Degelijk huurhuis als alternatief voor Erf 559

In Zuid-Afrika is deze week een huisvestingsproject geopend dat met Nederlandse hulp totstandkwam. Sociale woningbouw als mogelijke oplossing voor een huisvestingscrisis.

`Toiletsteden' worden ze genoemd: de rijen kakhuisjes, keurig gerangschikt op fatsoenlijke afstand van elkaar, die menig township in Zuid-Afrika flankeren. Het zijn de stille getuigen van een huisvestingsbeleid dat de mist inging. Als we eerst wc's bouwen komt de rest vanzelf, zo redeneerde Sankie Mtembi-Mahanyele, de minister van Huisvesting. Hoe was het mogelijk dat een bewindsvrouw haar eigen achterban zo slecht verstond?

Een geweldige trots huist in de borstkas van het zwarte bevolkingsdeel dat het meest met de woningnood heeft te kampen. ,,Geewhiz'' (jeminee), kijk eens waar ze ons op trakteren: een plee en dat is het'', zegt een inwoonster van Duncan Village, township bij Oos-Londen, stad aan de Zuid-Afrikaanse zuidkust. Zij en velen met haar bedankten voor de eer. Een fatsoenlijk huis, met minder namen ze geen genoegen. Dan bleven ze liever wonen in hun krot. Het gevolg is dat de toiletsteden al jaren `leeg' staan: mensen wensten zich niet te vernederen door een huis te bouwen rondom een plee.

Begin deze week gaf minister Sankie – zoals ze meestal wordt genoemd – toe dat haar ministerie te lang de nadruk heeft gelegd op kwantiteit in plaats van kwaliteit. Dat deed ze bij de inwijding van het Belgravia Housing Project in Oos-Londen, de eerste omvangrijke poging om in Zuid-Afrika sociale woningbouw van de grond te krijgen. ,,Een baanbrekend initiatief'' noemde ze het project, dat met Nederlandse hulp totstandgekomen is. Zuid-Afrikaanse planners dachten tot nu toe alleen in termen van goedkope koopwoningen. Huren via woningbouwverenigingen zou een alternatief kunnen vormen. Dat zou een doorbraak in de huisvestingscrisis kunnen zijn.

Eén miljoen huizen zouden er komen, in vijf jaar tijd, zo beloofde de Zuid-Afrikaanse regering in 1994. Driekwart miljoen huizen werden er gebouwd. Daarvan is de kwaliteit is zo slecht dat ze de sloppenwijken van de nabije toekomst zullen vormen, zo vrezen planners. Inmiddels blijkt de woningnood veel groter dan gedacht was. Om alle mensen die nu onder erbarmelijke omstandigheden in bidonvilles wonen aan een menswaardig onderkomen te helpen, moeten nog eens ten minste drie miljoen huizen worden gebouwd.

Huisvesting is een van de maatschappelijke sectoren in Zuid-Afrika die nog worstelen met de erfenis van de apartheid. De gebouwde omgeving van Zuid-Afrika is nog altijd in de ijzeren, cynische greep van de `gescheiden ontwikkeling'. Elke stad, elk dorp, tot het kleinste gehucht aan toe, bestaat uit drie cirkels: een zakelijk centrum, daar omheen de groene gegoede, overwegend blanke wijken en dan aan de rand, soms op tientallen kilometers afstand: de townships. Aan bouwgrond geen gebrek in Zuid-Afrika, met een bevolkingsdichtheid van 30 mensen per vierkante kilometer. Vandaar dat woongebieden over een grote oppervlakte konden worden uitgestrekt.

In de tuinen van de `blanke' wijken zijn overal blauw-groene vlekken zichtbaar: de zwembaden die de welgestelde burgers bezitten. In de townships daarentegen staan piepkleine woningen, spottend `lucifersdooshuisjes' genoemd, verdrinkend op een veel te ruim, stoffig erf.

In plaats van te pogen deze structuur te doorbreken door kwaliteitswoningen in compactere woonbuurten dichter bij het centrum te bouwen, is het regeringsbeleid steeds gericht geweest op kwantiteit: zoveel mogelijk huizen bouwen in townships, in zo kort mogelijke tijd. Alleen koophuizen, want zo luidde de redenering: Zuid-Afrikanen willen hun eigen huis bezitten.

De regering stelde 16.000 rand (ongeveer 5.500 gulden) subsidie per huisje ter beschikking, zijnde de stichtingskosten, niet uit te keren aan potentiële bewoners, maar aan aannemers. Het zeer simpele huisje dat hiervoor wordt neergezet, heeft doorgaans een oppervlakte van tussen de 20 en 30 vierkante meter, dunne muren, een dak van golfplaat of asbest. Toch is de familie Smit in de wijk Haven Hills van Oos-Londen ,,baie (zeer) bly'' mee met hun nieuwe onderkomen. Hun Erf 559 is een sober woninkje in een ombestemde kleur, maar wat een verschil voor de Smits – man, vrouw en vijf kinderen – in vergelijking met het krot dat ze hiervoor bewoonden.

,,Het ziet er wel leuk uit en is natuurlijk een relatieve vooruitgang voor hen'', zegt Kees Elgershuizen, de Nederlandse leider van het Belgravia Project, ,,maar die huizen zijn veel te klein en van een abominabele kwaliteit.'' Elgershuizen voorziet dat de bewoners binnen de kortste keren hun huizen vergroten met een bric-à-brac van aanbouwsels en keten. In tien jaar tijd leidt dat tot verkrotting van de woonbuurten en dan kan men weer van voren af aan beginnen, zo vreest hij.

Elgershuizen houdt de Zuid-Afrikanen voor dat ook Nederland ooit een groot woningprobleem had en dat non-profit woningbouwverenigingen de uitkomst waren. Twee jaar geleden gingen het stadsbestuur van Oos-Londen en de provinciale regering akkoord met een proefproject in de gegoede wijk, Belgravia, nabij het centrum van Oos-Londen. De eerste 150 huurhuizen werden deze week opgeleverd, 288 andere zijn in aanbouw. In tegenstelling tot de `lucifersdooshuisjes' gaat het hier om kwaliteitswoningen die tientallen jaren moeten meegaan. Voor de eerste fase verleenden Nederlandse woningbouwverenigingen een forse subsidie (ongeveer 700.000 gulden). Voor de vervolgbouw worden leningen verstrekt.

Zo mooi als het klinkt verliep het project niet. Kees Elgershuizen had te maken met incompetente bestuurders en vriendjespolitiek onder notabelen. Kleur (lees: zwart) is in Oos-Londen belangrijker dan kennis, zegt hij. Het Nederlandse ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VROM) stuurde enige weken geleden een boze brief naar Oos-Londen, waarin het zich beklaagde over de gang van zaken. Den Haag stuurde ook geen minister of staatssecretaris naar Oos-Londen voor de opening van het project. In plaats daarvan werd Nederland vertegenwoordigd door de ambassadeur.

Kees Elgershuizen, die eind dit jaar opstapt als projectleider, is niettemin trots op wat er toe nu toe is bereikt. ,,Ze staan er wel mooi, die 150 woningen. Ik hoop dat Sankie er een wijze les uit trekt, want haar woningbouwbeleid is tot mislukken gedoemd. De huizen die tijdens de apartheid werden neergezet, waren groter en beter dan die van nu. Sociale woningbouw is voor Zuid-Afrika de beste oplossing.''