Opfriscursus FATSOEN

Zestig jaar na de etiquettebijbel van Amy Groskamp-ten Have verschijnt deze week een gemoderniseerde versie van Hoe hoort het eigenlijk? Dat je je pink niet in de lucht moet steken bij het thee drinken en je neus niet in je pochet moet snuiten, blijkt nog steeds te gelden. Interessanter zijn de nieuwe fatsoensnormen rond het ongebreideld belverkeer, het zoenen en het gedrag van het ooit zo goed opgevoede kroost.

`Jemig de pemig! Een hele pagina?!', reageert de nieuwe Amy Groskamp-ten Have als ze verneemt dat dit stuk eraan komt. Of Reinildis van Ditzhuyzen daarbij haar pink omhooghoudt is niet te zien, want we bellen; toepasselijk, want normvervaging bij het telecommuniceren is een van de goede redenen om Nederland etiquettair weer eens stevig de oren te wassen. Als zeep dient de door Van Ditzhuyzen geheel herziene en grotendeels herschreven uitgave van het inmiddels zestig jaar oude Hoe hoort het eigenlijk?

,,Een fax dient aan dezelfde normen als een brief te voldoen', schrijft Van Ditzhuyzen. En: ,,De fax dwingt spoed af en jaagt zo de ontvanger op, want de afzender verwacht maar al te vaak een onmiddellijke reactie. Hetzelfde geldt voor e-mail.' De afzender kan beleefd duidelijk maken binnen twee weken geen antwoord te verwachten. Of de kalmteminnende partij neemt gewoon geen fax en/of e-mail.

Maar vooral het ongebreideld belverkeer dient aan normen te worden onderworpen: al telefonerend waden we met z'n zestienmiljoenen door een moeras van onfatsoen. KPN en consorten kijken de andere kant op, de regering grijpt niet in en intussen belt menigeen op zonder te vragen of hij stoort. Of opent het gesprek met `met mij'. Of belt vóór 9.00 uur 's ochtends. Of na ontvangst van een huwelijksaankondiging, waarop – Amy schreef het al – alleen schriftelijk wordt gereageerd. En dan zijn er de antwoordapparaatteksten: ,,Hoi! We zijn er niet! Jammer hè?' En de opnemende kleuters en zuigelingen.

- `..............'

- `Geef mamma maar even.'

- `............'

- `Is mamma thuis? Of pappa?'

- `Ik heb nieuwe schoenen.'

- `........'

- klik - tuut tuut tuut

En dan hebben we het alleen nog maar gehad over het foutief bellen via telefoons met draden eraan; de mobiele situatie is nog ernstiger. ,,Het gaat vaak nergens over, men kwekt en kwebbelt maar raak', signaleert Van Ditzhuyzen. ,,Ook laat men zich maar overal bellen en vergast men omstanders op irritant gepiep en gerinkel.' De eerste drie maten van Chopins tweede etude opus tien in a-mol uit de attachékoffer maken het er niet veel beter op: een overgaande GSM verrast omstanders en omzittenden altijd onaangenaam. De gebelde gaat te hard hallo of ja roepen; niet: met Pascal of: met Bianca, en sleurt ons mee in een draaikolk van woorden zonder coördinaten. Groskamp schreef, en Van Ditzhuyzen nam over: ,,Degene die in aanwezigheid van anderen luide blijk geeft van schrik, verbazing, ontsteltenis of grote vreugde, zonder de aanwezigen hieromtrent in te lichten, doet zich als onopgevoed kennen.' Wie het lef heeft om in een trein te roepen Gezakt?! Ah, nee! kan de schade voor zijn medepassagiers beperken door na het mobiele gesprek net zo luid uit te leggen wie waarvoor zakte en voor de hoeveelste keer. Of door na Doen we! in het apparaat te hebben geschetterd haarfijn uit te leggen wat we gaan doen, met wie, waar en wanneer.

Mobiele gesprekken in publieke ruimtes dienen superkort en zakelijk te zijn, vindt Nahnya van Voorst tot Voorst van het etiquette-opleidingsinstituut Eetiquette. ,,En het is heel raar om dingen te zeggen als: `Daar kan ik het nu niet over hebben'. Als ik in een trein wil bellen, vraag ik altijd even om me heen of men er bezwaar tegen heeft. Net als wanneer ik in een trein iets eet.' Erg fout, beledigend zelfs, is het wanneer de opbellende partij vanuit een trein of auto te zegt: `Ik ben er nu, ik hang op'. Van Voorst tot Voorst: ,,Dan denk ik: Ah, je belde me alleen even om je tijd te benutten.'

