Amerika tevreden: Nederland heeft F-16's en is volgzaam

Op het internationale toneel is Nederland misschien geen grote jongen, maar dat wil niet zeggen dat het land van Wim Kok en Jozias van Aartsen niet meetelt in de wereld. Vooral supermacht Amerika, van minister tot generaal, is dezer dagen goed te spreken over de rol die Nederland speelt als klein maar geëngageerd lid van de wereldgemeenschap. De Nederlandse bijdrage aan de Kosovo-oorlog werd onlangs zelfs lovend besproken in de Senaat.

Deze week ontving minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright haar Nederlandse collega Van Aartsen. Niet alleen sprak Albright bij die gelegenheid over de nauwe en eeuwenoude banden tussen Nederland en Amerika – dat gebeurt altijd als een Nederlands politicus in Washington op bezoek komt. Ze prees ook de Nederlandse financiering van een vredesmacht voor Sierra Leone, de samenwerking tussen de VS en Nederland in de VN-veiligheidsraad, het ,,voortreffelijke werk'' dat Nederland doet als voorzitter van de VN-sanctiecommissie voor Irak, de Nederlandse ,,sleutelrol bij het beëindigen van de strijd'' in de Balkan en de ,,gulle bijdrage'' van Nederland aan de wederopbouw van de ontwrichte Balkan-economieën.

Generaal Michael Short, die tijdens de Kosovo-oorlog het bevel voerde over de luchtaanvallen van de NAVO, stelde de militaire prestaties van Nederland vorige week speciaal aan de orde in de Senaat. Tijdens een zitting van de Senaatscommissie voor de strijdkrachten, gewijd aan ,,lessen die van Kosovo geleerd kunnen worden'', werd Short ondervraagd over de soms moeizame samenwerking tussen de Amerikaanse strijdkrachten, die het grootste deel van de militaire operatie voor hun rekening namen, en de bondgenoten. De generaal stak niet onder stoelen of banken dat hij zich gestoord had aan landen die maar een geringe militaire bijdrage aan de oorlog leverden, terwijl ze wél voortdurend dwarslagen bij het overleg. Nederland hoorde niet tot die categorie, aldus de generaal, maar onderscheidde zich juist door effectief militair optreden en een volgzame houding ten opzichte van de grote Amerikaanse broer.

,,Onze bondgenoten erkennen dat zij kleine jongens zijn, maar ze willen wel mee aan tafel zitten'', zei de generaal. ,,Ik zou de Hollanders willen noemen als het beste voorbeeld. Een kleine luchtmacht, een trotse luchtmacht, een competente luchtmacht. Ze hebben hun eigen tankvliegtuigen gekocht ... ze hebben twee verbouwde DC-10's waarmee ze hun eigen vliegtuigen kunnen bijtanken ... Herinnert u zich dat een Nederlandse F-16 in de eerste nacht van de oorlog een MiG-29 neerhaalde? Een kleine luchtmacht, maar ze hébben een stoel aan tafel. En ik wist dat ik de Nederlanders overal naartoe kon sturen. Dan salueerden ze en zeiden ze:,,Ja baas, we zullen er zijn''.''