Weinig zicht op besteding milieuheffing

De Algemene Rekenkamer kraakt in een vandaag verschenen rapport de manier af waarop de energiedistributeurs informatie geven over de besteding van honderden miljoen guldens aan milieuheffingen.

De verslaglegging van de energiedistributiebedrijven is zo slecht dat minister Jorritsma (Economische Zaken) onvoldoende zekerheid heeft over de rechtmatigheid van de uitgaven voor hun wettelijke `milieutaak'; bevordering van energiebesparing en verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Ook krijgt de minister onvoldoende inzicht of de distributeurs die taak doelmatig uitvoeren.

Andere belanghebbenden, zoals milieu- en consumentenorganisaties, MKB-Nederland en energieverbruikersraden, hebben daardoor evenmin volledig zicht op de naleving van afspraken en wettelijke eisen.

De Rekenkamer baseert zijn kritiek op onderzoek naar de besteding van de zogenoemde MAP-toeslag (Milieu Actie Plan). De minister stelt jaarlijks de maximale hoogte van deze toeslag voor alle gas- en stroomverbruikers vast, de distributiebedrijven innen hem.

In 1997 inde de energiesector ruim 210 miljoen gulden aan MAP-toeslagen. Tegen het eind van dat jaar was een bedrag aan gereserveerde MAP-gelden in kas van 298 miljoen gulden. Omdat het hier gaat om publieke middelen onderzocht de Rekenkamer, die spreekt van een ,,groot financieel belang'', of de verslaglegging in het ijkjaar 1997 in orde was.

Overigens heeft de minister volgens de Rekenkamer zelf geen beleid geformuleerd voor het toezicht op de vervulling van de milieutaak. ,,Een systematische beoordeling van verantwoordingsinformatie hierover vindt niet plaats.'' Verder constateert de Rekenkamer dat het ministerie geen actie heeft genomen toen bijsturing nodig was. Tien energiebedrijven bleken bijvoorbeeld geen wettelijk verplichte Verbruikersraad te hebben ingesteld. Deze raden moeten over bestedingsplannen en tariefvoorstellen adviseren.

In reactie op het rapport heeft minister Jorritsma beloofd het toezichtbeleid te verbeteren. Ook zal ze bij de sector aandringen op verbetering van de verslaglegging. Jaarlijkse beoordeling van het MAP, dat volgend jaar afloopt, vindt ze niet nodig, in tegenstelling tot de Rekenkamer.

De energiebedrijven hebben wel voorzien in de wettelijk vereiste publieke verslaglegging, maar de aanbevelingen van de koepelorganisatie EnergieNed zijn veelal niet gevolgd. Zo ontbreekt jaarlijkse externe toetsing van de rechtmatigheid van inkomsten en uitgaven en van beleidsprestaties. Bij de meeste bedrijven bieden administratieve organisatie en interne controle onvoldoende waarborgen voor betrouwbaarheid van de gegevens die ze in een publiek verslag melden.