Het standaardwerk van etiquettologe Amy Groskamp-ten Have (1887-1959) zag het licht in november 1939. Lezers van de eerste druk zochten tevergeefs naar fatsoensnormen als `niet gewapenderhand andere landen bezetten' en in de naoorlogse edities ontbrak `geen atoombommen uit vliegtuigen werpen', maar des te uitvoeriger behandelde mevrouw Groskamp de intermenselijke verkeersregels op microniveau. ,,Zelfbeheersching doet den beschaafde zwijgen waar de onbeschaafde in luid zelfbeklag of protest zou losbarsten', vermaande ze. En: ,,Het mes wordt in bovenhandschen greep vastgehouden precies zooals men een trapleuning vasthoudt (...) en nimmer zooals men een schrijfpen hanteert.' Als we onszelf en het tafelmes beheersen, beheersen we de kernwapens vanzelf wel, zal ze gedacht hebben.

In elk geval is periodieke bezinning wenselijk: de wereld verandert, etiquetten komen en gaan. Een nader onderhoud met Van Ditzhuyzen geeft zicht op andere redenen voor de hernieuwde belangstelling voor omgangsvormen dan techniek alleen. Vooreerst is daar de nieuwe vraag naar oude normen: ,,In de jaren zeventig gold etiquette als onzin – en daarmee ben ik het fundamenteel oneens. Etiquette is van alle tijden, al kun je van mening verschillen over de manier waarop. Respect voor de ander, dat is altijd de essentie. We hebben het kind met het badwater weggesmeten, het loopt overal de spuigaten uit. Als je een trein wil verlaten, beginnen de instappers al naar binnen te dringen voor je buiten bent. Men ergert zich aan de verruwing der zeden – en men kent de juiste omgangsvormen gewoon niet. Moet ik die boterham nu wel of niet met mijn handen pakken?'

Hoe hoort het eigenlijk? is ideaal als opfriscursus fatsoen, maar er zijn ook lieden voor wie deze materie helemaal nieuw is. Door aanhoudend gunstige beurskoersen zien bijvoorbeeld beleggers zich geconfronteerd met etiquettaire kwesties. ,,Patsers willen wel weten hoe het hoort', garandeert Van Ditzhuyzen, ,,want ze willen dure partijen geven. Dan zijn ze heel onzeker. Ook bij grote bedrijven heb je mensen die snel doorklimmen naar de top zonder de juiste omgangsvormen geleerd te hebben.'

Linda Semmelhack, Duitse van geboorte en sinds kort Nederlands, weet nóg een categorie nieuwkomers in etiquetteland. Haar bedrijf European Management Services geeft cursussen `actuele omgangsvormen' aan het middenkader van bedrijven. Zij signaleert: ,,Voor de oorlog kreeg etiquette veel aandacht, want daardoor gingen er in de maatschappij deuren voor je open. Eind jaren zestig verwaterde dat. De generatie die toen opgroeide, wilde hun kinderen meer vrijheid en blijheid geven. Die kinderen maken nu carrière en zeggen: `Hé?! Er is iets aan ons voorbijgegaan!' Dat gemis begint in Nederland heel duidelijk merkbaar te worden.'

Lastiger is het met de jongste generatie. In de index van de oude Hoe hoort het eigenlijk? staat wel ongelukjes en geheimen en volkslied, maar niet kinderen. Dat was ook niet nodig, ze zaten indertijd nog stevig vastgeklonken aan de hoeksteen der samenleving. Nu niet meer. Van Ditzhuyzen, zelf ouder van drie exemplaren: ,,Ik schrijf: `ga er niet vanuit dat uw gasten net zo op uw kinderen zijn gesteld als uzelf.' Ik heb wel eens een dineetje gehad, keurig diner, maar de kinderen zaten overal tussendoor – en ze hadden trouwens ook van het toetje gegeten. Kwam de chocolademousse, bleek de helft al opgegeten door de kinderen. Hun ouders vonden dat zó leuk! Ik vond het niks, het is mijn lievelingstoetje. Ik vind het vreselijk hoe kinderen sociale aangelegenheden tegenwoordig beheersen. Het komt doordat ze op tronen zijn gezet: de kinderen eerst en dan de rest.'

