Bewegend drama

De BBC confronteert de kijker met levende dinosauriërs. Deel 43 van Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Eten en gegeten worden, dat is het leven van de dino. Ik zag een aflevering van de spraakmakende BBC-serie Walking with Dinosaurs en het was adembenemend: de wereld van de dinosauriërs gefilmd alsof ze nog werkelijk rondlopen, alsof hun wereld een echte wereld is. Door de computer gemaakte monsters tegen echte achtergronden, fabelachtig gereconstrueerd, prachtig was het. Wat deden ze? De vegetarische sauriërs sjokten zwaarlijvig door prehistorische landschappen, korte kreten van tevredenheid slakend, knabbelend aan de bladeren van de oerbomen. De roofdieren aten de vegetariërs op. Ook zij slaakten kreten, voordat ze hun scherpe snuiten in de ingewanden van hun dode slachtoffers staken. Rode draad in deze episode was een reuzevogel met een lepelaarsbek vol scheve tanden, die vanuit wat ooit Zuid-Amerika zou worden helemaal naar de rotsen van het in wording zijnde Spanje vloog en dat enkel en alleen om een wijfje te vinden. Dat liep verkeerd af. De vogel, die een spanwijdte van 12 meter had, werd weliswaar niet opgegeten, maar wreed verstoten door jongere soortgenoten. Een wijfje zat er voor hem niet meer in, en hij stierf eenzaam en uitgeput door de lange vlucht op een voorwereldlijk zandstrand. De muziek zwol tragisch aan, de stem van verteller Kenneth Branagh sloeg bijna over van emotie.

Waar keek ik naar? Het was een natuurfilm, maar dan zonder natuur. Het was geschiedenis, maar zonder mensen. De allermodernste technieken waren gebruikt om de allerprimitiefste periode op aarde tot leven te roepen.

Die twee paradoxale wonderen lopen in elkaar over: je kijkt met bewust ontzag voor de nieuwste computertechnieken, het technologische aplomb waarmee een virtuele wereld geschapen kan worden, en tegelijk verwonder je je over deze oeroude creaturen die eens de aarde bevolkten en met een meteorische klap zijn weggevaagd. De beelden zijn puur techniek, alles is onecht, de wereld die ze oproepen is puur natuurlijk, ongerept, onaangeraakt door mensenhanden.

Wetenschappers hebben een afkeurend gebrom laten horen over Walking with Dinosaurs, aangezien de makers zich vrijheden hebben veroorloofd die dicht in de buurt van falsificatie komen. Het is goed dat mensen iets over dino's leren, maar het moet wel verantwoord zijn. Er is geen enkele zekerheid dat wat in de serie getoond wordt, ook werkelijk zo geweest is. De makers halen hun schouders op, hun aanpak verdraagt nu eenmaal geen voorbehoud of voetnoot. Wil je de dino's werkelijk in beweging krijgen, dan zul je verbeelding moeten durven gebruiken. Ze zeggen het niet met zoveel woorden, maar hun boodschap is duidelijk: Walking with Dinosaurs is historisch drama. Shakespeare ging ook al op een losse manier met zijn historische bronnen om en niemand die daar slechter van geworden is.

Maar als je de serie zo bekijkt, waar gaat hij dan over? De wetenschappelijke informatie is ondergeschikt gemaakt aan het spektakel, maar wat wil het spektakel je duidelijk maken? De aflevering over de neergang van de reuzevogel liet een darwinistisch drama zien, vol primitieve impulsen. Dieren zijn dierlijk. Vegetariërs vegeteren, vleeseters eten vlees. Kracht knecht de zwakken, jong wint van oud.

De een z'n dood.

Je leert, kortom, niets nieuws. En dat is ook de bedoeling.

