`Verandering baart kunst'

De natuurlijke omgeving bepaalt je lot, meent Annie Proulx; hoe ruiger het landschap des te harder je leven. Afgelopen week was de schrijfster van Scheepsberichten en Accordeonmisdaden in Nederland, ter gelegenheid van een aantal lezingen en de vertaling van haar bundel met `Wyoming stories'.

`Het Westen van de VS gaat gebukt onder de cowboymythologie.''

Ruige bergketens, eindeloos lege prairie, enorme luchten – de Amerikaanse schrijfster Annie Proulx raakt niet uitgepraat over de barre schoonheid van haar staat, Wyoming. Proulx (1935) staat vooral bekend als de schrijfster van romans over harde levens in onherbergzame, landelijke streken, zoals Postcards, The Shipping News en Accordeon Crimes. Hiervoor won ze onder meer de Pulitzer Prize en de National Book Award. Voor haar nieuwe boek, De gouverneurs van Wyoming, liet ze zich inspireren door de `dangerous and indifferent ground' van Wyoming, waar ze nu al weer zes jaar woont. `Wyo' is een uitgesproken Westelijke staat: cowboys en ranchwerk spelen dan ook een prominente rol in de verhalen.

Meer nog dan in de rest van Proulxs werk lijkt het extreme landschap hier extreem gedrag met zich mee te brengen: wreedheden en en vaak bizar geweld. Maar Proulx ziet dat anders: ``Wat lezers misschien opvatten als wreed of extreem maakt gewoon deel uit van het leven op het platteland. De risico's zijn er reëler, er is meer kans op ongelukken, plotseling gevaar, funeste weersomstandigheden. Je jaagt sneller mensen tegen je in het harnas. There is frequently an in-your-face situation.'' Wyoming heeft daarbij ook nog een sterk individualistische traditie, vertelt ze, gekoppeld aan een afkeer van buitenstaanders. ``Mensen zouden er niet over denken een ander om hulp te vragen. Take care a your own damn self is het motto.''

De mentaliteit van de staat sluit naadloos aan bij het traditionele imago van de eenzame cowboy: ``Het Westen van de Verenigde Staten gaat gebukt onder het enorme gewicht van deze cowboymythologie'', vertelt Proulx. ``Myth rides on everyone's life out here, mensen stemmen hun leven erop af. Daarom luidt het motto van De gouverneurs van Wyoming ook `reality's never been of much use out here'. Ik speel in deze verhalen op een ironische manier met fantastische elementen, folklore en mythologie, om te zeggen: `Kijk eens naar je leven en al die mythen die je op je schouders draagt.' Veel mensen klampen zich hardnekkig vast aan tradities, juist wanneer alles om hen heen verandert.''

De schrijfster verklaart gefascineerd te zijn door overgangssituaties, wanneer de oude tradities beginnen af te brokkelen, terwijl nog niet duidelijk is wat daarvoor in de plaats komt. ``In die vluchtige, snel veranderende situaties worden mensen gedwongen beslissingen te nemen over hun levens, te anticiperen op ontwikkelingen of niet. Dan gebeuren de interessantste dingen.''

Haar eerste korte verhaal over Wyoming schreef Proulx in opdracht van de Nature Conservancy, een organisatie voor landschapsbescherming. De vorm bleek haar weer zo goed te bevallen dat er een hele bundel uit voortkwam. Was dat wel zo'n verrassing, gezien de fragmentarische vorm van haar romans, die eigenlijk ook korte verhalen aan elkaar rijgen? Proulx: ``Ik beschouw mezelf niet als een schrijver van romans òf van korte verhalen. Ik denk dat ik inderdaad een schrijver van fragmenten ben, en ik laat het aan de lezer over om de ontbrekende informatie aan te vullen en de eindjes aan elkaar te knopen.''

