TWEE KEER POFFERTJES

Wat is er Hollandser dan poffertjes? President Clinton wilde bij zijn bezoek aan Nederland per se poffertjes eten en stapte daartoe een zaak in Delft binnen. Vandaag twee recepten met poffertjes. Het eerste kan, aangevuld met soep, een idee voor een volledige maaltijd zijn. Het tweede betreft een dessert met een ander Nederlands product: boerenjongens. Maak het poffertjesbeslag volgens de gebruiksaanwijzing. Bak de spekblokjes kort in wat boter in een koekenpan. Laat ze op keukenpapier uitlekken. Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd het vruchtvlees in partjes. Vet de poffertjespan in met olie. Vul de holletjes voor tweederde met beslag. Bak de poffertjes op matig hoog vuur tot ze van onderen lichtbruin zijn. Schep wat spek op elk poffertje. Keer de poffertjes om als de bovenkant droog is en bak ook de andere kant op hoog vuur bruin. Doe dat voor alle poffertjes op dezelfde manier. Doe de schijfjes appel in de koekenpan waarin de spekjes gebakken zijn en bak ze in zo'n vijf minuten gaar. Keer ze halverwege. Bestrooi de appeltjes met suiker en kaneel en schep ze op het bord over de poffertjes.

Bak voor het tweede recept poffertjes als boven of koop ze kant en klaar en verwarm ze in de magnetron. Schil de mango en snijd het vruchtvlees in blokjes. Breng 2 deciliter brandewijn uit de pot aan de kook. Roer het zetmeel met een eetlepel water glad en bind de brandewijn tot een lichtgebonden saus. Roer hier naar smaak enkele eetlepels boerenjongens door. Verdeel de blokjes mango over vier borden. Leg de poffertjes hierop. Schep een bol ijs op de poffertjes en lepel de warme saus langs de rand van de borden. Strooi er poedersuiker en kaneel over.