Dutch heeft bittere nasmaak

In de Dutch Reformed Church in Galle op Sri Lanka, het vroegere Ceylon, kun je onmiddellijk tal van Nederlandse namen vinden. Ze prijken op de graven van verre voorouders die ten tijde van de Verenigde Oostindische Compagnie naar Ceylon togen.

Het mooie kerkje dateert van 1752 en is in 1992 gerestaureerd dankzij een gift (vijftienduizend gulden) van de Stichting Nederland-Sri Lanka.

Binnen afzienbare tijd wacht het godshuis wéér een opknapbeurt, gefinancierd door dezelfde stichting én door de gemeente Velsen, die als zusterstad een speciale band heeft met Galle. Het gaat opnieuw om een beperkt bedrag, maar voor Sri-Lankese begrippen is vijftien mille een vermogen: een gemiddelde arbeider verdient er niet meer dan honderdtwintig gulden per maand.

Het bestuur van de Dutch Reformed Church is opgetogen over de hulp uit Nederland. Tegen die achtergrond doet het vreemd aan dat het kerkgenootschap onlangs heeft besloten zijn naam te veranderen. Als de achterban ermee instemt, heet de zusterkerk van de Gereformeerde Kerken in Nederland voortaan de Christian Reformed Church of Sri Lanka. Weg dus met het woord Dutch.

,,We willen een nationale identiteit hebben'', zegt secretaris

P.Eben-Haëzer van de kerk door de telefoon. ,,Veel Sri-Lankezen, vooral op het platteland, denken dat we een buitenlandse kerk zijn en dat belemmert ons bij het binnenlandse zendingswerk.'' De kleine Dutch Reformed Church, die aanvankelijk alleen maar Nederlandse gelovigen kende, is bijzonder actief. Ze heeft drie zendingsposten in het land, waarvan twee in de stad Anuradhapura. Het schrappen van Dutch is volgens predikant R. Mendis van de Wolvendaalse Kerk in de hoofdstad Colombo een logische stap. ,,Er wonen hier al twee eeuwen geen Nederlanders meer en toch heten we de Dutch Reformed Church, al liefst 357 jaar lang'', zei dominee Mendis tegen het ANP. ,,Aan de naam zit een bittere nasmaak van het kolonialisme.''

De kustprovincies van Sri Lanka (letterlijk `mooi land') werden van 1656 tot 1796 beheerst door de Verenigde Oostindische Compagnie, die soldaten, kooplieden en predikanten naar het eiland meenam. De Nederlandse invloed is nog altijd zichtbaar. Zo kent Colombo het met Nederlandse steun opgeknapte gebouw van de Dutch Burgher Union en het Dutch Period Museum en een hele arme buurt in de stad heet Bloemendaal. En in de wijk Pettah kom je de Princestreet en de Keyzerstreet tegen. Tal van Sinhalese woorden herinneren aan het Nederlands, zoals: aardappel, commissaris, notaris, kantoor, schroef, balk, scharnier, kok en kakhuis.

De nakomelingen van de Nederlandse kolonisten heetten Burghers. In 1796, na de machtsovername door de Engelsen, bleven slechts negenhonderd van hen op Ceylon achter. Ze vermengden zich veelal met Engelsen en Portugezen. In 1956, toen Sinhalees de officiële taal werd, emigreerden ze massaal naar Australië en Nieuw Zeeland. Maar de Burghers zijn nog niet uitgestorven. In Wattala woont de familie Spiering, die nog Sinterklaas viert, en tien procent van de tweeduizend leden tellende Dutch Reformed Church is Burgher.

De dominee van de Wolvendaalse Kerk was tot voor kort de bekende Ch. Jansz. De Wolvendaalse kerk is een van de best bewaarde monumenten uit de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie. De kerk, voltooid op 6 maart 1749, is herhaaldelijk gerestaureerd, onder andere in 1981. Leden van de Gereformeerde Bond binnen de Nederlands Hervormde Kerk brachten daarvoor toen 150.000 gulden bijeen.