Kopgroep Europees peloton heeft haast

De kliekjes van `Amsterdam' moeten eerst worden genuttigd alvorens aan het hoofdgerecht kan worden begonnen: de gereedmaking van de Europese Unie voor de tocht over de brug naar de 21ste eeuw – om eens een versleten metafoor uit de gangbare politieke vocabulaire te lenen. De restanten van de onderhandelingen die leidden tot het Verdrag van Amsterdam omvatten: meer besluitvorming bij meerderheid, afslanking van de Europese Commissie en verandering van de weging van de stemming in de Raad van Ministers. In Amsterdam hadden daarover al besluiten moeten worden genomen, met het oog op de voorgenomen uitbreiding van de Unie met landen in Oost- en Zuidoost-Europa, maar het kwam er niet van. Men zal zich nu dus opnieuw aan tafel moeten zetten om de resten te verwerken. De tijd dringt. Over een paar jaar zal de eerste fase van de uitbreiding haar beslag krijgen.

Als straks het aantal lidstaten min of meer zal zijn verdubbeld, zou de EU zonder institutionele ingrepen niet langer werkbaar zijn. De regel dat iedere lidstaat ten minste één zetel in de Commissie heeft, zal worden verlaten. Het beginsel dat in de stemmenweging in de Raad het demografisch gewicht van een lidstaat tot uitdrukking moet komen, behoeft aanpassing. De grote landen vrezen een Gulliver-effect als zij de aanstormende lilliputters niet bij voorbaat onder controle brengen. Waar unanimiteit vereist blijft, zal het nemen van beslissingen, gezien de omvang van het gezelschap, praktisch onmogelijk worden. Of er zal moeten worden gekozen voor het nemen van besluiten bij meerderheid of het zal lidstaten mogelijk moeten worden gemaakt op bepaalde gebieden samen verder te gaan dan het geheel. Bijvoorbeeld het veiligheidsbeleid komt voor de zogenoemde `versterkte samenwerking' in aanmerking.

Alsof dit alles niet genoeg is, heeft de Europese Commissie haar aspiraties naar boven bijgesteld. In een vraaggesprek met het Franse dagblad Le Monde stelt Commissievoorzitter Prodi zichzelf een paar indringende vragen: ,,Welke zijn de grenzen, welke is de `geest' van Europa? Welke vorm te geven aan de versterkte samenwerking? Welke beslissingen te nemen samen met onze zuidelijke buren aan de Middellandse Zee, met Rusland, de Oekraïne, Turkije?''

Met het stellen van deze vragen geeft Prodi de Europese integratie een nieuwe dimensie. Na de invoering van de ene markt en de euro is, althans in een deel van de Unie, het zogenoemde euroland, de eerste fase van de eenwording voltooid. In die fase is een economische reus ontstaan, die echter politiek en militair nog geen pluisje kan wegblazen. De vraag of dit op zichzelf kwalijk is, wordt niet gesteld. De ontwikkelingen hebben hun eigen dynamiek. Dan worden vragen als die van Prodi actueel. Wat is, of beter, wat wordt Europa? Wat zal zijn `geest' zijn, ofwel in welke termen rechtvaardigt de Europese Unie haar bestaan, tegenover zichzelf en tegenover de buren.

Dat er iets op gang komt, blijkt ook uit uitspraken van anderen. ,,Het moment is voor de Europese Unie aangebroken'', verklaarde president Chirac vorige week in Straatsburg, ,,om zichzelf van de instellingen en het militaire vermogen te voorzien die haar veroorloven op te treden iedere keer wanneer dit noodzakelijk is, of het nu is samen met de Atlantische alliantie of op autonome wijze.''

In een gezamenlijke brief aan de voorzitter van de Europese Raad, de Finse president Lipponen, schrijven president Chirac en kanselier Schröder dat de Unie een algemeen gerespecteerde vertegenwoordiger behoeft om ,,onze waarden en belangen wereldwijd veelomvattend uit te dragen''. Volledige ondersteuning van Solana, het gezicht van de Unie naar buiten toe, zal ,,een signaal zijn aan onze partners in de hele wereld dat de Europese Unie vastbesloten is haar belangen op het gebied van het buitenlandse en veiligheidsbeleid gemeenschappelijk te behartigen en haar handelingsbekwaamheid op dit terrein in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Amsterdam te versterken''.

`Autonoom', `wereldwijd', `onze partners in de hele wereld' lijken de sleuteltermen in deze vertogen. Waar Prodi nog vragen stelt, geven Chirac en Schröder antwoorden. Wie beoordeelt Europa nog slechts als regionale macht? Jazeker, of zelfs nog als minder, sommige `partners in de hele wereld', de leden van het Amerikaanse Congres voorop, die constateren hoe weinig Europa als Unie of als deel van de NAVO had bij te dragen toen het erom ging Miloševic tot de orde te roepen. Maar Chirac en Schröder zouden graag zien, dat valt uit hun woorden op te maken, dat de wereld Europa ten minste respecteert als een opkomende macht, economisch vanzelfsprekend, maar ook politiek, militair en niet te vergeten cultureel. `Veelomvattend' is hun verlangen.

De Fransen gaan nog een stap verder. In Parijs is een op hoog niveau tot stand gekomen rapport gepubliceerd waarin wordt voorgesteld tot een ,,federatie van de natiestaten'' te komen teneinde een ,,synthese tussen de intergouvernementaliteit en de supranationaliteit'' te bereiken en zodoende ,,een werkelijke constitutionele orde'' tot stand te brengen (Le Monde van 27 oktober). In dit concept zou de hervorming van Europa's uitvoerende macht, de noodzaak de Unie te structureren rondom een `noyau dur' en de aanvaarding van een `constitutioneel pact' moeten worden opgenomen. Het bouwwerk dient te worden bekroond met de verkiezing door de staats- en regeringsleiders van een permanente voorzitter van de Europese Raad die stimuleert en oriënteert, en de rol krijgt van ,,hoofd van de collectieve staat''.

De kopgroep van het Europese peloton heeft haast. Nu de uitbreiding werkelijkheid dreigt te worden, rest weinig tijd om het karakter van Europa, in Prodi's woorden de `geest' en de `grenzen', te bepalen. Er is een algemeen gevoelen dat het er niet meer van zal komen, indien de huidige lidstaten er niet in slagen om uiterlijk eind volgend jaar, onder Frans voorzitterschap, een keuze te maken. Anders rest niet meer dan een opgetuigde vrijhandelszone waarin de verscheidenheid aan niveaus, belangen en ideeën te groot zal zijn om de grote stap vooruit naar een wereldmacht-in-wording te kunnen zetten.

Als Chirac en Schröder hun zin krijgen, zal inderdaad een machtsreservoir ontstaan waaruit oude aspiraties nieuwe inspiratie kunnen putten. Het zal er dan alleen nog maar om gaan, wie van de twee daarmee in de buurt van de finish het meest zijn voordeel zal kunnen doen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.