Kafka als actieheld

Toen Kafka op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in James Bond was veranderd. Het was geen droom, maar een hersenspinsel van de Amerikaanse regisseur Steven Soderbergh.

Zijn film Kafka (1991) is geen verfilming van De gedaanteverwisseling of het leven van de schrijver, maar een gefantaseerde mengelmoes van Kafka's leven en werk. Soderbergh heeft zich daarbij zelfs zoveel vrijheid gepermitteerd dat Kafka zich in de apotheose ontpopt als een actieheld die een complot ontrafelt, compleet met Frankenstein-achtige taferelen, een kwade genius en sciencefiction-decors. Voor filmliefhebbers is er door de vele filmcitaten nog wel lol aan te beleven, maar puristen moet de film een gruwel zijn.

Niet dat Soderbergh zijn onderwerp luchthartig behandelt. Hij heeft een serieuze poging ondernomen om Kafka's verhalen te verweven met het leven van de schrijver zelf. Hij raakt dan ook verzeild in een zelfde soort nachtmerrie als K. en Joseph K. doorleefden in Het Slot en Het Proces. Kafka, door Jeremy Irons afwisselend schichtig en droog-komisch gespeeld, brengt zijn dagen door als geïsoleerde kantoorklerk bij een verzekeringsmaatschappij, net als Kafka zelf ooit deed. De dagelijkse routine wordt bruut verstoord als hij door de dood van een collega-loonslaaf ongewild te maken krijgt met een anarchistische ondergrondse beweging. Tijdens zijn zoektocht naar de waarheid (`die nooit op maat is gesneden' volgens Kafka) kruist hij zelfs het pad van Jeroen Krabbé die een literatuurminnende doodgraver speelt.

De straten van het oude Praag zijn gefilmd zoals de Amerikanen ze het liefst zien: in zwart-wit, met oude straatlantaarns, ellenlange nauwe steegjes en dreigende mistflarden. Toch is het net geen kitsch. De cameraman haalde zijn inspiratie uit Duits-expressionistische griezelfilms als Murnau's Nosferatu, waardoor de scheef gefilmde straten en duistere laboratoria er imponerend uitzien, alhoewel deze op televisie aanzienlijk minder indruk zullen maken.

Ook de bureaucratische hel overtuigt, ondanks de overdrijving: de absurd grote archieven puilen uit met dossiers en iedereen houdt iedereen in de gaten op het kantoor, dat een soort kruising tussen Billy Wilder's The Appartment en Terry Gilliam's Brazil moet voorstellen. Kafka zelf sneuvelt echter in al deze grootse gebaren en filmverwijzingen.

Soderberghs oeuvre is misschien wel net zo onevenwichtig als deze film. Hij brak in één klap door met zijn debuut sex, lies and videotape (1989) dat de Gouden Palm in Cannes won, waarna de interesse van pers en publiek inzakte. Vorig jaar gooide hij het roer om met Out of Sight, een erg grappige romantische misdaadfilm met George Clooney, en binnenkort wordt The Limey verwacht, over huurmoordenaars die een dagje ouder worden. Praag bleek een uitstapje en ligt als vanouds weer ver weg van Amerika.

Kafka (Steven Soderbergh, VS, 1991), BBC2, 1.50-3.55u.