A'dam en Gomorra

Zal de schrijver er in slagen zijn hoofdpersoon geloofwaardig te laten reageren op wat hem overkomt? Er zijn boeken die je alleen al blijft lezen om op deze vraag antwoord te krijgen. De Engelse auteur Rupert Thomson, bekend van zijn roman The Insult, maakt het zich in zijn nieuwe boek moeilijk door met een merkwaardig incident te beginnen – waar het voor zijn naamloze hoofdpersonage lastig levensecht op reageren is. In The Book of Revelation wordt een knappe jonge danser ontvoerd door drie vrouwen. Ze sluiten hem op in een kamer en verzorgen hem uitstekend, maar hij wordt seksueel misbruikt. Hij moet masturberen, als levende tafel dienen, en hij ziet zich met een ring door zijn voorhuid aan een muur geketend. En waar heeft deze gruwel plaats? Natuurlijk – in het Sodom & Gomorra van de wereldliteratuur: Amsterdam.

Na achttien dagen is het afgelopen. De danser staat op straat en kan de draad van zijn leven weer oppikken. Gaat hij snel naar huis aan de Egelan-tiersgracht om zijn vriendin alles te vertellen en verder te werken aan een nieuwe choreografie? The Book of Revelation (die pretentieuze titel wordt nergens waar gemaakt) is geen thriller of whodunnit. Het gaat dan ook niet om het zoeken naar de dader. Vanaf de vrijlating geldt de test: kan Thomson invoelbaar vertellen over wat het voor een man betekent om onderworpen te zijn aan drie geile vrouwen en over de consequenties hiervan voor zijn bestaan.

Hoewel het boek beroerd begint (de kidnap lijkt vooral een excuus om allerlei barokke sm-fantasieën te kunnen beschrijven) ontwikkelt het verhaal zich vanaf dit punt tot een interessante casus. Want wat dóet iemand die zoiets heeft meegemaakt? De danser kan niemand over de ontvoering vertellen, want zijn ervaring klinkt te zeer als de ultieme mannendroom. Zijn vriendin verlaat hem, omdat ze denkt dat hij haar heeft bedrogen. Hij gaat een paar jaar op wereldreis (dit wordt in een paar zinnen verteld) en komt dan terug om toch te proberen de drie vrouwen op te sporen. Omdat ze bloot waren, en een kap over hun hoofd droegen, is er maar een manier om ze te vinden: zoveel mogelijk vrouwen versieren en hopen dat hij hun lichamelijke kenmerken herkent. Binnen enkele maanden ontkleedt hij er honderden, totdat hij zich uiteindelijk realiseert dat hij bezig is te veranderen in een van zijn ontvoerders: `Like vampires, they had turned me into another version of themselves'.

In The Book of Revelation ontrafelt Thomson de gevolgen van een traumatische ervaring op een geloofwaardige manier, en in een elegante stijl. De hoofdpersoon is een danser waardoor veel metaforen verband houden met de danswereld; choreografieën, danssstijlen, passen. Zo suggereert Thomson dat wat zijn hoofdpersoon ook overkomt, de liefde voor de dans hem houvast geeft.

Er zit een vreemde spanning tussen de aardse, grove dingen die de danser meemaakt en de gestileerde manier waarop de lezer ze krijgt voorgeschoteld. De witte lege ruimte met verchroomde ketenen, waarin de danser door de drie vrouwen werd vastgehouden zou zo uit een viceo-clip kunnen komen. En ook de aandacht voor details van kleren en uiterlijk contrasteert met de waanzin die de hoofdpersoon langzamerhand in zijn macht krijgt. Soms is de beschrijving zelfs surrealistisch, als de waarneming gedaan lijkt door iemand met een zoomlens in de plaats van ogen - tot twee keer toe wordt het vallen van een enkele haar omschreven als iets dat `de lucht doet trillen'. Het zijn dit soort bevreemdende momenten die The Book of Revelation boven de vertrouwheid van de Jordaan en boven de naargeestigheid van het onderwerp uittillen.

Rupert Thomson: The Book of Revelation.

Bloomsbury, 264 blz. ƒ50,-