Als iedereen het nieuwe etiquetteboek leest en toepast kunnen al die troontjes bij het grofvuil. Van Voorst tot Voorst raadt aan tijdens het ontvangen van volwassenen iets aparts te organiseren voor de kinderen, inclusief eigen consumpties. Ze naar hun kamers sturen werkt volgens haar niet, dan komen ze juist. Praat met kinderen over goede manieren en beleefdheid, raadt Van Ditzhuyzen aan. Nu ligt de nadruk op mondigheid en zelfstandigheid, terwijl grenzen en respect voor anderen op de achtergrond raken. Overigens zijn onopgevoede Nederlandse kinderen niet van de laatste tijd, blijkt uit historisch onderzoek van Van Ditzhuyzen: al in de 18de eeuw klaagden vreemdelingen over `die dikke en bolwangige kinderen' die `onbeperkte toegeeflijkheid ten deel viel'. En een Spaanse ambassadeur klaagde eerder deze eeuw: ,,Het Nederlandse kind wordt in de eerste levensjaren volledig vrijgesteld van iedere discipline en het mag precies doen waar het zin in heeft. (-) Het is een houding van laissez-faire, laissez passer waar geen buitenlander iets van begrijpt.'

Moeilijker oplosbaar is het ten tijde van Groskamp-ten Have nog niet bestaande vraagstuk van het driemaal zoenen bij begroetingen onder het uitstoten van de klank mmmmmwwwwuhhhhh, zoals Van Ditzhuyzen het spelt. ,,De dictatuur van het driemaal zoenen – ik heb er zó de pest aan! En dat vindt iedereen, dat is het mooie. Maar ik verdom het. Ik zit in een debatingclub en bij elke bijeenkomst moet ik tien mensen drie keer zoenen. Ga je de kring rond en is het smak smak smak! Vreselijk! Ook heel onpersoonlijk, want je kunt elkaar niet zien. Niet-zoenen is opvallend en dus pijnlijk. Maar ik zeg: één of twee.'

De vraag is: is er een weg terug? Hoe verander je als individu een collectief gebruik? Zelf een etiquetteboek schrijven is misschien de beste oplossing. Van Ditzhuyzen besloot zonder overleg met wie dan ook dat toasten met iets anders dan wijn voortaan helemaal correct is. ,,Anders bevorder je het alcoholgebruik. Iedereen is het erover eens dat je in het bijzijn van anderen vraagt of er gerookt mag worden. Maar drinken? Als je het niet doet ben je gek. Dat ergert me mateloos.'

Veel omgangsvormen veranderen – meer nog blijven hetzelfde en een groot deel van wat de moeder van het Nederlandse fatsoen kort voor de oorlog optekende is vanaf deze week opnieuw in de boekwinkel verkrijgbaar. Een paar evergreens: geen pink omhoogsteken als u een theekopje vasthoudt; uw pochet niet gebruiken om uw neus te snuiten, uw bril af te vegen of uw schoenen te poetsen; wel uw bed opmaken als u ergens logeert waar geen personeel is; en ook aanvoelen wanneer tijdens een soiree (muziek, bridge, dans) het moment van vertrek is aangebroken. Dat laatste blijft lastig en Van Ditzhuyzen pleit voor duidelijkheid richting gast. ,,Ik zeg gewoon: ik geef nu een laatste glaasje.' Niks meer geven is ook een oplossing. Of juist vragen: wil je nog wat drinken? Vaak vertrekken ze dan. Maar laatst zei iemand `ja, graag' – om half één 's nachts. Kon ik een nieuwe fles openmaken en zat ik er nog een uur aan vast!'

Amy's methode was misschien nog het simpelst. Zij placht te zeggen: ,,Helaas moet ik over een kwartier afscheid van u nemen.'

Hoe hoort het eigenlijk (23ste druk) door Reinildis van Ditzhuyzen is uitgegeven door uitgeverij Becht en sinds gisteren bij de boekhandel verkrijgbaar. ISBN 9023010159. 318 blz. Ca. ƒ35

Cursussen `actuele omgangsvormen': European Management Services, Liendenlaan 60, 4006 CR Tiel. Inl 0344-618447

Eetiquette, etiquettecursussen voor bedrijfsleven en particulieren, Van Ostadelaan 68, Naarden, 035-6946536