Proulxs taalgebruik in haar laatste bundel is aanmerkelijk soberder dan in haar eerdere werk. ``De taal heeft alles te maken met het landschap'', verklaart de schrijfster stellig. ``Newfoundland bijvoorbeeld, met z'n rotsen, beukende golven, witte schuim, grote rollende wolken, zware mist, roept om metaforen. In Wyoming daarentegen zijn de mensen zo klein in dat grote landschap, en is het land zelf zo exquise gemoduleerd in schakeringen van topaas, korengeel, bleek bruin, ivoor of zilver, dat je het beter voor zichzelf kunt laten spreken. Als je een indruk kunt geven van hoe het er echt uitziet, heb je geen metafoor meer nodig. Ik wilde het fictieve landschap beslist een mythologische lading geven, hoewel ik het weer aan de lezer overlaat om dat eruit te halen.

``In werkelijkheid heeft het land voor de westerners ook een spirituele betekenis,'' aldus Proulx. ``Ze toetsen alles aan dit landschap. Westerners houden alleen maar van kunst die een exacte reproductie is van wat ze buiten kunnen zien. Hun ideeën over wat juist is, over God en over kunst komen, net als hun levensonderhoud, van het land zelf. Het landschap, met z'n weidsheid en vlammende luchten, is doortrokken van een spirituele aanwezigheid, it's there, iedereen voelt het.''

Geen wonder dus dat de schrijfster regelmatig brieven krijgt van stadsmensen die, verlangend naar the great outdoors, zich aanbieden als assistent of secretaresse. Proulx glimlacht: ``Die mensen kunnen er alleen maar zo'n idealistisch beeld op nahouden door stelselmatig bepaalde onaangenaamheden te negeren: de werkloosheid, de overbegrazing en erosie, de autowrakken, de vuilnisbelten, het prikkeldraad.''

Het meest ontluisterende beeld van het landleven in Wyoming geeft Proulx misschien wel in `Job history', in het Nederlands vertaald met `Curriculum vitae'. Het is een ongewoon beknopt verhaal in een opsommende, droge stijl, alsof het daadwerkelijk gaat om een cv van mislukkingen. ``Het leek me interessant'', zegt Proulx, ``om in een heel hoog tempo een heel leven door te lopen. Mensen uit kleine gemeenschappen of ranches hebben precies dezelfde verlangens als alle andere mensen – een partner, kinderen, succes, een fatsoenlijk leven – maar zijn uiterst beperkt in hun mogelijkheden om er iets van te maken. Daarbij zijn ze ook nog sterk afhankelijk van oncontroleerbare invloeden van buitenaf, zoals een nieuwe snelweg die van de ene dag op de andere de economie van een plaatsje kan doen instorten.

``Een paar weken geleden was ik in Reno voor een signeersessie. Een man kwam naar me toe en zei: `That story, that was my life! But then I moved here and started a neon signs business!' In `Job History' weet je van het begin af aan dat het hopeloos is. De ambitie is er, het verlangen is er, de bereidheid hard te werken. Alles is er, behalve de kansen. Ik denk dat Thoreau dat bedoelde toen hij zei: `Most men lead lives of quiet desperation'. Ze doen wat ze kunnen doen, op de plek waar ze toevallig zijn. Most people don't make it to Reno.''

De anekdote vormt het levende bewijs voor Proulxs stelling dat het `landschap' allesbepalend is voor het leven van de mensen die er wonen. ``Met landschap,'' verduidelijkt ze, ``bedoel ik ook het klimaat, de geologie, insecten en andere dieren, landbouw, mijnen, tradities, alle onderliggende sociale en economische factoren. Al het andere vloeit daaruit voort. De personages in mijn verhalen worden gevormd door het landschap. Maar dit is beslist geen kwestie van determinisme. Je zit niet aan die grond vastgeklonken met een grote ketting. Je kunt je aanpassen, of het land proberen te trotseren, of weggaan. Het is alleen deterministisch in zoverre als mensen dat zelf toelaten. Maar toegegeven, dat doen ze ook vaak.''

Annie Proulx: De gouverneurs van Wyoming. Uit het Amerikaans vertaald door Regina Willemse. De Geus, 318 blz. ƒ49,90 (geb.)