Te koop

Het regent, en Galicië is groen, intens groen, onuitputtelijk groen. Langs de weg rijden boeren in paardenkarren met het laatste gras. In Santiago de Compostella lopen nog een paar pelgrims uit het noorden, hun nylon poncho's druipend van de buien. De wolken liggen als donkere rolkussens op de heuvels.

Ik overnacht in Cudillero, een vissersdorp van blauw en oker in de oksel van een heuvel. Het verhaal van dit dorp hoeft niemand op te schrijven, de stenen spreken er zelf. De oude bron bijvoorbeeld, uit 1854, met banken voor zeker twee dozijn vertellers en luisteraars – voor altijd leeg. De wasplaats, zo te zien eind jaren zestig als nieuw verbouwd, zo luxe als een zwembad. Toen had dat blijkbaar nog zin, was de wasmachine hier nog niet alom aanwezig. Nu leven alleen nog de graffiti – vooral een zekere Clara lijkt felbegeerd.

Het verlaten huis met de dode geraniums op de houten waranda: hier woonde een oude vrouw, de erfgenamen kregen ruzie, wedden? Nu wappert haar deur heen en weer in de wind. Al die andere lege huizen in het dorp, van dode schoenlappers en kleine kruideniers, allemaal met verweerde bordjes `te koop', bij één is zelfs een heel net om het pand gespannen, keurig gepreserveerde armoede uit 1955. En ten slotte is er de haven, met een paar restaurantjes en souvenirwinkels, het perspectief voor al die andere wachtende huizen, de vage hoop op de toekomst. Je hebt dorpen van het platteland en voor de stad, dorpen waar levens worden geleefd, en dorpen waar levens worden gedroomd. Dit dorp hangt daartussenin, verstijfd tussen twee krachten.