NBM voert wijzigingen door in raad van bestuur

Bouwconcern NBM-Amstelland voert een ingrijpende wisseling door in de portefeuilleverdeling binnen de raad van bestuur. Meest opvallend is dat H. Wilgenhof, tot nu toe directeur van Wilma Nederland en binnen NBM-Amstelland verantwoordelijk voor woningbouw en utiliteitsbouw, zijn taken heeft overgedragen aan mede-bestuurslid K. de Ruiter. Twee directeuren van dochterbedrijf Wilma Bouw stappen op omdat ,,zij zich niet kunnen verenigen met de gekozen beleidslijn''.

Voor Wilgenhof, die over twee jaar met pensioen gaat, is nog geen nieuwe functie. ,,Over de invulling van de voor de heer ing. H.J. Wilgenhof beoogde functie binnen de raad van bestuur (concernbrede managementdevelopment en procesbeheersing) vindt overleg plaats'', zo meldt het persbericht.

NBM-Amstelland heeft in de eerste helft van dit jaar forse tegenvallers gehad in de woningbouw. De winst van het concern daalde met 43 procent tot 55 miljoen gulden over de eerste zes maanden. De winstdaling kwam zowel voor analisten en beleggers als branchegenoten als een volkomen verrassing. Vertragingen bij drie grote projecten en obstakels bij de integratie van de woningbouwactiviteiten van Wilma (in 1998 overgenomen) zorgden volgens de nieuwe topman Van Bussel voor de belangrijkste tegenvallers.

De nu doorgevoerde portefeuillewisseling heeft volgens een woordvoerder van NBM-Amstelland niets te maken met de slechte prestaties van eerder dit jaar. De overheveling van activiteiten van Wilgenhof naar De Ruiter vloeit voort uit de begin dit jaar bekendgemaakte plannen om de concernstructuur aan te passen. De nieuwe structuur, waarbij veertien bedrijfsgroepen in drie clusters zijn ondergebracht, moet de samenwerking binnen het bedrijf vergroten. De Ruiter was al verantwoordelijk voor projectontwikkeling en vastgoed en heeft daar nu woningbouw en utiliteitsbouw (kantoren, ziekenhuizen) bijgekregen. Twee directeuren van dochter Wilma Bouw, M. Spelbos en F. Huizinga, zagen te weinig in de nieuwe structuur en zijn opgestapt. Hun positie wordt overgenomen door R. Cornelisse en G. Maas.