Depressies verwerkt tot songs

Chris Cornell, voormalig voorman van grungeband Soundgarden, leverde onlangs zijn solodebuut af. Neerslachtigheid is nog steeds zijn voornaamste onderwerp.

Twee jaar geleden verstomde Soundgarden, de trots van alternatief Amerika. Deze band uit Seattle was een van de voorlopers van de grunge, een muziekstroming die begin jaren negentig een korte succesvolle periode beleefde met exponenten als Nirvana, Alice In Chains, Pearl Jam en Stone Temple Pilots. Soundgarden was een van de weinige grungegroepen die zich ontworstelde aan het imago van lange haren, zweterige houthakkershemden, harddrugs en sombermansteksten. Zanger Chris Cornell (35) heeft zichzelf op zijn beurt aan de vergetelheid onttrokken met zijn solodebuut Euphoria Morning.

Euphoria Morning verwijst tekstueel noch muzikaal naar een nieuwe afslag in Cornells loopbaan. De titel is ironisch bedoeld omdat de thematiek van de meeste songs verre van euforisch is. De meeste songs ademen melancholie, doen denken aan Soundgarden wegens Cornells herkenbare stem, maar missen grotendeels de agressie van zijn oude band. `Can't Change Me, Flutter Girl' of het akoestische `Sweet Euphoria' klinken warmer en ingetogener dan Soundgarden-songs, hitsuccessen als `Black Hole Sun' daargelaten.

Neerslachtigheid overheerst. In de song `Steel Rain' is het zelfs tot onderwerp verheven. ,,Steel Rain is mijn metafoor voor depressie'', verklaart de zanger. ,,Het beschrijft een verharde stemming, die als een grauwe wolk voorbij komt drijven en alles verduistert. Een mistgordijn dat je van alles afsluit. Maar mits geen chronische toestand, horen depressies bij het leven. Ze kunnen zelfs louterend werken. Een depressie stelt me in staat een emotioneel probleem zelf op te lossen.''

Muziek kan daarbij een remedie zijn, maar, geeft hij toe, is soms ook de aanleiding tot een dip: ,,Als mijn eigen muziek niet goed ontvangen wordt, of ik ben er zelf niet tevreden over, kan dat de oorzaak zijn van een tijdelijke depressie. Maar muziek van anderen, films en literatuur zijn dikwijls een inspiratiebron bij het maken van songs, zoals boeken van Henry Miller, muziek van Tom Waits, Beatles-platen of Pink Floyd's debuut Piper At The Gates Of Dawn.''

Muziek kan heel specifieke gevoelens oproepen. Gniffelend herinnert Cornell zich een incident uit zijn jeugd: ,,In de jaren zeventig had je een hit in Amerika, `Dream Weaver' van Gary Wright. Een verschrikkelijke synth-popsong. In die tijd ging ik een keer schaatsen op een ijskoude dag, waarna ik ziek werd en met hoge koorts ijlend in bed lag. Terwijl ik half aan het hallucineren was werd die song voortdurend uitgezonden op de radio. Als ik die song nu hoor, krijg ik dezelfde koortsige rillingen. Ik vond het destijds een vreselijk nummer, maar door de aangename verhitting die het me oplevert, kan ik het tegenwoordig wel waarderen.''

Cornells vrienden Alain Johannes en Natasha Shneider, respectievelijk gitarist en toetsenist van de band Eleven, hielpen hem met composities en de productie van zijn debuutalbum. De opnamen vonden plaats in de huisstudio van Johannes en Shneider in Los Angeles, waarbij `gewone' en ongebruikelijke instrumenten als harmoniums en sitars werden gecombineerd met computersamples. Deze mix van `warm en koud' werd digitaal opgenomen met behulp van het programma Pro-Tools. Een revelatie om zonder taperecorder te werken, vindt Cornell: ,,Een eindmix of arrangement maken is oneindig veel makkelijker. Het geheugen onthoudt alles precies zoals het de laatste keer is ingespeeld. In een analoge studio, zelfs met een automatisch programmeerbare mengtafel, kun je nooit exact het geluid van de vorige sessie oproepen. En het kost veel tijd. Bij Pro-Tools lukt dat in vijf minuten.''

Tijdsbesparing is belangrijk, want Cornell is een perfectionist. ,,Ik blijf schaven aan een nummer. De kleinste details moeten honderd keer over. Pas wanneer ik tijdens het luisteren echt `de luisteraar' word en vergeet kritisch te zijn, weet ik dat de song af is.''

Tijdens de plaatopnamen werd de hulp ingeroepen van verschillende gastmuzikanten, waaronder vroegere Soundgarden-drummer Matt Cameron. ,,Ik heb nooit beweerd een briljant instrumentalist te zijn'', erkent Cornell. ,,Platen van muzikanten die op hun solo-album alles zelf inspelen, zijn meestal waardeloos. Er zit een soort kilheid in. Hun manier van spelen staat op de voorgrond, wat in zekere zin samenhangend kan zijn, maar de muziek ademt niet. In plaats van muziek te maken in een vacuüm, moet je van anderen leren, en zij van jou. Platen maken heeft alles te maken met muzikale uitwisseling. Juist op solo-albums.''

Euphoria Morning verscheen vorige week. Vanavond spelen Chris Cornell en band in Paradiso, Amsterdam.