Het M-woord

Marktwerking. Mooi woord. Het klinkt zo neutraal en objectief, maar het is, zoals wel meer woorden, ook pure ideologie. Zeg maar: het antwoord van de jaren negentig op het idioom uit de jaren zestig. Wie kon toen met goed fatsoen tegen zoiets moois zijn als de verzorgingsstaat?

Marktwerking schreeuwt haar eigen boodschap uit en ademt trots: de markt werkt, met andere oplossingen blijft het maar behelpen. Daardoor is het ook een woord met onderbewuste uitstraling, zoals de briljante advertentietekst van de Britse Conservatieven op een poster met een schier eindeloze rij mensen die stonden te wachten. Hij hielp Thatcher bij de verkiezingen in 1979 aan de macht: Labour isn't working.

Marktwerking is typerend paars beleid, maar ook een typerend paars schisma. Grof gezegd zetten liberalen de efficiëntie en het democratisch karakter van vraag en aanbod op een markt centraal, terwijl sociaal-democraten van oudsher de uitwassen willen bestrijden en daarom in het marktproces willen ingrijpen. Zij hebben zich in de kabinetten-Kok verzoend in de zogeheten MDW-operaties: Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit.

De afgelopen weken stellen steeds meer Haagse politici vragen bij het M-woord. Eerst, zoals je mocht verwachten, al heeft hij er wat lang over gedaan, fractievoorzitter De Hoop Scheffer van oppositiepartij CDA. Inmiddels ook Melkert (PvdA). De markt heerst en de markt verdeelt. Tien jaar nadat, om het zo zwart-wit mogelijk te zeggen, de markt de Muur heeft overwonnen, heeft de markt (nog) niet ons aller harten gestolen.

Met nog zoveel marktwerkingsplannen en -adviezen in de pijplijn en de verwrongen uitkomst van zoveel bestaande marktwerking zullen de conflicten over dit onderwerp heftiger worden. Zeker omdat buiten Den Haag vogels van velerlei pluimage marktwerking inmiddels hebben ontdekt als ideale boeman. Van de deken van de Orde van Advocaten, die een tweedeling in de advocatuur suggereerde en dienovereenkomstige verschraling van het burgerrecht op juridische bijstand, tot en met J. van den Ende, mede-oprichter en grootaandeelhouder van Endemol, de grootste onafhankelijke producent van tv-programma`s. Commerciële televisie heeft geleid tot ,,verpaupering van het programma-aanbod'', zei hij vorige maand in de Volkskrant.

Voorbeelden van aanbevolen of mislukte marktwerking waren afgelopen week legio. Een commissie onder leiding van B. de Vries kwam met een advies om de kostenstijging in het geneesmiddelengebruik te stuiten. De commissie stelt onder meer voor om de ene private partij, die de voorgeschreven medicijnen uitkiest, de apothekers, te vervangen door een andere private partij, de zorgverzekeraars. De kennelijke verwachting is dat de zorgverzekeraars minder gevoelig zijn voor de bonus-systemen en lokkertjes van de farmaceutische industrie dan apothekers of huisartsen.

Is dat een realistische veronderstelling? In weerwil van de theorieboekjes is het geen automatisme dat bedrijven met elkaar concurreren en bijvoorbeeld kortingen bij de inkoop van producten doorgeven aan de consumenten in de vorm van lagere prijzen of ziektekostenpremies. Daar komt nog eens bij dat zorgverzekeringen geen vetpot zijn, zodat de verleiding om kortingen niet door te geven, maar in de winst te laten vloeien, alleszins begrijpelijk is. (In)formele prijsafspraken hoeven daar niet eens de basis voor te zijn: een breed gedragen gevoel van eigenbelang in de branche is voldoende.

Wie gaat controleren c.q. bevorderen dat inkoopkortingen door verzekeraars wel worden doorgegeven aan de consument? De Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Europese Commissie die vorige week ook bij Nederlandse banken invallen deden om te verifiëren of zij geen prijsafspraken hebben gemaakt over het wisselen van valuta uit de eurolanden en hun provisies kunstmatig hoog houden?

Toevallig deelde de Europese Commissie afgelopen week ook miljoenenboetes uit aan een aantal Nederlandse elektrotechnische bedrijven die jarenlang prijsafspraken hadden gemaakt.

Maar de mooiste mislukking is de langstlopende soap in het Nederlandse bedrijfsleven: de acties van eerst de effectenbeurs en later van grote beleggers tegen opeenstapeling van juridische beschermingswallen van het voedingsbedrijf CSM. Het bedrijf, dat in 1973 inzet was van een vijandige overname en sindsdien van verminderde bescherming niets wil weten, blijft prima beschermd, maar gunt beleggers wel iets meer invloed.

Tegelijkertijd wilde de stichting die de feitelijke macht heeft bij CSM min of meer carte blanche om zijn relatie met CSM-beleggers eenzijdig te kunnen wijzigen. Je moet maar durven als stichtingsbestuur. Verscheidene pensioenfondsen opponeerden maandag op een vergadering en zij kregen hun zin: de stichting bond in. Een zege voor beleggers? Op eigen kracht zijn zelfs de superbeleggers op de financiële markten onvoldoende bij machte om een middelgroot beursfonds ervan te overtuigen dat kapitaalverschaffers recht hebben op zeggenschap. Zo faalt de marktwerking, en blijft de wetgever dubben of hij daar iets aan moet doen.