidmaatschap. Maar in feite heeft de Europese Commissie hiermee de bal op het Roemeense veld gelegd.

Zelfs wanneer de Europese Raad in Helsinki zowel Roemenië als Bulgarije uitnodigt om de onderhandelingen te starten – waar het overigens naar uitziet – dan is het nog veel te vroeg om aan te geven of deze beslissing Roemenië ook daadwerkelijk dichter bij de Europese Unie heeft gebracht.

De EU weet dat het land de economische criteria voorlopig nog niet zal bereiken. Om die reden zou het `Ja' ook geïnterpreteerd kunnen worden als een vriendelijk `misschien'. Een slimme manier om Roemenië voorlopig op haar eigen speelveld te houden.

Cristina Cristescu is correspondent in Nederland voor het Roemeense televisiestation PRO TV.