Mazzel in strafkamp

Anderhalve meter diep, anderhalve meter in doorsnee moeten de gaten zijn. Gaten in de keiharde, uitgeloogde grond van wat ooit een meer was, en nu een woestijn. Camp Green Lake is geen vakantiekamp, maar een heropvoedingsproject voor criminele jongens in Texas. Zinloze taakstraf onder de brandende zon. Gaten van Louis Sachar lijkt in eerste instantie een rauw probleemboek van de eerste orde. Wie zijn gat van de dag klaarheeft, gaat in een troosteloze barak de strijd met de andere taakgestraften aan.

Stanley Yelnats is dik, onhandig en onschuldig. Op een dag komt hij laat uit school, omdat hij eerst zijn schrift uit een w.c. heeft moeten dreggen. Dan valt van een viaduct een paar gympen op zijn hoofd. En wat een toeval, het zijn de gympen van een bekende honkballer met zweetvoeten. Ze zouden geveild worden ten bate van de daklozen. Maar nu zijn ze gestolen. Door Stanley, denkt de politie. En hop, hij belandt in Camp Green Lake.

Aanvankelijk storen de onwaarschijnlijkheden in Gaten. De auteur lijkt zich een hoop onzin te veroorloven om zijn hoofdpersoon maar in die doorzeefde woestenij te laten belanden. Een hoofdpersoon die onschuldig moet zijn, om aardig te kunnen blijven. Maar Gaten blijkt een heel ander boek te zijn dan je denkt. De vooringenomen lezer kijkt op zijn neus. Gaten gaat over toeval en lotsbestemming, over pech hebben en mazzelen, over gebeurtenissen in het verleden die het heden sturen. Misschien. Want dat kan niemand ooit zeker weten.

De belevenissen van Stanley in het strafkamp worden doorsneden door het verhaal over zijn over-overgrootvader, een Let. Deze Let had ooit een lief, wier hand hij trachtte te veroveren met behulp van een varken. Op advies van een oude wijze vrouw uit Egypte torst hij het varken elke dag een berg op, om het te laten drinken uit een stroompje toverwater. Het varken wordt steeds vetter. Steeds waarschijnlijker wordt het dat de Let zijn lief daadwerkelijk in de armen gaat sluiten. Net op tijd ontdekt hij dat ze een leeghoofd is, nog geen biggetje waard. Hij neemt de wijk naar de nieuwe wereld, Amerika. En hij vergeet zijn belofte aan de oude Egyptische om haar in plaats van het varken nog eens naar de toverstroom te dragen. Deze ommissie is het die zijn nageslacht vervolgens generatie op generatie in het ongeluk stort, zo luidt althans de legende.

Gaten is een wonderlijk boek. Schrijver Louis Sachar, een deeltijd-advocaat die liever boeken schrijft dan pleit, laat zijn fantasie alle kanten uitwaaieren. Stanley graaft zijn gaten en heeft zo zijn moeilijkheden tussen de criminelen. Zijn over-overgrootvader intussen vindt zijn fortuin en verliest het weer aan een gevreesde bandiete, die zo uit Lucky Luke lijkt te komen. Deze bandiete heeft op haar beurt een tragische liefde beleefd. Ze was ooit schooljuf in een lieflijk dorpje aan een meer. Op dezelfde plek waar Stanley nu zwoegt.

Sachar weet uiteindelijk alle verhaallijnen ingenieus te verknopen. Zijn verhaal is onwaarschijnlijk, maar spannend. Hij slaagt er op de een of andere manier in de lezer te laten geloven in zijn bedenksels voor de duur van het boek. Dat ligt niet aan zijn stijl, want Sachar schrijft erg doordeweeks. Geen zin springt eruit, geen gebeurtenis of observatie is opmerkelijk verwoord. Je blijft echter geboeid omdat de saaiste plaats op aarde vol avontuur blijkt. In de gaten van de taakgestraften is meer gaande dan je voor mogelijk houdt. De woestijn leeft, is vol van verhalen over vroeger, toen er nog water kabbelde, wilde uien langs de oevers groeiden en moorden werden gepleegd.

Louis Sachar, Gaten. Vertaald uit het Engels door Marja Waterman. Lemniscaat, 224blz. Vanaf 11 jaar. ƒ29,50