Zo'n honderdvijfentwintig jaar geleden schreef Nietzsche zijn opstel `Over nut en nadeel van de geschiedenis voor het leven', dat hij opnam in zijn Oneigentijdse beschouwingen. Hij begon zijn betoog met een citaat van Goethe: `Overigens verafschuw ik alles wat mij alleen maar kennis bijbrengt zonder mijn werkzaamheid te vergroten of rechtstreeks te stimuleren.' Juiste woorden, volgens Nietzsche. Zijn beschouwing richt zich tegen de geschiedenis als culturele decoratie, historische kennis als vlucht uit het heden, in plaats van als gereedschap om het heden beter te kunnen hanteren.

De mens staat ambivalent tegenover de geschiedenis, schrijft Nietzsche. Enerzijds klampt hij zich eraan vast, anderzijds zou hij er wel aan willen ontsnappen. Want de kennis van het verleden drukt op een mens. Zijn bewustzijn veroordeelt hem tot een voortdurend achteromkijken, vergeten is onmogelijk. Hij ervaart dat als een last. Met jaloezie bekijkt hij een grazende kudde in de wei: `zij weet niet wat gisteren, wat vandaag is, springt rond, vreet, rust, verteert, spingt weer, en zo van de morgen tot de nacht en van dag tot dag, aan haar lust en onlust kort aangelijnd, namelijk aan de pin van het moment, en daarom noch zwaarmoedig, noch verveeld. Dit te zien is de mens niet aangenaam, omdat hij tegenover het dier op zijn menszijn pocht en toch afgunstig zijn geluk gadeslaat – want dat is het enige dat hij wil, net als het dier noch verveeld noch onder smarten leven, en toch wil hij het tevergeefs, omdat hij het niet op dezelfde manier wil als het dier. De mens vraagt het dier wel eens: waarom vertel je met niet over je geluk en kijk je me alleen maar aan? Het dier wil wel antwoorden en zeggen: dat komt doordat ik altijd meteen vergeet wat ik wilde zeggen – maar toen vergat het ook dit antwoord alweer en zweeg.' (vertaling Thomas Grafdijk/Paul Beers)

Die grazende kudde van Nietzsche, dat zijn onze dinosauriërs. In de negentiende eeuw kon je met afgunst naar de rust van een stel koeien kijken, onze tijd verlangt naar sensatie en bloed; maar in beide gevallen gaat het om een diep verlangen naar onbewustzijn. De koeien van de filosoof staan buiten ons bewustzijn, buiten de geschiedenis; zij hoeven geen lessen te trekken uit het verleden, zij worden niet teneergedrukt door vroeger. Ze leven hun leven in het moment. Net als de beesten in Walking with Dinosaurs.

Alleen zijn die nog beter af: zij leven in een wereld zonder geschiedenis. Heel hun universum is onbewust, er lopen geen mensen in rond. Daarom hebben de makers van de serie er ook bewegend drama van gemaakt; was het een soort lezing met lichtbeelden geworden, voorzien van geleerd commentaar, dan was de dino's indirect hun grootste aantrekkingskracht ontnomen – hun totale gebrek aan kennis en bewustzijn. Ze doen maar wat, het enige wat ze volgen is hun instinct – en dat is precies wat wij ook wel zouden willen.

Er is wel een groot, veelzeggende verschil tussen de kauwende koeien van Nietzsche en de prehistorische kuddes uit Walking with Dinosaurs: het grazende vee staat buiten de geschiedenis, de dino's worden gepresenteerd als geschiedenis. Dat had Nietzsche niet kunnen voorspellen, dat de mens zijn eigen fenomenale kennis van het verleden zou leren gebruiken om helemaal buiten zichzelf te treden, om een volledig onbewuste wereld te herscheppen. Want daarin schuilt de fascinatie voor de dino, voor kinderen en volwassenen: hij is zo wezenloos als we zelf best wel zouden willen zijn. Ondanks alle wreedheid en bloedlust is het leven voor hem nog lichter dan voor de koe, want hij bestaat niet eens echt. Hij leert zelf niets en hij leert ons niets over onszelf, anders dan geschiedenis behoort te doen. Hij verlost ons tijdelijk van onszelf.