Vijf procent verf opnieuw uitvinden

Kunstenaars mogen in hun werk niet gehinderd worden door technische onvolkomenheden. In de werkplaatsen van de academie is immers alles mogelijk.

,,JAMMERGENOEG STAPPEN steeds meer jonge kunstenaars van het echte ambacht af en kiezen voor snellere, meer conceptuele kunstvormen.' Het gaat Wim Janssen, begeleider in de houtwerkplaats duidelijk aan het hart. Zojuist heeft hij gloedvol uiteengezet hoe een van de deelnemers de afgelopen maanden in zijn werkplaats een houten vliegtuigvleugel heeft gemaakt. Hoewel hij er aanvankelijk zelf een hard hoofd in had, was het eindresultaat prachtig.

Janssens werk wordt meer en meer ondersteunend van aard: ,,Een kastje maken voor een videopresentatie.' Maar volgens Robbert-Jan Blekemolen, het hoofd van de technische werkplaatsen, vormt dit jaar wel een uitzondering: van de zestig deelnemers zijn er tweeënvijftig die zich op een of andere manier met beeld bezighouden: fotografie, film, video, multimedia. En dat terwijl er op de Rijksakademie toch op werkelijk elk gebied uitgelezen mogelijkheden zijn om de deelnemers te helpen bij het verwezenlijken van hun creatieve ideeën. Hoe krankzinnig die ook mogen zijn, deelnemers worden serieus genomen en kunnen zich oriënteren op de mogelijkheden die de verschillende technieken bieden.

In de werkplaatsen is apparatuur én expertise aanwezig om de expressiemogelijkheden te verbreden: hout- en metaalbewerking, alle mogelijke druktechnieken, de grootste keramiekoven van Nederland (vijf centimeter hoger dan die van het Europees Keramisch Centrum in Den Bosch) en, hoe kan het ook anders, een heel scala aan computer-, video- en geluidsapparatuur. Het grootste voordeel is dat al die mensen en technieken hier zo vlak bij elkaar zitten. Blekemolen: ,,De oplossing van een probleem dat zich bij verf en kunststoffen voordoet kan heel goed bij keramiek liggen.'

Uitgangspunt is dat de deelnemers zich volledig op hun werk kunnen concentreren, en dat ze niet gestoord worden door technische haperingen. Zo moet een schilder zich niet langer dan nodig bezig houden met het opspannen van zijn doek. Dus als de door een fabriek op bestelling afgeleverde standaardlijsten niet voldoen, dan ontwikkel je samen een eigen, uniek spansysteem. Nu worden er al eeuwenlang op soortgelijke wijze lijsten gemaakt en je zou ook niet verwachten dat grote verbeteringen nog mogelijk zijn. Er werd bovendien geëist dat de nieuwe methode goedkoop was en eenvoudig moest kunnen worden toegepast. Het resultaat van het gezamenlijk denkwerk was een vijfhoekig metalen plaatje dat de verschillende onderdelen – onder verstek gezaagde latten – van het raam bijeenhoudt. Daardoor kan de kunstenaar dit zelf heel eenvoudig recht spannen en zelfs nog naspannen. En het systeem werkt: in de gang staat een enorm doek van twee bij drie meter dat een paar maanden lang buiten heeft gestaan. Het doek zit er nog keurig strak op en lijkt net te zijn aangebracht. Geen wonder dat diverse fabrikanten van lijstenfirma's al van hun belangstelling blijk hebben gegeven.

Iets soortgelijks overkwam Arend Nijkamp, de begeleider verf en kunststoffen. Ook hij werd enige tijd geleden geconfronteerd met een probleem. Ter illustratie daarvan drukt hij met zijn vinger aan de achterkant tegen een doek, en waar de spanning groot is begint de verf craquelures te vertonen. ,,Daar kwam een deelnemer een tijdje geleden mee aan. Hij had een acrylverf op waterbasis gebruikt die volgens de fabrikant zowel op hout als op linnen kon worden toegepast. Maar dat viel dus tegen.' Om er achter te komen wat er mis was gegaan verdiepte Nijkamp zich in de precieze samenstelling van dit soort verven. Verf bestaat voor 95 procent uit een suspensie van acrylbolletjes in water. ,,Maar 95 procent van een verf maken is niet moeilijk', zegt Nijkamp, ,,Het gaat juist om die laatste vijf procent.' Wanneer de verf is opgebracht, kan het water aan de bovenkant ontsnappen. Hoe verder het verdampt, hoe dichter de bolletjes op elkaar komen te zitten, waarna ze uiteindelijk een aaneengesloten en flexibele laag moeten gaan vormen. Om dat te stimuleren worden kleine hoeveelheden `hulpstofjes' aangebracht die er voor zorgen dat de bolletjes elkaar niet afstoten. Op hout werkt dat perfect, maar Nijkamp realiseerde zich dat op doek de droging heel anders in zijn werk gaat. Het linnen blijkt namelijk het water ook van onderaf weg te zuigen, en neemt daarbij ook de hulpstoffen mee. Daardoor kan er zich geen nette aaneengesloten laag vormen. Nijkamp: ,,In samenwerking met de fabrikant hebben we de formulering van de verf een beetje veranderd, waarmee het probleem was opgelost.' Zo heeft Nijkamp als het ware die resterende vijf procent opnieuw uitgevonden. ,,Met de verplichte komst van de verven op waterbasis is er op dit gebied toch van alles aan de hand. Waar je nu op vaart, zal er misschien over een tijdje niet meer zijn', aldus de begeleider verf en kunststoffen.

Nijkamp ontwikkelde ook al een andere harder voor het verstevigen van een eenmaal opgespannen doek. Van oudsher wordt daar beenderlijm voor gebruikt, maar dat is erg vochtgevoelig, waardoor spanramen krom trekken of een doek juist gaat uithangen. Na weken experimenteren kwam een combinatie van een flexibele acrylcomponent met het eiwit caseïne, als een uitstekend alternatief uit de bus. De laatste tijd concentreert hij zich vooral op kunststoffen. Zo ontdekte hij dat er tegenwoordig een alternatieve polyester op de markt is, op basis van maïs, zetmeel en suikers. Die is veel minder agressief dan de gewone polyesters, maar geeft aan de andere kant weer problemen bij het verwerken.

Blekemolen werkt op zijn beurt aan een methode om met behulp van lithografie (steendruk) keramiek te bedrukken. Die techniek, waarbij gebruik wordt gemaakt van gom en karton, werd vroeger veel toegepast, bijvoorbeeld voor servieswerk. Maar tegenwoordig is die geheel in onbruik geraakt, terwijl je er toch zonder raster mee kunt drukken en dat is uniek. Zo zijn er in alle technische werkplaatsen voortdurend nieuwe ontwikkelingen. En hoe geducht de concurrentie van de beeld-richtingen ook mag zijn, het kan bijna niet anders of het ambacht zal weer aan populariteit winnen. Wim Janssen krijgt het nog druk.

Sporen van Wetenschap in Kunst,

catalogus met werk van deelnemers en begeleiders. Uitgeverij Edita, Amsterdam.

ISBN 90-6984-224-6.

TECHNIEK