Knuffelkonijn

MADRID Eindelijk is het me gelukt. Ik heb een rijke oudere vrouw aan de haak geslagen.

Op een website waar de eenzamen contact kunnen leggen met andere mensen, ontmoette ik haar.

Ze woonde in een groot huis in de Randstad, samen met een konijn, was financieel onafhankelijk en zocht het avontuur.

Over dat konijn had ik mijn twijfels, maar de rest klonk me als muziek in de oren. In mijn advertentie had ik gezet: `Tien jaar lang heb ik geleefd voor een zaadlozing, maar dat gaat op den duur toch vervelen. Vereenzaamde materialistische schrijver zonder humor zoekt welgestelde dame om hem dat te geven wat hij zo verschrikkelijk mist: een lach en het slijk der aarde.'

Velen reageerden op deze advertentie, maar de meesten leken me niet serieus en wat erger was, ook niet welgesteld.

Wendy uit Rotterdam was een uitzondering. Noch mijn materialisme noch mijn gebrek aan humor was voor haar een onoverkomelijk obstakel. Wel wilde ze weten of ik tien jaar lang voor één zaadlozing had geleefd. Ik zei dat het om meerdere kleintjes ging, die uiteindelijk beschouwd konden worden als één grote.

Binnen drie dagen zaten we op acht e-mails per dag. Ze werkte voor een grote bank en woonde, sinds ze was verlaten door haar man, alleen met dat konijn.

Ik moest naar Madrid om daar voor te lezen en ik stelde Wendy voor elkaar in Madrid te ontmoeten.

,,Misschien kunnen we daar een paar schoenen voor me kopen'', schreef ik, ,,ook heb ik dringend een nieuwe broek nodig. Daarna gaan we elkaar gelukkig maken. Om voor een zaadlozing te leven mag dan een tikkeltje leeg zijn, om voor een konijn te leven en te sterven is ook niet alles.''

Het had nog wel wat voeten in de aarde, want ze kon niet zomaar van haar werk verdwijnen, maar uiteindelijk lukte het haar om een goed excuus te verzinnen en we spraken af dat we elkaar maandagmiddag om vier uur in de lobby van mijn hotel zouden ontmoeten.

In het vliegtuig dacht ik even, waar ben ik aan begonnen. Ook bekroop mij het eeuwige schuldgevoel, maar ik concentreerde me gewoon op de broek en de schoenen. Mijn hotel zat vol, ze had haar intrek moeten nemen in een ander hotel en dat vond ik ergens wel een geruststelling.

Maandagmiddag om drie uur ging ik in bad liggen, trok vervolgens mijn beste kleren aan, poetste mijn schoenen en nam de lift naar beneden.

Ik weet niet hoe welgestelde mensen eruit zien. Ik weet wel ongeveer hoe hele oude mensen eruit zien.

In een hoek van de lobby zat een vrouw die met een beetje goede wil voor mijn moeder kon doorgaan.

Ik liep op haar af. Ze was al verwachtingsvol opgestaan. ,,Wendy?'' vroeg ik.

,,Ja'', zei ze, ,,dat ben ik.''

Ze stak me een vuist toe.

,,Sorry'', zei ze, ,,ik heb reuma, mijn hand gaat niet helemaal meer open.''

,,Geeft niets'', zei ik en schudde haar vuist.

,,Maar mijn linkerhand gaat nog wel helemaal open'', zei ze en ze liet me haar linkerhand zien.

,,Dat is eigenlijk meer dan genoeg'', zei ik.

We gingen zitten.

Uit haar tas pakte ze een bruine zak en zei: ,,Ik heb een cadeautje voor je meegebracht.'' Uit de bruine zak kwam een speelgoedkonijn tevoorschijn. Ze drukte het in mijn handen.

,,Een knuffelkonijn'', zei ze.

,,Een knuffelkonijn'', zei ik, ,,nu hoef ik ook nooit meer alleen te zijn.''

Ik heb mijn hart al zo vaak gebroken dat ik soms twijfel of het er nog wel zit, maar ik voelde het nu weer heel duidelijk. Of reuma of een knuffelkonijn, maar reuma én een knuffelkonijn, dat was te veel van het goede.

Sterven leek me opeens geen drama meer, maar een praktische oplossing. Vooral als het ter plekke kon gebeuren.

,,Daar bent u dan'', zei ik. ,,Heeft u een goede reis gehad?''

Toen zag ze dat ik naar haar schoenen keek.

,,Ja'', zei ze, ,,ik heb orthopedische schoenen.''

,,Dat geeft toch niets, ik heb eigenlijk orthopedisch ondergoed nodig.''

