Mist in Venetië

Cecilia Bartoli, de Italiaanse mezzo-sopraan, is wereldberoemd. En als Bartoli een nieuwe cd uitbrengt, dan vliegt zo'n cd de winkel uit, omdat we haar allemaal graag willen horen zingen.

Nu is er The Vivaldi-album. Vivaldi kan altijd op luisteraars rekenen. Maar die luisteraars denken waarschijnlijk voornamelijk aan zijn Vier jaargetijden, eventueel aan zijn andere vioolconcerten, misschien aan zijn schitterende religieuze muziek, wellicht zelfs aan de elegante strengheid van de cello-sonates – maar zeker niet aan zijn operamuziek. Dat kan bijna niet, want die wordt zelden of nooit uitgevoerd. Emma Kirkby heeft er een keer een cd mee gemaakt.

Cecilia Bartoli houdt van Vivaldi. ,,Is er één andere componist die de sfeer van een mistige dag in Venetië kan vangen?'' vroeg ze retorisch in een interview in deze krant.

Dat klinkt aantrekkelijk, een mistige dag in Venetië. Maar wat Bartoli op deze cd doet, heeft weinig te maken met mist in Venetië. Het is enorm beweeglijk en virtuoos allemaal, deze muziek vraagt van een stem om te jubelen en te keffen, snel de trappen op te rennen en even later schreeuwend weer naar beneden te komen – als het al iets met Venetië te maken heeft dan eerder met het carnaval. Wilde, onrustige muziek.

Dacht ik. Toen ik er voor de eerste keer naar luisterde.

Maar als iemand als Cecilia Bartoli zegt dat het heel bijzondere muziek is, dat ze blij is dat ze dit heeft ontdekt, dan past het een luisteraar toch zeker niet om schrikkerig te denken: `oei, wat druk' en dan snel iets anders op te zetten?

Dus opnieuw. Goed luisteren. Niet ondertussen proberen aardappels te schillen of de krant te lezen. Horen dat ze niet alleen maar virtuoos is, die Bartoli, maar dat haar stem ook, bij alle capriolen die ze uitvoert, warmte en expressie houdt. Dat Vivaldi met zijn karakteristieke klank – wat het is weet ik niet, maar hij kan je gemoedsbewegingen echt in zijn hand nemen – ook hier weer helemaal Vivaldi is, in uitbundige vorm.

En dan komt er ineens toch nog die mistige dag in Venetië. Gelido in ogni vena. Het is bijna stil, de geluiden klinken gedempt en het is onzegbaar melancholisch. Wat Bartoli doet, ja dat zal wel zingen zijn, maar je kunt ook zeggen `fluisteren' of `huilen' – eigenlijk denk je dat niet zij maar haar ziel zingt. Ik weet best dat operazangeressen niets dieps denken als ze zingen, dat ze kunnen denken: `wat zit die jurk eigenlijk naar', of `ik zie Giovanni niet in de zaal'. Toch. Het is de ziel zelf die daar zingt.

Heb je die eenmaal gehoord, dan vult alles op deze cd zich ook weer met die sensatie. En het is alsof die lastige, weerstrevende muziek steeds transparanter wordt, begrijpelijker, bezielder.

Allemaal alleen maar omdat Bartoli zo beroemd is, en zei dat het moest. Dat kunnen beroemde mensen: onze zintuigen gevoeliger maken.