Peper in schaduw eigen verleden

Minister Bram Peper kan tegen een stootje. Maar zijn verleden als burgemeester van Rotterdam zit hem op verschillende manieren dwars.

Ex-commissaris van de koningin Leemhuis zei het begin deze maand bij haar aftreden: ,,Bijzondere gebeurtenissen lijken interessanter naarmate ze in de publieke beeldvorming meer met individuele personen kunnen worden verbonden.'' Geen drama zonder mensen. Ze wilde ermee aantonen dat de schijnwerpers in de Zuid-Hollandse bankiers-affaire te veel op personen (haarzelf) waren gericht en te weinig op de feiten.

Nog geen maand later overkomt Leemhuis' vroegere superieur, minister Peper, exact hetzelfde. Over de feiten is nog betrekkelijk weinig bekend. En de feiten die er zijn, komen voor een belangrijk deel van anonieme bronnen. Niettemin staat `de mens' Bram Peper in het brandpunt van de belangstelling.

Is Peper al slachtoffer van beeldvorming voordat hij goed en wel is ontmaskerd als dader van kwalijk handelen? Het is een van de vele vragen die niet kunnen worden beantwoord zonder harde gegevens over zijn creditcard-afschriften, over feestjes en naar huis meegenomen relatiegeschenken in zijn periode als burgemeester van Rotterdam (1982-1998). Het laat zich aanzien dat nieuwe feiten de komende dagen en weken via diverse media naar buiten zullen komen – fragmentarisch en waarschijnlijk ook weer deels anoniem. Een accountantsonderzoek, dat de gemeente Rotterdam laat instellen, zal pas in januari klaar zijn.

Beeldvorming wacht zelden op de feiten – en vooral niet als het beeld zich al heeft gevormd. Het profiel van Bram Peper is het tegendeel van bleek: inspirerend en visionair in zijn politiek-maatschappelijke analyses, geslepen in het politieke spel en grillig in zijn sociale omgangsvormen. Het zijn drie kenmerken in één persoon verenigd die hem maken tot een hoofdrolspeler in politiek drama.

Aan voorbeelden geen gebrek. De stad Rotterdam heeft onder leiding van Peper een dynamische ontwikkeling doorgemaakt: met vele grote werken, waaronder de Kop van Zuid, en `sociale vernieuwing' als boegbeelden. Maar even zo goed zijn er diverse affaires en incidenten geweest. Peper heeft een aantal jaren slecht gefunctioneerd als gevolg van een drankprobleem. Hij heeft vele bittere personele conflicten uitgevochten, waaronder met zijn politiechef Brinkman die Peper eerst met veel trompetgeschal binnenhaalde en vervolgens keihard liet vallen.

Sinds zijn relatie met oud-VVD-politica Neelie Kroes die begin jaren negentig is ontstaan, geldt Peper als een herboren man: stabieler en socialer. De denker en politicus Peper is als minister van Binnenlandse Zaken regelmatig handenwrijvend in het Tweede-Kamergebouw te vinden — goedgeluimd en voor iedereen toegankelijk. Hij spreekt dan in de derde persoon enkelvoud over zichzelf: `deze minister is zeer ontspannen' over van alles en nog wat. Hij verheugt zich op `een heerlijk debat met de Kamercommissie'.

Maar binnenskamers is er ook een andere minister. Hij is teleurgesteld dat een `essay' over het gebrekkige functioneren van het openbaar bestuur, dat hij deze zomer voor zijn collega-bewindslieden schreef, door premier Kok niet echt is opgepakt. Hij is ongelukkig dat hij bij de benoeming van zijn partijgenote Brouwer tot burgemeester van Utrecht in de publiciteit als `machtswellusteling' is neergezet nadat hij in de ministerraad een veto uitsprak over D66-kandidaat Kohnstamm en de besluitvorming in de ministerraad nog dezelfde avond op straat lag. En hij is ongelukkig dat de Eerste Kamer hem regelmatig de voet dwars probeert te zetten, zoals onlangs nog met het uitstellen van de beslissing om in Overijssel een grote gemeente Twentestad te vormen.

Peper noemde zich bij zijn aantreden als minister `een passant', een bestuurder die niet zonodig moest. Maar tegelijk is hij een enigszins autocratisch bestuurder met stevige ambitie die niet graag verliest. Premier Kok haalde Peper binnen als ervaren bestuurder, maar tegelijk ook als een bestuurder met een verleden. Zijn ervaring kan Peper niet altijd ten volle benutten, zijn verleden haalt hem regelmatig als een akelige schaduw in.

Ministers als Peper kunnen wel tegen een stootje. Zei hij gisteren zelf niet dat hij in zijn bestuurlijke loopbaan al de nodige ,,drek'' over zich heen heeft gekregen?

Lastiger is dat minister Peper in deze zaak over burgemeester Peper moet oordelen – en anderen met hem. Eerder is gebleken dat zoiets voor de persoon in kwestie een welhaast ondoenlijke zaak is. De Amsterdamse oud-burgemeester Ed. van Thijn was er eerder niet toe in staat toen hij als minister van Binnenlandse Zaken moest oordelen over zijn eigen optreden in de IRT-kwestie. Van Thijn moest min of meer worden gedwongen tot aftreden als minister. Het is waarschijnlijk dat oud-burgemeester Peper van Rotterdam het als minister niet zover zal laten komen. Als hij mocht gaan, gaat hij op een door hemzelf gekozen moment – met een groot gebaar, en misschien zelfs met een gevoel van opluchting dat hij is verlost van een kabinet waarin hij zijn draai maar moeilijk kan vinden.