Erg grappig was dat niet, maar we lachten toch maar, we hadden weinig keus.

Over de Depaseo del Prado liepen we naar het Ritz. Om koffie te drinken.

Ze mocht dan reuma hebben, ze was nog altijd welgesteld.

,,Wie past er nu op uw konijn?''

,,Zeg maar `je''', zei ze, ,,het is allemaal al onwennig genoeg.''

Wendy was hoofd marketing bij een grote bank. Ze zei: ,,Ik ben een communicatiestrateeg.'' Ze onderzocht wat de beleggers wilden en hoe die beleggers het best bereikt konden worden.

Haar man was er vandoor gegaan met een twintig jaar jongere medewerker. Een stagiaire.

Ze zei: ,,Het is eigenlijk te banaal voor woorden.''

,,Ach'', zei ik, ,,praat maar door, je bent tenslotte een communicatiestrateeg.''

Het Ritz was werkelijk een heel mooi hotel.

Wendy's man kon niet kiezen en daarom had hij heen en weer gezweefd tussen Wendy en de stagiaire om ten slotte na drie jaar toch maar voor de stagiaire te kiezen. Ook al konden ze niet met elkaar praten, Wendy's man en de stagiaire.

,,Passie heeft geen woorden nodig'', zei Wendy.

Voor een communicatiestrateeg leek me dat een onaangename ontdekking, maar ik kon niet anders dan het beamen.

,,We hadden net besloten kinderen te krijgen'', zei Wendy, ,,ik was gestopt met de pil en toen kwam de stagiaire.''

,,Je moet nooit stoppen met de pil'', zei ik, ,,dat is vragen om problemen.''

,,Nou ja, nu heb ik de pil niet meer nodig.''

Ik streelde mijn knuffelkonijn. ,,Een mooi beest'', zei ik.

,,Hij leed ook aan vraatzucht.''

,,Wie?''

,,Mijn ex'', zei Wendy, ,,hij kon soms niet meer ophouden met eten en hij had een spastische darm en dan kwam het allemaal weer boven.''

,,Gruwelijk'', zei ik, ,,wat beneden is, moet beneden blijven.''

Sterven werd steeds praktischer. Misschien lukte het nog voor middernacht.

Ik bestelde meer koffie.

,,En jij bent een materialist?'' vroeg Wendy.

,,Materialisme is een reddingsboei. Beter een stoffelijk overschot dan helemaal geen.''

We gingen paella eten. Gelukkig stond er geen konijn op het menu.

,,Ik heb wel vaker mensen via Internet ontmoet'', zei Wendy. ,,Meestal valt het ontzettend tegen. Jij bent bijzonder. Het is net alsof je mijn ongeluk met een vergrootglas uitvergroot. Daar ben ik je dankbaar voor.''

Ik staarde naar mijn rijst.

We dronken toch nog cocktails.

,,Je bent goed, zoals je bent'', zei Wendy en haar orthopedische schoenen stootten tegen mijn been. ,,Eigenlijk'', zei ze, ,,is het mijn beleid de eerste nacht geen seks te hebben, maar af en toe maak ik uitzonderingen.''

Toen wist ik hoe ik het moest zeggen.

,,Wendy'', zei ik, ,,soms loopt schoonheid de eeuwigheid mis, dat geldt misschien voor mijn boeken, maar ik denk dat het ook voor ons geldt.''

,,Ga je over me schrijven?'' vroeg ze na een korte stilte.

,,Misschien. Maar niemand zal je herkennen. Ik neem mensen altijd in bescherming.''

Ik voelde me de duivel, maar dat voel ik me wel vaker.

Illusie is een begeerte die niet acuut bevredigd kan worden, misschien onbevredigbaar is en ik vroeg me af hoe een leven zonder illusies eruit zag.

We kusten elkaar drie keer, zodat ze me niet de reumatische hand hoefde toe te steken.

,,Neem jij contact op?'' vroeg Wendy. ,,Al is het maar voor schoenen en een nieuwe broek.''

Ik zwaaide met het knuffelkonijn en vervloekte het leven.

Die nacht droomde ik deze merkwaardige droom:

Ik zat op een terras voor kantoorboekhandel Winter in de Beethovenstraat.

Coes met wie ik op het Vossius Gymnasium in de klas had gezeten en aan wie ik al zeker veertien jaar niet meer had gedacht, kwam langs en wilde me eerst niet herkennen. Toen zei ze: ,,Je moet teruggaan naar het Vossius, je moet ze alles vertellen, want op het Vossius denken ze net zo slecht over jou als over Kurt Cobain.''

U klinkt verbaasd.